is econoom.
Onder economen woedt een verhit debat over de vraag of de productiviteitsgroei per gewerkt uur in Europa sinds 2000 is achtergebleven bij de Verenigde Staten of niet. In het ene kamp bevindt zich Philippe Aghion, die in 2026 de Nobelprijs won voor zijn werk over innovatie. In het andere kamp bevindt zich Paul Krugman, die ook een Nobelprijs op zak heeft.
Zoals Mark Twain zei: er zijn drie soorten leugens: leugens, verdomde leugens en statistieken. Dat geldt hier ook. De manier waarop wordt gecorrigeerd voor lokale prijzen – koopkrachtpariteit – verklaart het verschil. Aghion gebruikt een vast jaar om te corrigeren voor koopkrachtverschillen, terwijl Krugman van jaar op jaar corrigeert. De prijsontwikkeling in de Verenigde Staten verschilt echter flink van die in Europa.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In de Verenigde Staten is de productiviteit in de hightechsector enorm gestegen. De hightechbedrijven konden daardoor meer produceren met dezelfde hoeveelheid arbeid, waardoor de lonen in die sector stegen. Om personeel te behouden moesten ook andere sectoren, zoals de zorg, de lonen verhogen. Die hogere loonkosten hebben ertoe geleid dat de prijzen in de Verenigde Staten sneller zijn gestegen dan in Europa.
Tegelijkertijd zijn veel Amerikaanse technologieproducten, zoals software en computers, goedkoper en beter geworden. Omdat deze producten internationaal worden verhandeld, profiteren Europese consumenten daar ook van. De nieuwste iPhone kost, gecorrigeerd voor inflatie, nog hetzelfde als de eerste iPhone die Apple in 2007 op de markt bracht, hoewel de rekenkracht, opslagcapaciteit en functionaliteit van de nieuwe iPhones vele malen groter zijn.
Als je kijkt naar de economische groei in volumes (dus gecorrigeerd voor prijsstijgingen), groeit de Amerikaanse economie duidelijk sneller dan die van Europa en neemt ook het verschil in productiviteit per gewerkt uur toe. Maar als je vergelijkt op basis van actuele prijzen, wordt dat verschil grotendeels tenietgedaan door de sterkere stijging van de consumentenprijzen in de Verenigde Staten.
Volgens Krugman kan de methode die Aghion gebruikt om te corrigeren voor prijsverschillen niet kloppen, omdat dat zou betekenen dat Nederland een generatie geleden per gewerkt uur 25 procent productiever was dan de Verenigde Staten. Hij kan zich niet voorstellen dat Nederland destijds zoveel rijker was. Maar Krugman weet ook wel dat het inkomen per hoofd niet alleen afhangt van de productiviteit per gewerkt uur, maar ook van het aantal gewerkte uren en de arbeidsparticipatie.
Rond de eeuwwisseling lag de arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland veel lager en werkten vrouwen gemiddeld minder uren per week dan ze nu doen. De zorgtaken die vrouwen destijds deden – onbetaalde arbeid die zich kenmerkt door een lage productiviteit per uur – worden nu grotendeels uitbesteed. Daardoor telt die laagproductieve arbeid tegenwoordig wel mee voor de productiviteit per gewerkt uur, terwijl dat voorheen niet het geval was.
Krugman is een half jaar geleden een tijdje naar Nederland gekomen, omdat hij weg wilde uit Amerika om mentale ruimte voor zichzelf te creëren vis-à-vis Donald Trump. Wellicht denkt hij dat Nederland altijd was zoals hij het nu aantrof. Maar het Nederland van rond de eeuwwisseling was een ander land: een land zonder fietskoeriers, wasserettes of kinderopvang, maar met een gasbel.
De kans is groot dat Nederland rond de eeuwwisseling per gewerkt uur inderdaad productiever was dan de Verenigde Staten. De methode die Aghion gebruikt om te corrigeren voor prijsverschillen tussen de Verenigde Staten en Europa klopt dus wel. Volgens Robert Inklaar, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, is in ieder geval duidelijk dat de productiviteitsgroei in Europa afzwakt en matig afsteekt tegen de groei in de Verenigde Staten.
Dat is ook de conclusie van het ministerie van Financiën. Het kabinet heeft zelfs een Productiviteitsraad ingesteld. Hoewel Europa de Verenigde Staten de afgelopen decennia heeft kunnen bijhouden in termen van koopkracht – ironisch genoeg dankzij het goedkoper en beter worden van Amerikaanse digitale technologie – blijven de productiviteit en innovatiekracht van de groeisectoren in Europa achter bij die in de Verenigde Staten.
Paul Krugman denkt wellicht dat Europa het beste van twee werelden heeft: een toereikend welvaartsniveau zonder het technofascisme van Trump. Maar zoals een bekende econoom ooit schreef: ‘Productiviteit is niet alles, maar op de lange termijn is het bijna alles’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant