Van Indonesië tot Polen en van Turkije tot de Verenigde Staten: de correspondenten van de Volkskrant delen de literaire zomerhits van hun standplaats. Wat wordt daar gelezen? En over welke boeken wordt stevig gedebatteerd?
De nieuwe roman Świata jest za dużo van Olga Tokarczuk maakt de tongen los nog voordat hij is verschenen. De Poolse krant Gazeta Wyborcza noemt het nieuwe boek van de Nobelprijswinnaar ‘het meest langverwachte werk van 2026’. Die aandacht is niet onverdeeld positief. Bij een congres in Poznań in mei zei de schrijver weleens gebruik te maken van AI. Ze heeft de ‘meest geavanceerde versie’ van een taalmachine gekocht, die ze dingen toewerpt als: ‘kochana (‘lieverd’), hoe zouden we dit samen prachtig kunnen uitwerken?’
Een rel was geboren en stak vanuit Polen vlot de grens over. Internetgebruikers en collega-schrijvers vielen over haar heen. Krijgen ze dit najaar een AI-roman voorgeschoteld? Tokarczuk verduidelijkte snel dat dit geenszins het geval is: ze gebruikt AI soms voor onderzoek en schrijft haar boeken nog altijd zelf. Om daar snedig aan toe te voegen: ‘Soms haal ik inspiratie uit dromen, maar voordat experts ook deze zin onder vuur nemen en afkraken, haast ik me te melden dat het mijn eigen dromen zijn.’
De verontwaardiging ontnam het zicht op andere zaken. Het gewraakte citaat kwam uit een langere uiteenzetting over AI en de toekomst van de literatuur. Maar Tokarczuk ging ook in op het onderwerp van haar nieuwe roman. En ze kondigde aan dat het waarschijnlijk haar laatste zal zijn.
Afgelopen jaren lichtte ze al tipjes van de sluier op. De roman speelt zich vlak na de Tweede Wereldoorlog af, in Tokarczuks geboortestreek Neder-Silezië, die vaker het decor van haar werk vormt. De nieuwe roman wordt ‘een soort eerbetoon aan de bevolking van Neder-Silezië, dit verbazingwekkende gebied in Centraal-Europa dat volledig ontvolkt en vervolgens opnieuw bevolkt werd’, zei ze tegen The Guardian.
Na de Tweede Wereldoorlog schoof Polen honderden kilometers op naar het westen. Uit deze streken werden de Duitse inwoners verdreven en vervangen door Polen, waarvan een deel op hun beurt uit het oosten was verdreven. Het ging om miljoenen mensen, onder wie de ouders van Tokarczuk.
Er bestaat veel Poolse non-fictie over deze geschiedenis en Tokarczuk schreef er eerder over in haar roman Huis voor de dag, huis voor de nacht (onlangs opnieuw in het Nederlands uitgebracht). Toch ‘is dit verhaal op de een of andere manier nog niet goed verteld in de Poolse literatuur’, zei ze vorig jaar op een congres in Krakau. Ze ambieert een panoramische, omvattende literaire vertelling over het onderwerp. ‘Ik besloot dat ik het, voordat ik met pensioen ga, zou proberen op te schrijven.’
Pensioen dus. ‘Veel mensen geloven het niet, maar ik denk dat dit mijn laatste roman is’, zei Tokarczuk in Poznań. Na het schrijven is ze ‘fysiek uitgeput’. Tegelijk observeert ze dat grote, complexe romans steeds minder lezers trekken. Het is trouwens de vraag of dat wel voor Tokarczuk geldt: nadat ze in 2019 de Nobelprijs had gewonnen, brak ze internationaal door. Ook Polen (her)ontdekten daarna massaal haar boeken, waaronder het lijvige maar fenomenale Księgi Jakubowe (De Jacobsboeken, vertaald door Karol Lesman). Een aanrader voor de lange zomervakantie, of daarna: de Nederlandse vertaling van Tokarczuks nieuwe roman zal waarschijnlijk nog even op zich laten wachten.
De historische roman Bumi Manusia (1980) van de beroemde Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer (1925-2006) heeft veel gemeen met Multatuli’s Max Havelaar (1860). Beide boeken gaan over machtsmisbruik en sociaal onrecht tijdens de Nederlandse bezetting van Indonesië. Beide boeken behoren tot de belangrijkste werken van hun land, worden behandeld op school, maar de meeste scholieren kennen hooguit de samenvatting. Of de verfilming.
Maar dit jaar maakt Bumi Manusia (Aarde der mensheid, in 1981 vertaald door Ina E. Slamet-Velsink) een opleving door dankzij de uitgebreide herdenking – uitgesmeerd over een jaar, met lezingen en heruitgaven – van de honderdste geboortedag van Pramoedya. Bij de landelijke boekenketen Gramedia is het werk steevast uitverkocht. Veel Gen Z’ers, zo blijkt, herkennen zich in hoofdpersoon Minke, een goed opgeleide jongeman die steeds meer moeite krijgt met het gebrek aan vrijheid en rechtvaardigheid in zijn omgeving.
Ook vandaag zijn veel jonge Indonesiërs gedesillusioneerd over hun regering en maken zij zich zorgen over sociale ongelijkheid, corruptie en systemische onrechtvaardigheid in hun land. In het boek komen die thema’s steviger aan bod dan in de populaire film (2019), waarin romantiek domineert. Het nevenverhaal van Nyai Ontosoroh – een Indonesische vrouw die als concubine aan een Nederlandse plantagehouder wordt verkocht en zich ontpopt als een indrukwekkende zakenvrouw en moeder, maar uiteindelijk met niks achterblijft – raakt nog steeds een gevoelige snaar.
Pramoedya werd gevangengezet door zowel het Nederlands koloniaal bewind als de autoritaire tweede president van Indonesië, Soeharto. Zij vonden zijn werk te subversief. Het verhaal kwam tot stand in een strafkolonie op het afgelegen eiland Buru. Bij gebrek aan papier, zo weet bijna iedere Indonesiër, vertelde Pramoedya de geschiedenis van Minke en Ontosoroh mondeling aan zijn medegevangenen, die hielpen met de historische details. Zo ontstond de Buru-tetralogie, waarvan Bumi Manusia het eerste deel vormt, op de veranda van een houten barak na de dagelijkse dwangarbeid. Toen Pramoedya na veertien jaar werd vrijgelaten, smokkelden medegevangenen het manuscript, deels geschreven aan de binnenkant van cementzakken, mee naar buiten.
Een jaar na de uitgave verklaarde de Indonesische overheid het boek verboden. Wie in de jaren tachtig en negentig Bumi Manusia wilde lezen, moest kopietjes maken van een oud exemplaar. Wie de roman las of doorgaf in een café of universiteitskantine, riskeerde gevangenisstraf. Buiten Indonesië was Bumi Manusia wel te koop in 45 talen. Pramoedya werd vaak genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur, maar kreeg die erkenning niet. In 2005, zeven jaar na de val van president Soeharto, durfde een Indonesische uitgever publicatie weer aan. Een jaar later overleed de auteur.
Op sociale media lezen jongeren voor uit Bumi Manusia, vergelijken het met de film op Netflix, analyseren de thematiek of vertellen over de heroïsche ontstaansgeschiedenis. Dat inspireert, want veel jongeren vinden dat hun burgerrechten worden uitgehold en vrezen dat de donkere tijden van president Soeharto weer terugkeren. Zo ver is het overigens nog niet: in de Gramedia ligt Bumi Manusia gewoon op de bestsellertafel naast de kassa.
Wellicht heeft u de Netflix-serie gezien over Amanda uit Malmö, die obsessief een vriendje wil maar de ene na de andere rampdate meemaakt? Halva Malmö består av killar som dumpat mig, heet het, oftewel: ‘Half Malmö bestaat uit jongens die me hebben gedumpt.’
De serie is gebaseerd op het gelijknamige, deels autobiografische boek van Amanda Romare (37) en werd een kijkhit op Netflix. Knap voor een Zweedse serie die eens niet over een seriemoordenaar of getroebleerde politiechef gaat.
Maar toen kwam dit jaar boek twee: Judas. Daarin borduurt Romare verder op haar (inmiddels vertaalde) debuut, alleen is hoofdpersoon Amanda – autofictie, daar is het weer – nu in een relatie beland met de aardige en huiselijke Emil.
Met dezelfde rauwe eerlijkheid als in boek één beschrijft Romare de twijfels en ongemakken in de relatie, waarin Amanda steeds kritischer wordt. Ze is soms ronduit onaardig; bespot Emils terugwijkende haarlijn en gewicht en raakt gefrustreerd over zijn passiviteit. Van veel aantrekkingskracht lijkt geen sprake: ze beschrijft hoe Emil door de vele uren World of Warcraft uitpuilende aambeien ontwikkelt. En dan is er nog de regelmatig terugkerende vibrator. Amanda gebruikt hem voor en na de seks, omdat het vrijen weinig voorstelt.
Het leidde de afgelopen maanden tot een storm van kritiek in de Zweedse cultuurwereld. Mag je wel zo eerlijk schrijven over je partner? Wat vindt Romares vriend er eigenlijk van?
Critici vonden het daarnaast plat en een ‘gevaar voor de literatuur’. ‘Natuurlijk kun je alles zeggen en schrijven. Maar zo’n achteloos gebruik van taal holt woorden uit, in plaats van ze nieuwe betekenissen te geven of de bestaande te verdiepen’, aldus de recensent van de krant Göteborg Posten.
Daar kwamen ook weer woedende reacties op. De Noorse succesauteur en koning van de autofictie Knausgård mag boekenlang doorgaan over de zwaktes van zijn vriendin Linda, maar schrijft een vrouwelijke auteur over haar vriend, dan is het land te klein.
In interviews benadrukte Romare dat Judas grotendeels fictief is, hoewel ze inspiratie putte uit haar eigen leven. Dat beeld werd wel weer troebeler omdat ze in diezelfde interviews wederom ongemakkelijk eerlijk was over haar echte relatie. Zo zei ze dat ze zich bij haar vriend heel veilig voelt, maar dat er van lust weinig sprake is. Ook poseerde ze met een vibrator.
Of waren haar interviews ook fictie?
Hoe dan ook, Judas verkoopt nog altijd goed en zal meegaan naar menig Zweeds zomerhuis. Fictie of niet, het doet wel wat met je, schreef een recensent in Svenska Dagbladet. ‘Het is verfrissend wanneer iemand zegt wat je zelf misschien denkt, maar nooit openlijk zou durven toegeven. Het voelt minder eenzaam.’
Ook als er bommen vallen, kun je naar de bioscoop. Je kunt lezen, je kunt je voeden met theater, haast als een verzetsdaad, en als het meezit, levert het je een band voor het leven op met die ene productie. De Libanese bioscoop Metropolis was deze lente stijf uitverkocht voor de filmregistratie van een meesterwerk uit 1980 van satiricus Ziad Rahbani, vorig jaar overleden. Een vriendin die erbij was, vertelde me dat ze de Israëlische drone boven het stuk uit kon horen zoemen, boven het filmgeluid van de gevechtsvliegtuigen in 1980. Droste-effect, the war edition.
Het is, wil ik maar zeggen, een misverstand om te denken dat Libanezen en Syriërs niet hongeren naar cultuur, nu hun landen in oorlog zijn (Libanon) en/of in wankele wederopbouw (Syrië). Zoals het omgekeerd ook een misverstand is te denken dat het lezen ‘gewoon’ doorgaat als alles om je heen ongewoon wordt. Mijn Syrische vrienden zijn door jaren van bombardementen adrenalineverslaafd. Ik hoor ze discussiëren over de beste plek om te ziplinen of boulderen (schietlessen zijn ook populair), niet over de nieuwe Sally Rooney.
En dan zijn boeken ook nog eens duur, duurder dan menig Syriër of Libanees zich kan veroorloven. Nieuwe titels verschijnen in kleine oplagen. Klassiekers (Dostojevski, Joyce) kosten een habbekrats, maar blijken vaak uitgedraaide illegale pdf’jes met een kaftje eromheen.
Wie toch een zomerhit wil aanwijzen, doet dat dus vooral met de Arabische diaspora in het achterhoofd, wonend in pak ’m beet Sydney, Montréal of Kopenhagen. Voor die groep is er bijvoorbeeld de roman The Book of Disappearance (Het boek van de verdwijning, vertaald door Djûke Poppinga) van de in New York woonachtige Ibtisam Azem. De Engelse vertaling verscheen in 2014 voor het eerst, maar beleeft een opleving, mogelijk vanwege het donkere en – in het licht van Gaza – haast profetische plot. Wat als alle Palestijnen van de ene op de andere dag uit Israël verdwijnen?
Nog indrukwekkender is Days of Love and Rage, de nieuw verschenen baksteen (550 pagina’s, voetnoten inbegrepen) van New Yorker-journalist Anand Gopal. Hij is Amerikaan, geen Syriër, maar kon steunen op een jaloersmakend researchteam van ‘een half dozijn’ lokale activisten. Ze hielpen hem om verspreid over de wereld het duizelingwekkende aantal van tweeduizend interviews af te nemen.
Het panorama dat uit die collectieve arbeid voortkomt, is imposant. Het beslaat de jaren 2011 tot 2024, de hele Syrische opstand tegen dictator Assad en daaropvolgende oorlog, met als opmerkelijke focus de provinciestad Manbij – het Syrische equivalent, oneerbiedig gezegd, van Meppel. Gopal wil laten zien dat de revolutie, anders dan vaak gedacht, in de vroege jaren niet alleen verwoesting en bloed met zich meebracht. Er werd geëxperimenteerd met nieuwe vormen van zelfbestuur, nieuwe kranten, nieuwe debatfora, voordat terreurgroep Islamitische Staat (IS) de macht kaapte en alles de nek omdraaide. Met Gopals boek kan worden vastgesteld: het is niet onopgemerkt gebleven.
Kan een Amerikaanse influencer jonge Turken ertoe aanzetten een van de beste romans uit de geschiedenis van de Turkse literatuur te gaan lezen? Ja, dat kan. Kendall Jenner deed het, een 30-jarig model uit de stal van de Kardashians. In december besteedde ze op Instagram lovende aandacht aan Madonna in a Fur Coat van de Turkse schrijver Sabahattin Ali. Sindsdien vindt het boek weer gretig aftrek, ook in Turkije.
Kürk Mantolu Madonna, zoals de Turkse titel luidt, werd in 1943 gepubliceerd, maar werd toen in Turkije amper opgemerkt. Dat kwam deels doordat de auteur – links en kritisch op de bestaande orde – in de marge opereerde en in de smiezen werd gehouden door de autoriteiten. Diverse van zijn politiek getinte boeken (niet het liefdesverhaal over de vrouw in bontjas) werden verboden. In de jaren dertig zat Ali een jaar gevangen vanwege zijn kritiek op vader des vaderlands Kemal Atatürk. Later was hij medeoprichter van het satirische tijdschrift Marko Pasha.
Pas veel later, in deze eeuw, kreeg het boek erkenning als een van de hoogtepunten uit de Turkse literatuur. Ook Ali was toen inmiddels gerehabiliteerd, net als Turkijes grootste dichter, de ooit doodgezwegen en naar Moskou verbannen communist Nazim Hikmet (1902-1963). Vandaag de dag kent iedereen in Turkije het lied Aldirma Gönül (Maak je geen zorgen, mijn hart), een muzikale vertolking van een van Ali’s gedichten.
Madonna met bontjas, de Nederlandse titel van de in 2017 door Erdal Balci vertaalde roman, speelt zich grotendeels af in het Berlijn van het interbellum. Journalist en schrijver Sabahattin Ali (1907-1948) bracht daar toen zelf enige jaren door. De hoofdpersoon, de op het oog dodelijk saaie kantoorklerk Raif, wordt betoverd door een vrouw op een schilderij, die hij even later in levenden lijve ontmoet.
Maria Puder, de maker van het zelfportret, ‘is het soort vrijdenkende nieuwe vrouw dat hij zich nooit had kunnen voorstellen’, aldus Maureen Freely, die het boek tien jaar geleden in het Engels vertaalde, in een beschouwing in The Guardian. Er ‘ontstaat een intens platonische vriendschap tussen de twee, waarin Maria meer mannelijk dan vrouwelijk wordt en Raif meer vrouwelijk dan mannelijk’. De wereld heeft echter ‘andere plannen’ voor het tweetal. ‘Ik dank je voor de paar maanden waarin ik door jou werkelijk heb geleefd’, zo blikt Raif (in de vertaling van Balci) terug op de affaire. ‘Zijn maanden die zo geleefd zijn niet evenveel waard als een heel leven?’
De vertalingen van tien jaar geleden bezorgden Kürk Mantolu Madonna een eerste wedergeboorte. Kendall Jenner zorgt nu voor een tweede. De auteur heeft het allemaal niet meer mogen meemaken. Op 2 april 1948 werd hij aan de Bulgaarse grens vermoord, waarschijnlijk door of in opdracht van de Turkse geheime dienst.
Lena Dunham is deze lente niet weg te slaan uit Amerikaanse tv-programma’s, podcasts en krantenpagina’s. Sinds de schrijver, regisseur en acteur, bekend van de serie Girls (2012-2017), haar memoir Famesick uitbracht, zie je in heel New York millennials ijverig de bladzijden omslaan. In deze bestseller geeft de 40-jarige Dunham haar lezers een blik in haar tumultueuze leven.
New Yorkers voelen zich allemaal een beetje onderdeel van Girls. Tijdens het filmen van de HBO-serie, waarmee Dunham in 2012 in één klap wereldberoemd werd, werden er in de stad zo vaak straten afgesloten, dat mensen levensechte herinneringen hebben aan haar werk – zo was te zien in Café Grumpy, in de wijk Greenpoint, waar haar personage als barista werkt.
Girls gaat over het werk- en privéleven van een vriendinnengroep die een leven probeert op te bouwen in de grote stad. Dunham was niet alleen de bedenker en schrijver van de serie, maar speelde ook de hoofdrol als Hannah Horvath, een onzekere twintiger die schrijver wil worden. Famesick begint op het moment dat Dunham doorbreekt in de televisiewereld, en beschrijft alle pieken en dalen die volgen. Op de eerste bladzijde wordt al duidelijk wat ze met de titel bedoelt.
Ze draagt het boek op aan een lijst beroemdheden die zijn overleden aan een drugsoverdosis, zoals zangeressen Whitney Houston en Amy Winehouse en acteurs Brittany Murphy en Heath Ledger – ‘en alle anderen die te Famesick waren om te kunnen genezen’, schrijft ze.
Dunham toont in haar memoir de destructieve kanten van roem. Haar zorgen over de meningen van anderen, haar angst om gehaat te worden en de opiatenverslaving die ze daaraan overhield. De bekende millennial, die haar generatie met haar werk een stem gaf, schrijft dat ze obsessief alle haatberichten op sociale media bijhield, zelfs hoe vaak ze ‘dik’ en ‘lelijk’ werd genoemd. Roem, schrijft Dunham, is verslavend en ziekmakend.
In de eerste week werden er in de VS zo’n 60 duizend exemplaren van het boek verkocht. Amerikanen waren benieuwd naar twee ontboezemingen: over de affaire die ze had tijdens haar relatie met muzikant Jack Antonoff en over haar ruzie met acteur Adam Driver.
‘Fucking say something’, zou Driver op de set van Girls naar haar hebben geschreeuwd toen ze even niet op haar tekst kon komen. Hij zou driftbuien hebben. Volgens Dunham gooide hij een stoel tegen de muur. Na het draaien hebben de twee elkaar niet meer gesproken.
Los van alle schandalen staat het boek vol grappige beschrijvingen van mensen, precies zoals de kijkers van haar gewend zijn, en treffende zinnen die haar onstuimige leven neerzetten als een film. Veel herinneringen en gebeurtenissen zijn gebaseerd op de dagboeken die ze bijhield, ook over de donkerste dagen, waarop ze ziek was of in rehab zat vanwege haar drugsverslaving.
Dat Lena Dunham als schrijver haar vuile was buiten hangt, zal niemand verbazen. ‘Het voelt alsof ik op de wereld ben gekomen met de zielen van generaties aangeschoten, provocerende vrouwen in mij.’
Zelden zag ik een gezicht zo opklaren van een simpele handreiking. In de kleine blauwe boekhandel van Clichy, een Parijse voorstad die voelt als een Frans dorp, greep ik naar La maison vide van Laurent Mauvignier. Mijn hand had de kaft nog niet geraakt of verkoper Ludmilla begon te stralen alsof ik een oude liefde ter sprake bracht. ‘Een boek als dit krijg je slechts eens in de tien jaar in handen’, verzuchtte ze. ‘Een meesterwerk.’
Ma cocotte, had Ludmilla al lezend tegen zichzelf gezegd – mijn kippetje, lieverd – hier ga je eens goed voor zitten. ‘Dit boek verdient de volle aandacht.’ Dat dwingt La maison vide zelf af: de familiesaga in de vorm van een baksteen telt 744 pagina’s en komt bovendien met de rode wikkel met daarop ‘Prix Goncourt’, de belangrijkste literaire prijs van Frankrijk. Een willekeurige greep uit de eerdere winnaars om de orde van grootte te schetsen: Marcel Proust, Simone de Beauvoir, Kamel Daoud.
Mauvignier maakt furore in Frankrijk. Terwijl zijn nieuwste roman prominent in elke Parijse boekhandel ligt, werd op het filmfestival in Cannes eind mei Histoires de la nuit vertoond. De film, gebaseerd op de gelijknamige roman van zijn hand uit 2020, was genomineerd voor een Palme d’Or.
Heikel onderwerp in Cannes was de toenemende greep van miljardair Vincent Bolloré, alias de Franse Rupert Murdoch, op de filmindustrie in Frankrijk. De conservatief-rechtse ondernemer bouwt al langer aan een imperium waarmee hij radicaal- en extreemrechts gedachtegoed verspreidt. Zo’n zeshonderd professionals uit de Franse filmwereld, onder wie acteurs Juliette Binoche en Adèle Haenel, waarschuwden in een open brief voor zijn groeiende macht en daarmee het risico op ‘fascistische controle over de collectieve verbeelding’.
Dat spookbeeld komt Mauvignier als schrijver maar al te bekend voor. Begin mei was het nog de literaire wereld die op z’n kop stond vanwege diezelfde Bolloré. Ruim 130 auteurs zegden de samenwerking op met uitgeverij Grasset, die in 2023 in handen was gekomen van de zakenman. Aanleiding was het ontslag van de geliefde bestuursvoorzitter Olivier Nora, dat wordt gezien als aanval op de redactionele onafhankelijkheid en creatieve vrijheid. Inmiddels staat de teller van vertrokken auteurs op 273. Eerder leidden de overnames van Bolloré in de media al tot staking en vertrek van journalisten.
Hoewel Mauvignier doorgaans niet vooraan staat op de barricades, nam hij het in Cannes op voor de briefschrijvers uit de filmindustrie, met wie Bolloré niet meer wil samenwerken. Een keerpunt, zei Mauvignier. ‘Literatuur en cinema zijn niet alleen een kwestie van vermaak. Kunst is ook bedoeld om te waarschuwen.’ Eén ding moeten we extreemrechts nageven, voegde hij eraan toe: ‘Ze weten dat cultuur gevaarlijk is, en belangrijk.’
In La maison vide probeert een man via zijn lang verlaten familiehuis te begrijpen wie zijn familie werkelijk was, aan de hand van voorwerpen die bijna vervlogen herinneringen terugbrengen. ‘Heel balzacien’, drukt Ludmilla me op het hart, ‘met veel tijd om het decor en alle details te beschrijven. Dat kan soms langzaam aanvoelen, maar geloof me. Lang bij de personages blijven is precies wat je wilt.’
Mijn naam en afkomst komen goed van pas tijdens bezoeken aan Noord-Ierland. In dit deel van het Verenigd Koninkrijk beginnen de pro-Britse ‘orangisten’ bij het horen van mijn land van herkomst meteen over hun volksheld King Billy, onze koning Willem III van Oranje. Op hun beurt vinden de pro-Ierse katholieken mijn voornaam prachtig, aangezien Sint-Patrick de beschermheilige en apostel is van Ierland, van ‘Paddy’s People’. Hoe kom je aan die naam, luidt vaak de vraag. Ik kom niet verder dan dat deze mij begin jaren zeventig is gegeven door wijlen mijn moeder. Geen idee waarom.
Naamgeving is het thema van een van de momenteel meest gelezen boeken op de Britse eilanden. In The Names, haar debuutroman die afgelopen jaar verscheen, onderzoekt de 49-jarige Florence Knapp, moeder van twee inmiddels volwassen kinderen, hoe een naam het leven van een persoon kan beïnvloeden of zelfs bepalen, net zoals een achternaam – nomen est omen – dat kan doen. Het verhaal begint eind 1987, ten tijde van de Grote Winterstorm die Groot-Brittannië plaagde. Cora is bevallen van een zoontje, maar twijfelt over de naam die ze hem moet geven.
Wat haar gewelddadige en bezitterige echtgenoot Gordon betreft, krijgt de pasgeboren baby, indachtig de familietraditie, zijn naam. Haar 9 jaar oude dochter Maia vindt ‘Bear’ een mooie naam voor haar broertje, een naam die volgens haar past bij een lief, dapper en knuffelbaar persoon. Zelf heeft Cora een voorkeur voor Julian, wat zoiets als ‘verlegen vader’ betekent. De roman volgt vervolgens het leven van Cora’s zoon. Ze doet dit via drie tijdlijnen, afhankelijk van de naam. De verschillende levenspaden tonen aan hoe belangrijk de keuze is die elke ouder moet maken.
Met deze thematiek raakte Knapp, een laatbloeier in de literaire wereld, een gevoelige snaar. ‘Het is een van die boeken waardoor je irritaties voelt door iedereen die je het lezen onderbreekt, maar die je uiteindelijk toch in de handen van een vriend wilt drukken’, schreef Laura Hackett in The Times. In The Guardian merkte Clare Clark op dat het boek niet alleen over de impact van namen gaat, ‘maar over de gevolgen van onze beslissingen, hoe een moment van moed, roekeloosheid of blinde angst als een vinger op de weegschaal kan werken en het evenwicht van een leven voorgoed kan veranderen’.
Het idee dat een naam een leven kan bepalen en iets zegt over iemands identiteit, is zeker niet nieuw. William Shakespeare stelde al eens de vraag ‘What’s in a name?’, erop wijzend dat een naam meer is dan een naam. Eind jaren veertig concludeerden onderzoekers van Harvard al dat onze naam bijna alles kan beïnvloeden, van carrièrepad tot partnerkeuze. Dat latere bevindingen dit hebben ontkracht of genuanceerd, doet niets af aan hoe interessant dit thema is. ‘Het is zo goed’, zo schreef Helen Davies in The Times, ‘dat je je afvraagt waarom niemand het eerder heeft gedaan.’
Overal is het beeld hetzelfde. In Milaan, Napels en Rome staan jongeren uren in de rij voor een signeersessie van Karim B., hun idool. De 20-jarige is geen zanger of acteur, maar de schrijver van de Limitless-trilogie, waarvan honderdduizenden exemplaren over de toonbank gingen.
Romance, het genre waartoe de boeken behoren, werd groot tijdens covid, en brak vorig jaar echt door, vertelt Serena D’Armini van Feltrinelli, een van de grotere boekhandelsketens in Italië. Ze werkt al bijna twintig jaar in de boekhandel in het centrum van Rome, waar ze de gemiddelde leeftijd van bezoekers langzaam jonger zag worden.
‘Meiden vroegen steeds vaker naar het genre, daarom hebben we er een speciale afdeling voor ingericht. Daar komen trouwens ook ouderen op af’, zegt D’Armini, die er zelf niet veel mee op heeft. ‘Maar ik ben blij dat we weer meer lezen.’
Van Karim B., een pseudoniem, is weinig meer bekend dan dat ze opgroeide in de regio Campanië, in de buurt van Napels, en dat ze geobsedeerd is door vampiers, Taylor Swift en de keuken van haar oma van vaderskant. Haar ouders en broer werken in een fabriek, van het geld dat ze met haar boeken verdiende kocht ze tickets voor een cruise, hun eerste vakantie samen, vertelde ze vorig jaar aan La Repubblica.
Net als andere populaire schrijvers publiceerde B. haar eerdere werk op het platform Wattpad, waar het miljoenen keren werd gelezen. Uitgever Sperling & Kupfer kocht de rechten, de trilogie wordt binnenkort verfilmd.
Haar recentste roman Tears on my Pen Drive schreef ze ondanks de titel gewoon in het Italiaans. Anders dan in Nederland, waar via #BookTok vooral Engelstalige boeken worden verkocht, breken in Italië juist Italiaanse auteurs door. De hype was in 2025 goed voor 3,3 miljoen verkochte boeken en een omzet van 41,4 miljoen euro. Boekhandels liften mee op het succes. Serena D’Armini: ‘Ze staan regelmatig in de lijst met bestverkochte boeken, deze week zelfs op nummer één.’
Verder leefde de literaire wereld toe naar de prestigieuze Premio Strega, die elke zomer in Italië wordt uitgereikt. Nederlandse uitgevers volgen de Strega nauwlettend. Bekende namen als Ammaniti, Veronesi en Cognetti werden kort na het winnen van de prijs vertaald.
Gedoodverfde favoriet was dit jaar de roman I convitati di pietra van Michele Mari, dat vorig jaar verscheen, over een groep oud-klasgenoten die na hun eindexamen een weddenschap afsluit die hen de rest van hun leven achtervolgt. Maar de schrijver kwam kort voor de uitreiking onder vuur te liggen.
Tijdens een promotietour zou hij zich in een busje met andere finalisten kwetsend hebben uitgelaten over de overleden Italiaanse schrijver Michela Murgia. Die zou zo ‘onbuigzaam en gewelddadig’ zijn geweest ‘omdat ze lelijk was en zo haar woede uitte’. Mari ontkent iets over haar uiterlijk te hebben gezegd, maar maakte wel excuses.
Diskwalificatie dreigde, maar volgens de stichting achter de Strega laten ‘de regels’ dat niet toe. Het boek is immers genomineerd, niet de auteur. De organisatie distantieerde zich wel van zijn uitspraken, die ze ongepast noemde.
‘Nu zou hij weleens kunnen verliezen’, zegt David Tecce van Spazio Sette, een sympathieke Romeinse boekhandel (met kat en café) in een oud palazzo. De boekhandelaar noemt Mari ‘een van de laatste nog levende echte Italiaanse schrijvers’ en roemt zijn ‘poëtische stijl’, die niet altijd even toegankelijk is.
Door de controverse zouden juryleden hun stem weleens aan een ander kunnen geven, vreest Tecce. ‘Dit soort uitlatingen passen niet bij iemand van zijn niveau, maar staan in principe los van de kwaliteit van het boek.’
Op 8 juli werd bekend dat Michele Mari toch heeft gewonnen, ondanks de ophef.
De meeste Keniaanse romans worden in het buitenland gedrukt. Dat maakt ze relatief duur, je koopt ze niet zomaar. ‘Een boek is als een goede fles wijn’, zegt Joan Mungaj, verkoper bij Soma Nami, de leukste literaire boekwinkel van de Keniaanse hoofdstad Nairobi, soms tegen haar klanten. ‘Het is misschien prijzig, maar het komt op z’n tijd altijd van pas.’
Omdat korte verhalen goedkoper kunnen worden uitgegeven, zijn die in Kenia van oudsher populair. Onlangs verschenen is de bundel Big Little Fights, van de Keniaanse schrijver Jackson Biko. Alle verhalen draaien om het stel Rose en Ian. ‘Zij beleven dingen die oppervlakkig lijken, maar het niet zijn’, aldus Mungaj.
Zo gaan Rose en Ian samen mountainbiken. Maar Ian fietst harder over een lastig bospad en spurt ervan door, Rose achterlatend. Hij voelt zich schuldig en fietst terug, maar kan Rose niet meer vinden. Als ze uren later weer opduikt, vertelt ze hem dat ze genoten heeft van de fietstocht in haar eentje.
Maar Rose begint er daarna steeds weer over, zelfs jaren later op feestjes. ‘Ik werd door mijn vriend in het bos achtergelaten om te sterven.’
Het boek met de meeste ‘buzz’ van deze zomer – daarmee bedoelt Mungaj dat het gelezen wordt in boekenclubs en genoemd door ‘bookstagrammers’, influencers op Instagram die literatuur aanprijzen – dat is momenteel Rinsing Mũkami’s Soul van de Keniaanse cabaretier Njambi McGrath, die inmiddels in Engeland woont. Het verscheen in 2024 en is onlangs als paperback verschenen.
Dit maakt het verhaal sterk: elke Keniaan uit de middenklasse kan zich ermee identificeren. Mũkami is een jaar of 18 en zit in de jaren tachtig in de eindexamenklas van een even prestigieuze als verschrikkelijke kostschool (voor tieners in Kenia is dat nog steeds een rite de passage). Ze moet op zaterdag slaapzalen boenen en leert Engels praten zonder accent.
Een diploma van zo’n school betekent een ticket uit de armoede waarin ze opgroeide. Alleen: haar moeder kan de school niet betalen. Slechts met moeite wordt het schoolgeld bij elkaar geschraapt. En dan slaat het noodlot toe. Mũkami wordt verkracht door de jongen op wie ze verliefd is en een man die met hem samenspant.
Een week later durft ze ‘niet meer verder terug te denken dan de dag van gisteren’. De gevolgen wegen zwaarder dan het trauma zelf. Mũkami blijkt zwanger en wordt van school gestuurd, net als andere leerlingen die ook allemaal zwanger blijken – een indrukwekkende scène. Jullie meisjes zijn hooguit goed genoeg ‘om zelfgestookte alcohol te verkopen’, bijt de directrice hen toe.
Mũkami gaat op zoek naar een abortuskliniek, neemt min of meer wraak op de mannen die haar schooltijd zo gruwelijk beëindigden en durft daarna weer in de spiegel te kijken. Het boek eindigt met een plottwist die voor een Nederlandse lezer misschien als een verrassing komt, maar die dit verhaal wel bij uitstek Keniaans maakt.
Als je de bestsellerlijst van het weekblad Der Spiegel bekijkt, zou je denken dat de Duitsers op hun strandbed in Mallorca gewoon doorgaan met polariseren. In Du bist nicht allein blijft de rechtse journalist Jan Fleischhauer volhouden dat hij tegen de stroom in zwemt, ondanks zijn bestsellers en zijn honderdduizenden volgers op X. Waar Fleischhauer vindt dat de Wutbürger niet wordt gehoord, betoogt de linkse activist Arne Semsrott in Gegenmacht dat extreemrechts in feite de macht al heeft overgenomen, getuige het harde immigratiebeleid van de regering-Merz.
Maar misschien hebben die Duitsers in de mediterrane zon wel behoefte aan minder verhitte lectuur. Boven aan de bestsellerlijst staat Träume aus Feuer van Florian Illies, het slechts 144 pagina’s tellende verhaal van de opkomst en ondergang van de 17de-eeuwse alchemist Johannes Kunckel.
In oktober 1685 schonk Friedrich Wilhelm, keurvorst van Brandenburg, de alchemist het Pfaueninsel (‘pauweneiland’), een eilandje in de Wannsee tussen Berlijn en Potsdam. In alle rust, gevrijwaard van pottenkijkers, probeerde Kunckel hier de grote droom van de keurvorst te realiseren: goudmaken.
Zoals alle alchemisten faalde hij in deze opdracht, maar hij produceerde wel een bijzonder soort robijnrood glas, waar de Venetianen jaloers op waren en waarmee de keurvorst veel geld verdiende. Daarnaast produceerde hij kleurrijke kralen die in West-Afrika werden geruild tegen ivoor en goud. Zo kwam de keurvorst via een omweg toch aan zijn goud.
De keurvorst overleed in 1688 en zijn zoon moest niets van Kunckels experimenten hebben. Zijn werkplaats werd in brand gestoken, de onfortuinlijke alchemist moest alle kosten voor zijn werk terugbetalen. Geruïneerd verliet hij Berlijn.
Het is een verhaal als een sprookje, en latere generaties vroegen zich ook af of het niet verzonnen was. Pas in de jaren zeventig gaf een archeologische opgraving uitsluitsel: Kunckels werkplaats werd gevonden. Uiteindelijk zou het overigens goed aflopen met de alchemist. Hij emigreerde naar Zweden, waar hij dankzij zijn vakmanschap in de adelstand werd verheven en voortaan Johannes Kunckel von Löwenstern heette.
Florian Illies is een van de succesvolste non-fictieauteurs van Duitsland. Eerder scoorde hij met onheilszwangere boeken over het jaar 1913 en over de zomer die Thomas Mann en zijn familie in 1933 doorbrachten in het Zuid-Franse Sanary-sur-Mer. Waarschuwingen, verpakt in romantiek. Op het eerste gezicht lijkt Träume aus Feuer lichter, een duik in de barok om te ontsnappen aan onze lelijke tijd van oorlog en polarisatie.
Maar bij Illies is het heden nooit ver weg. In zijn hebzucht lijkt de keurvorst van Brandenburg op Donald Trump, zei Illies tegen de Süddeutsche Zeitung. En de alchemist Johannes Kunckel is Elon Musk, de technicus die de dromen van de heerser moet waarmaken. Träume aus Feuer is een verhaal over dromen, aldus Illies, en over de manier waarop dromen heel anders kunnen uitpakken dan verwacht.
‘In plaats van ons af te vragen waarom die jongens gevangenzitten, moeten we ons afvragen waarvoor.’ Aan het woord is dokter Rossignon, het meest duistere personage uit de roman Animal Colonial van de gevierde Guatemalteekse schrijver Rodrigo Rey Rosa (1958). Diezelfde vraag stelde de auteur zich toen hij zich verdiepte in de megagevangenis van de autoritaire Salvadoraanse leider Nayib Bukele.
Zijn nieuwste boek, dat in april verscheen, is het literaire antwoord op die vraag. Rey Rosa daalt af in een megagevangenis in het fictieve Midden-Amerikaanse land Nueva Verapaz, dat zich ergens tussen Guatemala en El Salvador bevindt. Hier regeert niet Bukele, maar de ‘Sterke Dame’. Haar gevangenis heet niet CECOT, maar PACT, een ‘hoogtechnologisch beveiligde gevangenis’ waar tussen beton en tl-licht 50 duizend kaalgeschoren gevangenen duizenden jaren straf uitzitten. In de volksmond heet de bajes ‘el Infiernón’, de overtreffende trap van de hel.
Zoals in El Salvador onder Bukele duizenden onschuldige burgers van straat zijn geplukt, zo wordt in de roman filmstudent Esteban Pace opgepakt wanneer hij voor een documentaire afspreekt met een ex-bendelid (bijgenaamd ‘el Muerto’). De vrouwelijke hoofdpersoon Silencio, die voor een organisatie uit Den Haag op ‘bureaucratisch-humanitaire missie’ is om de omstandigheden in de gevangenis te onderzoeken, stemt in met het verzoek van Estebans oom (tevens een oude vriend en geliefde) om te helpen bij diens ontsnapping.
Het Infiernón blijkt een laboratorium te zijn waarin de gevangenen dienen als proefdieren in een megalomaan experiment van dokter Claudio Rossignon Mansilla. Met zendertjes verbindt hij duizenden hoofden tot één ‘meta-corporaal megabrein’. Zijn ‘Interceph’ functioneert als een kolonie zeesponsen, mijmert Rossignon tegenover Silencio. Zij noteert in een brief aan haar opdrachtgever: ‘Aanbeveling: creëren van een solide ethisch kader om rechtmatige toepassing te waarborgen.’
Zie de beelden van Bukeles megagevangenis (die we vooral kennen uit de Salvadoraanse staatspropaganda) en je kunt je zomaar voorstellen dat de duizenden kale, halfnaakte mannen een chip in het achterhoofd hebben. Het megalomane experiment van gekke professor Rossignon valt te lezen als waarschuwing voor de AI-wedloop tussen de techbro’s van Silicon Valley.
Rey Rosa neemt een fantastische afslag wanneer gevangene Esteban de hoofdzender opzet en een kolonie van zevenduizend gevangenen aanstuurt tot het bouwen van een menselijke brug over de gevangenismuur. Enkele duizenden weten te ontsnappen, totdat het leger het vuur opent en de brug instort. Vervolgens komt het kleine land in opstand tegen de Sterke Dame en grijpt een progressieve generaal de macht.
De auteur kon het niet laten zijn boek een gelukkig einde te geven, zegt hij in een interview met de Spaanse krant El Mundo. ‘In de literatuur kunnen we ons revancheren op datgene wat ons niet bevalt.’ In de echte wereld zit Bukele stevig in het zadel en geldt hij als lichtend voorbeeld voor een groeiend aantal ultrarechtse (Latijns-)Amerikaanse leiders.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant