Op de laatste avond van de huwelijksreis van Wim Groenendijk (38) en zijn vrouw Gabriëlla in Nice veranderde hun leven voorgoed. Tien jaar later blikt Wim terug op de aanslag van 14 juli 2016, waarbij 86 mensen omkwamen. "We moesten vluchten langs alle slachtoffers."
Op de avond van 14 juli, de Franse nationale feestdag, zit de sfeer er in Nice goed in. Overal op de promenade spelen bandjes. Het pasgetrouwde koppel zit met een fles wijn op het strand en kijkt in het donker naar de vuurwerkshow.
Om 22.00 uur is de show afgelopen. Ze lopen op hun gemak met de menigte mee terug richting de boulevard. "Het was druk, maar het verliep gemoedelijk. Niemand was aan het dringen." Ze komen aan bij de Promenade des Anglais. Ze wachten nog even tot de drukte afneemt en luisteren ondertussen naar een rock-'n-rollbandje.
Achter zich hoort Wim ineens "veel kabaal en rumoer" waardoor hij zich omdraait. Een witte vrachtwagen raast op een halve meter langs hem en zijn vrouw. "Meteen is duidelijk: dit is foute boel." Hij ziet mensen om hen heen zich aan de truck vastklampen, in een wanhopige poging het voertuig tegen te houden. "Het ging zo snel. Voordat je doorhad wat er gebeurde, was hij al langs ons." Vijf seconden later hoort Wim schoten.
Hij beseft dat het gaat om een "dodemansrit". Zonder aarzelen pakt hij de hand van zijn vrouw en rennen ze in de richting waar de vrachtwagen vandaan kwam, waar die al een slagveld heeft aangericht. "We moeten weg van het strand, we moeten in veiligheid komen", is het enige dat Wim kan denken.
Ze steken de promenade over en worden geconfronteerd met een spoor van vernieling. Overal langs de weg liggen gewonden en doden. "We moesten langs de slachtoffers om de oversteek te maken", vertelt Wim. "Dat was heel heftig." Uit respect voor de slachtoffers en nabestaanden weidt Wim niet verder uit over hoe deze mensen erbij lagen, maar het is hem direct duidelijk dat er tientallen doden zijn gevallen.
Hij schreeuwt naar zijn vrouw dat ze haar ogen dicht moet houden en hem vast moet houden, en dat ze daar onmiddellijk weg moeten. Zijn vrouw daarentegen wil de slachtoffers, en dan met name de kinderen langs de weg, te hulp schieten.
Ze rennen verder de stad in, niet wetende of er nog meer terroristen rondlopen. Een paar straten verderop zitten mensen nog gewoon wat te drinken op terrasjes. "Een heel rare gewaarwording", omschrijft Wim. "Mensen daar hadden niks door, ze hadden alleen wat rumoer gehoord."
Na twintig minuten komen ze aan bij hun hotel, waar ze zich opsluiten in hun kamer. Ze bellen familie en vrienden om te laten weten dat ze oké zijn. De twee proberen te begrijpen wat er is gebeurd. De angst daalt langzaam in.
Ze slapen die nacht amper. De volgende dag drinken ze nog een kop koffie in de stad, waar de sfeer "heel raar is". Ze leggen een bloemetje op de plaats des onheils.
De twee denken bij thuiskomst in eerste instantie dat ze niets aan het voorval over hebben gehouden, maar na een paar dagen beginnen de nachtmerries. Voor Wim komt telkens hetzelfde stuk terug in zijn dromen, namelijk "vanaf het moment dat we bij de muziek staan, totdat we bij het hotel zijn. Dat blijft zich maar herhalen in mijn hoofd."
Na een week gaat Wim weer aan het werk. Als hij de metro in stapt, slaat de paniek toe en voelt hij zich opgesloten. "Ik had het gevoel dat ik geen kant op kon. Ik was bang dat er weer iets zou gebeuren."
Die angst blijft hem achtervolgen. "Ik beleefde angst echt op een manier die ik niet ken", legt hij uit. "Op alle openbare plekken, binnen of buiten, groot of klein, was ik bezig met zoeken naar uitgangen."
Zelfs als hij het koud heeft, gutst hij op bepaalde momenten van het zweet. "Als ik een verdachte tas zag, stond ik helemaal aan. Soms stapte ik drie metrostations eerder uit en ging lopen, omdat die ritten hels waren."
Waar Wim en Gabriëlla gaandeweg achter komen, is dat ze praktisch gezien hetzelfde hebben meegemaakt, maar het heel anders hebben beleefd. "Onze tijdslijnen lopen door elkaar heen", legt hij uit. "Daardoor kwamen we vaak in discussies terecht als we ons verhaal vertelden."
Ook emotioneel staan ze er anders in. "Waar ik voornamelijk kampte met angsten, had mijn vrouw enorm last van schuldgevoelens." Zijn angsten kosten Wim iedere dag veel energie. "Mijn lichaam zat de hele dag in de stress. Soms ging ik hardlopen en kon ik het beetje loslaten, maar dan begon het de volgende dag weer opnieuw."
Ze glijden allebei steeds verder weg en belanden in de periode na de aanslag in een "diep zwart gat". Het echtpaar zoekt hulp, waardoor Wim en Gabriëlla leren te accepteren dat ze bepaalde momenten van de aanslag anders hebben beleefd.
Als ze in oktober ontdekken dat ze in verwachting zijn van een kindje, gaat er "een knop om", vertelt hij. "We konden ons op iets positiefs gaan richten."
Aankomende september gaan Wim en Gabriëlla voor het eerst terug naar Nice, tien jaar na de aanslag. Dan rennen ze samen de marathon, met als eindpunt de promenade. "Het voelt alsof de cirkel dan rond is."
Hoe vreselijk hun ervaring ook is geweest, ze zijn het erover eens dat ze er sterker uit zijn gekomen. "In het begin weet je niet hoe je uit de put moet komen, en óf je er uit komt." Hij hoopt dat anderen die iets traumatisch meemaken zichzelf ook als slachtoffer zien, ook al hebben ze geen lichamelijke verwondingen. "Dan kun je ermee aan de slag. Je komt er echt sterker uit, ook al zie je dat in het begin niet."
Het huwelijk van Wim en Gabriëlla is onlosmakelijk verbonden met de aanslag. "Als ik denk aan onze trouwerij, dan denk ik aan de aanslag. Die hangt als een sluier over de dag heen." Het onbezorgde genieten proberen ze nu heel bewust mee te geven aan hun drie kinderen. "Dat staat elke dag centraal." Maar voor hen is er duidelijk "een leven voor, en een leven na Nice."
Source: Nu.nl algemeen