Kerkrade verwelkomt deze maand duizenden muzikanten voor ‘de Olympische Spelen van de blaasmuziek’. Nederlandse orkesten winnen minder vaak dan vroeger, mogelijk door bezuinigingen in het muziekonderwijs. ‘In België keken we vroeger jaloers naar het muziekonderwijs in Nederland.’
is binnenlandverslaggever van de Volkskrant.
Op een parkeerplaats voor een betonnen kantoorgebouw, op een steenworp afstand van het Parkstad Limburg Stadion in Kerkrade, staan mannen en vrouwen in bordeauxrode uniformen hun lippen los te blazen en hun vingers soepel te spelen. Het is zaterdagochtend, over een uur moet het muziekkorps aan de bak voor hun optreden op het Wereld Muziek Concours (WMC), ook wel ‘de Olympische Spelen van de blaasmuziek’ genoemd.
MV Noordenveld uit het Drentse Roden doet bij de Mars- en Showwedstrijden mee in de categorie ‘Show’. Dit betekent dat de leden niet alleen marcheren tijdens het spelen, maar ook een hele choreografie met pasjes en dansjes hebben voorbereid. Ook zijn er danseressen bij: een color guard die hier op de parkeerplaats nog even oefent met het zwaaien van vlaggen en het gooien en vangen van sabels.
Maikel Meulema (36) kijkt ontspannen toe. Als instructeur heeft hij het korps ruim een jaar op deze wedstrijd voorbereid. Hij ontwierp een show met als thema Cuba, wat verklaart waarom hier nu de klanken van de Buena Vista Social Club klinken. Ook begeleidde Meulema, die in Roden opgroeide en zelf bij de band speelde, de wekelijkse repetities.
‘Tijdens deze warming-up moeten ze in hun concentratie komen’, zegt hij. ‘Even al het andere in het leven vergeten.’
Zo zullen de komende weken meer muziekkorpsen zich klaarmaken voor een optreden. Kerkrade is tot 2 augustus de wereldhoofdstad van de blaasmuziek. Wat in 1951 begon als een wedstrijd tussen een plaatselijk muziekkorps en een korps uit Wales groeide uit tot een internationaal befaamd muziekfestival dat hier elke vier jaar wordt gehouden.
Dit jaar strijken er in de voormalige mijnstad circa twintigduizend amateurmuzikanten neer die samen 253 orkesten vormen: brassbands, percussie-ensembles, fanfareorkesten en harmonieorkesten. Ze strijden tegen elkaar in verschillende disciplines en op verschillende niveaus, waarbij een jury hun prestaties beoordeelt. MV Noordenveld komt uit in de eerste divisie, onder de Championshipdivisie en de Werelddivisie.
Wat er zo mooi aan is? ‘Kijk’, zegt WMC-directeur Bart van der Roost in de wandelgangen van het stadion, ‘je kunt naar het Concertgebouw in Amsterdam gaan als je klassieke muziek wilt horen. En dat is een fantastisch goede keuze. Maar hier zie je mensen als jij en ik in de orkesten: de bakker, de advocaat, een werkloze, een huisvrouw. En die bereiden zich soms drie of vier jaar voor om hier één keer een topprestatie te leveren. Dat leidt tot een enorme ontlading.’
Rond kwart voor elf verzamelen de leden van MV Noordenveld zich voor de tunnel waardoor ze straks het stadion zullen betreden. Ze drinken nog een bekertje water.
Joost Scholtens (38), een forse man met een lange baard, heeft het jasje van zijn uniform vanwege de hitte nog even uitgetrokken. Tweemaal eerder deed hij al mee aan het Wereld Muziek Concours, vertelt hij, en toen waren zijn verwachtingen misschien te hoog, waardoor het juryoordeel tegenviel. Dit keer gaat hij daarom niet per se voor een hoge score, maar vooral voor het plezier. ‘Ik heb geen verwachtingen. Al gaan we natuurlijk wel ons stinkende best doen.’
Dan geeft Maikel Meulema een korte peptalk: ‘We staan hier met elkaar. Dat moet je beseffen als je het veld op loopt, en ook als je er straks af loopt: wat ben ik trots op deze groep Noordenvelders!’
Om half twaalf stampen ze door de tunnel. De hoofdtribune van het stadion zit helemaal vol.
Gaat het goed met de muziekkorpsen? In de wandelgangen van het stadion wil de Vlaamse festivaldirecteur Van der Roost nog wel een kritische noot kraken. Tot ongeveer 2012 wonnen Nederlandse muziekkorpsen hier heel vaak, zegt hij. ‘Nederland was een gidsland, in België keken we vroeger jaloers naar het muziekonderwijs en de kwaliteit van de orkesten.’
Maar die tijd is voorbij. De laatste jaren winnen steeds vaker ‘de Noren, Portugezen, Belgen en Fransen’, zegt Van der Roost. Hij vermoedt dat dit te maken heeft met de bezuinigingen in 2011, doorgevoerd door een minister wiens naam hij met weinig liefde uitspreekt: ‘Halbe Zijlstra’. Sindsdien zijn veel muziekscholen in dorpen en steden gesloten.
Van der Roost hoopt dat het huidige kabinet weer gaat investeren in muziek. ‘Dan zijn er over vier of acht jaar weer meer kansen voor Nederland om te winnen.’
Circa twintig minuten nadat de musici en de danseressen van MV Noordenveld het stadion in marcheerden, lopen ze er trommelend weer uit. Eerst nog keurig in formatie, de gezichten strak, maar halverwege de tunnel verschijnt her en der een voorzichtige glimlach.
Pas na een signaal van de voorman volgt de echte opluchting. ‘Yes!’ roept iemand. De muzikanten en danseressen schudden elkaar de hand, vliegen elkaar om de hals. Joost Scholtens, de sousafoonspeler, slaakt een oerkreet. Maikel Meulema deelt schouderklopjes uit. ‘Goed gedaan, jongens!’
‘Mooi, hè?’ zegt de instructeur even later, nog onwetend dat ze uiteindelijk als tweede van vijf deelnemers zullen eindigen in de competitie. ‘Het ging soms niet helemaal zoals het moest, omdat mensen onder druk nu eenmaal rare dingen doen. Ze missen soms een noot, of een rijtje dat al maanden recht staat, staat ineens scheef. Maar ach, dat zijn details.’
Scholtens voelt zich ondertussen euforisch. ‘Fucking awesome dit’, zegt hij. ‘De spanning in de tunnel: je ziet de tribune nog niet, en dan kom je het stadion in, zie je het publiek en heb je zó veel zin om te spelen. En dat je tijdens de show dat applaus krijgt, en dat de instructeurs helemaal uit hun dak gaan langs de lijn… Dit is de ontlading na honderden uren werk.’
Source: Volkskrant