Home

De parkinsonprof die zich uitspreekt over pesticiden: ‘Met een minder krachtig verhaal kom je niet in talkshows’

Veroorzaken pesticiden de ziekte van Parkinson? Hoogleraar Bas Bloem treedt op de voorgrond in een verhit debat. Bloem ziet zichzelf óók als activist. ‘Al die mensen schuifelend, trillend de weg zoekend. Het motiveert je tot het bot om door te gaan.’

schrijft voor de Volkskrant over medisch onderzoek, psychologie en (neuro-)biologie.

Binnen een paar uur was het raak, vertelt parkinsonhoogleraar Bas Bloem. Kort nadat hij zich eerder dit jaar had versproken op NPO Radio 1, stroomden de reacties binnen. ‘Die varieerden van ‘het klopt niet’ tot ‘pathologische leugenaar’.’

Wat er gebeurde: de neuroloog vermoedt dat de beruchte onkruidverdelger glyfosaat de ziekte van Parkinson kan veroorzaken, en tijdens het interview zei hij ‘in een reflex’ dat het middel op appels wordt gespoten. ‘Als wetenschapper moet je zuiver zijn. Dus heb ik meteen gezegd: sorry, dat is fout. Maar ik ben toen door een kleine groep vanuit de land- en tuinbouwsector echt geslachtofferd op sociale media.’

Binnen de parkinsongemeenschap is arts-onderzoeker Bas Bloem (59) van het Radboud UMC in Nijmegen een vertrouwd gezicht. De ziekte van Parkinson is een progressieve en dodelijke hersenaandoening die het mensen steeds moeilijker maakt om te bewegen of zelfs overeind te staan. De diagnose treft elk jaar 3.700 mensen, alleen al in Nederland.

Tegelijk treedt Bloem de laatste vijf jaar ook geregeld naar buiten in talkshows en op de radio, waarbij zijn strijd tegen pesticiden het zichtbaarst is. De hoogleraar is ervan overtuigd dat niet alleen glyfosaat, maar ook andere bestrijdingsmiddelen parkinson veroorzaken. Voor boeren is dat bij sommige middelen aangetoond, maar stevig wetenschappelijk bewijs ontbreekt voor de mate waarin omwonenden de ziekte daardoor zouden oplopen, blijkt uit diverse studies. Bloems overtuiging levert hem navolging op, maar kan ook schuren.

Zo reageerden landbouworganisaties juist opgelucht op een van Bloems recentste onderzoeken. Tot op wijkniveau registreerde hij samen met epidemiologiehoogleraar Roel Vermeulen van de Universiteit Utrecht wáár in Nederland het vaakst nieuwe parkinsondiagnoses opduiken, van dorpen vlak bij akkers tot hoogbouw in steden. Het mondde uit in de allereerste ‘parkinsonkaart’ van Nederland. Opvallend: bekende landbouwgebieden zoals de Bollenstreek of de Betuwe bleken toch geen hotspots voor nieuwe parkinsongevallen. Maar dat maakt pesticiden niet onschuldig, haast Bloem zich eraan toe te voegen, iets dat hij het afgelopen halfjaar vaak heeft moeten doen, zegt hij.

Een dubbelrol is het: Bloem is academicus en pleitbezorger tegelijk. Een mediaprofessor die, zegt hij vandaag, nu ook zelf mediatraining geeft aan studenten, artsen en onderzoekers.

We spreken Bloem in de kantine van de parkinsonafdeling in het Radboud UMC, terwijl hij net terug is van het World Parkinson Congress in Phoenix in de Verenigde Staten, vol wetenschappers, patiënten en zorgverleners. Op de gang naar de volgende sessie kwam hij geregeld patiënten tegen. ‘Al die mensen schuifelend, trillend de weg zoekend, bijna achterovervallend. Het motiveert je tot het bot om door te gaan. Ik heb op verzoek van patiënten denk ik wel duizend selfies met ze gemaakt. Ik ben erg lang en steek overal bovenuit natuurlijk. Omdat ik veel doe met patiëntgerichte zorg, ben ik voor velen een baken van hoop. Herkenbaar en zichtbaar.’

Hoe begon het, die interesse voor Parkinson?

‘Mijn moeder had multiple sclerose, MS dus. Ze trouwde in de rolstoel. Ze vroeg aan de gynaecoloog of ze nog kinderen mocht krijgen, maar het antwoord was nee, de bevalling wordt te zwaar. Toen ze thuis kwam, zei ze desalniettemin: we hebben groen licht. Ik ben een illegaal kind, ik had er nooit mogen zijn.

‘Hypergemotiveerd door wat ik thuis zag, wilde ik neuroloog worden. Niet zomaar een neuroloog, maar een MS-neuroloog. Dus ik ging neuroimmunologie-onderzoek doen. Na een jaar wilde ik wel naar Amerika. Net die week werd ik voorgesteld aan de Amerikaanse neuroloog Bill Langston, en ik vroeg: is dit een MS-topper? Nee, dit is dé man op het gebied van parkinson.

‘Maar ik ging toch, en ik zat daar in het instituut toen Bill net had ontdekt hoe de stof MPTP toxisch is voor hersencellen, op een manier die typisch is voor de ziekte van Parkinson. Hij zei als eerste ter wereld: hé, zou iets in onze omgeving parkinson kunnen veroorzaken?

‘En Carlie Tanner werkte er toen ook. Die zag dat parkinson bij eeneiige tweelingen met dezelfde aanleg niet vaker voorkomt dan bij tweelingen met verschillende aanleg. Het is dus niet bijzonder erfelijk. Ook dat wijst op een oorzaak uit de omgeving.

‘In dezelfde periode had je ook de Canadese neuroloog, André Barbeau, dat is een van mijn grote helden, die het eerste landkaartonderzoek met parkinson uitvoerde, Op die kaart zag je een vlekkenpatroon. Hij liet zien dat de ziekte in de provincie Quebec vrijwel een-op-een correleerde met ‘de concentratie van pesticiden in het grondwater’.

‘Ik werd daar totaal gegrepen door die bevindingen en natuurlijk ook door de patiënten. Dat zijn allemaal heel lieve mensen. Dit moest ik gaan doen.’

U hebt gezegd dat u activistisch bent als het aankomt op het bestrijden van vervuiling en de link met parkinson. Valt dat te combineren met uw rol als wetenschapper?

‘Ik heb me weleens activist genoemd omdat ik me oprecht zorgen maak. Maar dat ik me vervolgens uitspreek, zie ik als mijn maatschappelijke verantwoordelijkheid als academicus. Ik moet verantwoording afleggen aan de samenleving en kennis delen.’

Zou u op de A12 gaan staan?

‘Daar ben ik voor gevraagd, hè. Maar ik zei nee. En de Parkinson Vereniging vroeg mij ook mee te lopen met een demonstratie in Den Haag, maar ook dat wilde ik niet.’

Wat doet u dan wel?

‘Ik wil de wetenschapper aan tafel zijn die een genuanceerd debat voert. Dat deed ik bijvoorbeeld bij de Tweede Kamer en het rondetafelgesprek over de toelating van bestrijdingsmiddelen. Dat vind ik namelijk een wantoestand in onze samenleving. Het beleid klopt niet en we zien een groei van parkinson die op zijn minst voor een deel te voorkomen is. Dat verdient aandacht.’

Het verband tussen pesticiden en een hoger risico op parkinson is aangetoond bij boeren die vroeger met meerdere pesticiden werkten, waaronder het nu verboden middel paraquat. Maar buiten dat middel, en bij omwonenden, is zo’n sterk verband nooit gevonden. Toch zegt u op diverse podia dat pesticiden ook voor omwonenden een belangrijke oorzaak zijn van de ziekte.

‘Dat is ook lastig. Dat pesticiden een rol spelen is zeker, maar hoe groot die rol bij omwonenden is, weten we niet. Wetenschap, in het gunstigste geval, maakt onzekerheid een stukje kleiner. Dat geldt ook voor ons onderzoek.

‘Maar we maken het onszelf als wetenschappers wel lastig. Want op het moment dat je minder stellig bent en zegt dat je het niet zeker weet, zeggen de lobbyisten van de landbouwindustrie: o, dan weet je dus niet waar je het over hebt. Of erger nog, je bent een leugenaar. In dat moeras word ik nu gezogen.’

Het helpt misschien niet dat u eerder zei dat er meer parkinson in de Bollenstreek voorkomt. In uw eigen nieuwe onderzoek, dat voor het eerst op een kaart van Nederland laat zien waar het vaakst nieuwe parkinsondiagnoses aan het licht komen, blijkt zo’n gebied juist geen hotspot voor de ziekte.

‘Veel van die eerste ideeën over gebieden met meer parkinson waren anekdotes. Bij de Bollenstreek ging het destijds om een eerste bevinding uit wetenschappelijk onderzoek door Nederlandse onderzoekers. Dat heb ik toen ook gezegd. Maar inderdaad, die zie je nu niet zomaar terug op de parkinsonkaart.’

Ik kan me voorstellen dat de telers en omwonenden in die gebieden dit voortschrijdend inzicht behoorlijk anders beleven.

‘Dat snap ik helemaal.’

Van sommige andere gemeenten met tuinders is bekend dat omwonenden boos zijn, ook op de boeren.

‘Ja, ik realiseer het me goed. Dat vind ik ook oprecht vervelend voor die boeren en tuinders. Ik hoor verhalen van boeren die worden uitgescholden langs het erf. Als jouw woorden daartoe leiden, dan is dat niet leuk, nee.

‘Ik heb onderschat dat door die pesticidendiscussie een individuele boer of tuinder zich aangevallen kon voelen. En dus zeg ik nu consequent, in ieder interview, en ik wil dat je dit opneemt: ik verwijt ze helemaal niks. Want het wordt boeren natuurlijk totaal niet makkelijk gemaakt om andere middelen te gebruiken. Zij zijn ook slachtoffer van het toelatingsbeleid en de chemische industrie.’

De botsingen hebben wel iets opgeleverd, vindt Bloem. ‘Binnenkort ga ik naar een tuindersbedrijf. Ik wil altijd de dialoog aangaan. Ik vind het oprecht interessant om te leren wat zij zelf al doen, welke stappen ze zetten om zichzelf te beschermen en om het gebruik van pesticiden terug te dringen.’

Hoe reageren de grote landbouworganisaties?

‘Na het landkaartonderzoek heeft de land- en tuinbouwlobby gezegd: er is dus niets aan de hand. Wat ik zo interessant vind aan de reacties is dat diezelfde landbouwindustrie zegt: wij geloven Bas Bloem niet met zijn tientallen publicaties, maar die ene publicatie van Bas Bloem, die ook van Bas Bloem is, die geloven we wel. Dat kan niet allebei. Of je gelooft de wetenschapper Bas Bloem en dan maak je je daverend zorgen over de omgeving en parkinson. Of je gelooft hem niet, maar dan geloof je zijn landkaartonderzoek ook niet.’

Bovendien, benadrukt Bloem, pleit het landkaartonderzoek pesticiden ‘op geen enkele manier vrij’. De kaart, legt hij uit, is een momentopname. En de ziekte van Parkinson ontwikkelt zich langzaam, gedurende tientallen jaren. Dus zonder te weten waar al die mensen de afgelopen jaren hebben gewoond en gewerkt, wat ze hebben gegeten en wat hun genetische risico is, is het onmogelijk om precieze oorzaken aan te wijzen voor de parkinsonclusters op de kaart. Dat kan voor sommige mensen alsnog pesticiden zijn geweest, aldus Bloem.

Het verband tussen parkinson en bestrijdingsmiddelen is niet eenvoudig, zegt u zelf ook. Waarom schuift u dan wel aan bij de talkshow van Eva Jinek met patiënten die naast een boomgaard hebben gewoond? Kijkers zullen denken: parkinson, dat komt door die boomgaard.

‘De talkshow wil natuurlijk graag een verhaal van die patiënten. En eigenlijk is dat heel ingewikkeld, want je kunt per persoon nooit zeggen waar je je parkinson aan te wijten hebt. Dus dat heb ik ook altijd gezegd. Ik denk dat ik nooit roekeloos ben geweest in mijn taalgebruik, maar ik ben er wel nog voorzichtiger in geworden.’

Zou u het weer zo aanpakken in een nieuw talkshowoptreden?

‘Ik denk het wel. Als wetenschapper ben ik ervan overtuigd dat de omgeving een rol speelt bij parkinson en dat we iets moeten doen als samenleving om de groei van die ziekte terug te dringen.

‘Storytelling helpt daarbij. Ik kan goed duiden waarom die mensen daar zitten en weet ook dat die mensen zelf ook niet met zekerheid kunnen zeggen waarom ze parkinson hebben. En volgens mij is dat ook aan tafel gezegd.

‘Het blijft lastig natuurlijk. Maar wat moet je dan doen? Moet je je terugtrekken of kiezen voor een minder krachtig verhaal? Het alternatief is namelijk dat je niet bij Jinek zit. Zo plat is het.’

Vakgenoten schrijven: de aandacht voor pesticiden bij parkinson is nu wel erg groot, er kunnen meerdere oorzaken zijn.

‘De disproportionele aandacht voor pesticiden is zowel terecht als onterecht. Onterecht, omdat het zeker niet alleen pesticiden zijn. Ik kan ook vaker over luchtvervuiling praten of andere oorzaken. Maar de aandacht is wel terecht omdat pesticiden het langst en best bestudeerd zijn en een knop vormen waaraan we kunnen draaien.’

Bloem hoopt strengere regelgeving af te dwingen voor de chemische industrie. Die bedrijven zijn hem een doorn in het oog: ‘Ik wantrouw ze enorm.’ Producent Syngenta wist bijvoorbeeld dat hun middel paraquat parkinson kon veroorzaken, zegt hij. Maar het bedrijf hield dat jarenlang achter, blijkt uit geheimgehouden documenten die de Britse krant The Guardian inzag.

U vertelt in de media ook geregeld over hoe je parkinson kunt voorkomen door intensief te sporten of symptomen te onderdrukken door kunst te beoefenen. Maar dat zijn uw eigen lopende onderzoeksprojecten, dus de antwoorden zijn er nog niet. Vakgenoten zeggen dat u daarmee op de zaken vooruitloopt.

Nog voor Bloem antwoordt, wil hij weten welke vakgenoten dat hebben gezegd. Hij gokt op een naam en zegt vervolgens dat deze persoon ‘superkritisch’ is. ‘Dat is natuurlijk heel goed, maar hij komt niet met inhoudelijke tegenargumenten.’

Maar vervolgens: ‘Ja, kijk, ik kan mensen enthousiasmeren. Dat is mijn kracht, denk ik. Maar als je kijkt naar de relatie tussen bijvoorbeeld kunst, creativiteit en dopamine aan de ene kant, en parkinson, ja, dan is dat best overweldigend. Die link is er.’

‘Overweldigend’, is dat niet wat sterk voor iets dat nog bewezen moet worden?

‘Met ‘overweldigend’ bedoel ik dat de verbanden veelomvattend zijn op dit moment. Er zijn honderden observaties bij mensen die dopamine krijgen, en voor het eerst creatief worden. We hebben twee gepubliceerde onderzoeken waaruit blijkt dat kunstenaars minder vaak parkinson krijgen. Als je dat allemaal optelt, is er zoveel rook dat je denkt: nou, daar moet een vuurtje zijn.

‘Of het uitoefenen van kunst of het genieten ervan een helende werking heeft, vergt een gedegen klinische studie. Daar heb ik een wetenschappelijk artikel over geschreven,If Art Were a Drug’. Een van mijn mooiste stukken was dat, het toppunt van nuance.’

Maar televisiekijkers of radioluisteraars lezen dat genuanceerde artikel niet.

‘Daar krijg je maximaal tien minuten. Maar het is inderdaad nog de vraag of je kunst vervolgens gedoseerd kunt toepassen. Ik heb op de televisie gezegd: we moeten het nog wel aantonen.’

U hebt er al 25 jaar op zitten in dit onderzoeksgebied. Wat is uw grootste teleurstelling?

‘Ik ben niet snel teleurgesteld. Ik ken een psychiater die denkt dat ik een mutatie heb in het gen voor optimisme.

‘Toch heb ik een voorbeeld. Wij waren heilig overtuigd van de meerwaarde van gespecialiseerde parkinsonverpleegkundigen. Dus wij kregen een subsidie om eindelijk eens die meerwaarde te onderzoeken. En toen kwam dat er maar mondjesmaat uit. Wij moeten meer verpleegkundigen hebben, dat is zeker. Maar we moeten verzekeraars overtuigen van het kostenplaatje. En dat blijkt gewoon ontzettend moeilijk om te onderzoeken.’

Wat is uw hoop voor de toekomst?

‘We gaan op individueel niveau kijken naar wat iemand de afgelopen dertig jaar heeft gehad aan blootstelling in de omgeving. Wat heb je gegeten? Waar heb je gewerkt en gewoond? Dat gaan we onderzoeken bij vijftienhonderd mensen die net de diagnose parkinson hebben gekregen.

‘Het zou daarnaast echt hartstikke mooi zijn als alle mensen met parkinson toegang hebben tot goede zorg. De mensen die in mijn poli komen zijn vooral hoogopgeleide, witte mannen. Vrouwen, mensen met een taalachterstand of migratieachtergrond zijn ondervertegenwoordigd. Ze hebben de diagnose, maar krijgen de zorg niet.

‘Wat ik zelf niet helemaal ga meemaken, maar waarvan ik hoop het begin te zien: dat Nederland een gidsland wordt waarin we in een sfeer van samenwerking innoveren en een transitie maken naar biologische landbouw. Waar mensen met plezier veilig kunnen werken en wonen op het platteland.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next