De wetenschapsredactie beantwoordt grote en kleine vragen die lezers bezighouden. Deze week: kunnen treinen in de spits sneller vertrekken als er aparte deuren zijn voor in- en uitstappen?
Het bekende instapritueel van de stoppende trein. Reizigers drukken samen rondom de deuren, de uitstappers verlaten de trein eerst en de instappers gaan naar binnen. Zou dat sneller kunnen met aparte deuren voor in- en uitstappen, vraagt luisteraar van onze wetenschapspodcast Ab Leenstra zich af, in plaats van die wisselstroom bij elke deur?
Om die vraag te beantwoorden, moeten we kijken naar iets wat experts de ‘halteertijd’ noemen. Dat is de tijd dat een trein stilstaat op een perron, en het in- en uitstapproces speelt daar een grote rol.
Nederlandse treinexperts mikken op minimale halteertijden. ‘Dat heeft twee voordelen’, aldus Niels van Oort, universitair hoofddocent openbaar vervoer aan de TU Delft. ‘Een: het is goedkoper. Als een trein sneller rijdt, zijn er uiteindelijk minder treinen nodig op een traject. Twee: het maakt de reisplanning betrouwbaarder, want soepel in- en uitstappen leidt tot minder variatie in de halteertijd. Dat is prettig voor de reiziger.’
Helaas verlagen aparte deuren de halteertijd niet. ‘Verschillende in- en uitstapdeuren maken treinreizen niet sneller’, zegt Thijs van Daalen, strategisch adviseur bij de NS. ‘Bij de NS hebben we het overwogen. We hebben zelfs proefritten met collega’s getest.’ Volgens grove berekeningen van experts wordt de halteertijd zo juist een derde keer langer.
Dat zit zo: om in- en uitstappen te scheiden, kun je nog maar bij de helft van het huidige aantal deuren instappen. In theorie zouden zulke aparte deuren sneller zijn als er altijd een gelijke verdeling is van in- en uitstappende passagiers. ‘Maar het verschilt per halte heel erg hoeveel mensen in- en uitstappen’, vertelt Van Daalen. ‘Meestal stappen meer mensen in dan uit, of andersom.’ In dit geval leiden aparte deuren er alleen maar toe dat alles langer duurt, vanwege de lagere ‘deurcapaciteit’. Deuren bijbouwen is geen optie: dan zijn er uiteindelijk minder zitplekken in een trein.
Er zijn wel andere zaken die de halteertijd verkleinen. ‘Een gelijkvloerse instap is heel belangrijk’, vertelt Van Oort. Dat leidt ertoe dat reizigers met rolstoelen, kinderwagens of koffers sneller instappen. De oplettende reiziger heeft misschien al weleens gezien dat de moderne sprinters en intercity’s om die reden ook even hoog zijn als het perron.
Een betere spreiding van reizigers over treinen leidt ook tot een lagere halteertijd. ‘Zowel de spreiding in één trein als tussen andere treinen is belangrijk’, zegt Van Daalen. Op de meeste NS-schermen staat waar op het perron een trein stopt, zodat reizigers zich alvast kunnen verplaatsen. Let maar eens op: onder de tussenstations staat een plaatje van een trein met een locatiepin, die laat zien waar je bent ten opzichte van de trein. Dat voorkomt hordes mensen voor één deur, terwijl de deuren verderop rustig zijn. Daarnaast meldt de NS-app ook met druktepoppetjes hoe druk een trein gaat zijn. Daarmee hoopt NS ook dat mensen voor een rustigere trein kiezen.
Andere landen gebruiken meer strategieën om in- en uitstappen te versnellen, aldus Van Oort. Zo staan bij Japanse treinen of Franse metro’s op de grond instapzones gemarkeerd. In Madrid gaat in- en uitstappen zelfs aan verschillende kanten van de metro, maar hiervoor zijn dus wel dubbele perrons nodig. Nederland houdt de focus voorlopig op de spreiding. Van Daalen: ‘We kunnen onze perrons niet ineens ombouwen. Daarom zetten we bij de NS in op reizigers zoveel mogelijk te verspreiden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant