Home

Opinie: Een verbod op handel met illegale nederzettingen vereist geen unanimiteit, maar politieke wil

Vandaag bespreken de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU de juridische en politieke ruimte voor de Europese Unie om handel met illegale Israëlische nederzettingen te verbieden. Als het aan een brede groep Europarlementariërs ligt, staat niets meer zo’n handelsverbod in de weg.

Twee jaar nadat het Internationaal Gerechtshof zijn advies heeft uitgebracht over het bezette Palestijnse gebied, blijft de Europese Unie handel drijven met de illegale Israëlische nederzettingen. De conclusie van het Hof liet geen ruimte voor twijfel: Israëls voortdurende aanwezigheid in het bezette gebied is volgens het internationaal recht onwettig.

Het Hof maakte ook duidelijk dat derde staten een verplichting hebben om geen handels- of investeringsrelaties te onderhouden die bijdragen aan het in stand houden van deze illegale situatie. Tot op heden heeft de Europese Unie nog altijd niet aan die verplichting voldaan. Dat moet nu veranderen.

Dat Israëlische nederzettingen in het bezette Palestijnse gebied illegaal zijn volgens het internationaal recht, staat niet ter discussie. Dit is het vaste standpunt dat alle EU-lidstaten zelf herhaaldelijk hebben bevestigd. Toch blijven geweld, intimidatie en de vernietiging van Palestijns eigendom door kolonisten toenemen, terwijl het EU-handelsbeleid onveranderd blijft.

Over de auteurs

Catarina Vieira is Europarlementariër namens Greens/EFA (Nederland).
Thijs Reuten is Europarlementariër namens S&D (Nederland).
Kathleen van Brempt is Europarlementariër namens S&D (België).
Lynn Boylan is Europarlementariër namens The Left (Ierland).
Sirpa Pietikäinen is Europarlementariër namens EPP (Finland).
Hilde Vautmans is Europarlementariër namens Renew is (België).
Lucia Annunziata is Europarlementariër namens S&D (Italië).
Villy Søvndal is Europarlementariër namens Greens/EFA (Denemarken).
Rudi Kennes is Europarlementariër namens The Left (België).
Irena Joveva is Europarlementariër namens Renew (Slovenië).

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Slechts één optie voorziet in verbod

Vandaag zullen de EU-ministers van Buitenlandse Zaken de opties bespreken die de Europese Commissie heeft voorbereid naar aanleiding van het advies van het Hof. De Commissie zal naar verwachting drie opties presenteren. Slechts één daarvan voorziet in een verbod op de invoer van producten uit Israëlische nederzettingen. Alles wat minder ver gaat dan een volledig verbod op handel in goederen én diensten zou betekenen dat de EU haar verplichtingen onder het internationaal recht niet nakomt. Een dergelijke maatregel moet bovendien worden gebaseerd op een handelsverordening op grond van artikel 207 VWEU.

Tot nu toe heeft de EU vastgehouden aan een beleid van differentiatie, waarbij producten uit nederzettingen formeel anders behandeld worden dan goederen die binnen de erkende grenzen van Israël worden geproduceerd en onder de Associatieovereenkomst tussen de EU en Israël vallen. Maar deze aanpak kent duidelijke beperkingen in de praktijk.

Ernstige tekortkomingen

Recente rapporten wijzen op ernstige tekortkomingen in de uitvoering van dit systeem. Producten uit nederzettingen worden nog steeds vaak verkocht als Israëlische goederen, ondanks de bestaande etiketteringsvereisten, terwijl Israël producenten uit nederzettingen beschermt tegen de extra kosten die dit beleid geacht wordt met zich mee te brengen.

Maar het probleem reikt veel verder dan verkeerd gelabelde wijn of dadels in de supermarkt. Vakantieverblijven in nederzettingen worden nog altijd aangeboden via onlineplatforms, terwijl andere bedrijven de digitale diensten en infrastructuur leveren waarmee ondernemingen in nederzettingen kunnen opereren en zelfs uitbreiden.

Fundamenteel gezien stelt het huidige differentiatiebeleid het economische model achter de illegale nederzettingen niet ter discussie. Het voorziet enkel in een ander label voor hun producten. Zelfs als het differentiatiebeleid volledig zou worden gehandhaafd, zou het nog steeds niet voldoen aan de verplichtingen van de EU onder het internationaal recht.

Unaniem besluit niet nodig

De Commissie kan evenmin aanvoeren dat hiervoor een unaniem besluit in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid nodig zou zijn. Een verbod op handel met illegale nederzettingen is een kwestie van regulier handelsbeleid en valt volledig onder het Gemeenschappelijk Handelsbeleid zoals vastgelegd in artikel 207 VWEU (Verdrag betreffende de werking van de Europese Unei). Hiervoor is geen unanieme beslissing van de Raad nodig: een dergelijk voorstel kan worden aangenomen met een gekwalificeerde meerderheid, zoals de Raad zelf heeft erkend en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie bevestigt.

De EU heeft artikel 207 VWEU al vaker gebruikt om haar handelsbeleid in lijn te brengen met haar fundamentele principes. Zo verbood zij de invoer van producten die met dwangarbeid zijn gemaakt, legde zij beperkingen op aan de handel in goederen die kunnen worden gebruikt voor foltering en de doodstraf, beperkte zij de handel in conflictmineralen en verbood zij de invoer van Russisch gas. Als de EU haar handelsbeleid kan inzetten om haar waarden in al die gevallen te beschermen, is er geen reden om handel met illegale nederzettingen anders te behandelen.

Burgers, maatschappelijke organisaties, vakbonden en gerenommeerde rechtsgeleerden hebben de Commissie herhaaldelijk opgeroepen om een voorstel uit te werken dat handel met de illegale nederzettingen verbiedt. Bij gebrek aan EU-optreden zijn afzonderlijke lidstaten, waaronder Spanje, Nederland, Ierland, België en Slovenië, al begonnen met stappen richting nationale maatregelen. Maar 27 versnipperde nationale benaderingen zijn moeilijker te handhaven en veel minder doeltreffend dan één Europees kader.

Verplichtingen naleven

De rol van de Commissie is niet om te wachten tot elke lidstaat klaar is om in actie te komen. Haar taak is om de Verdragen te handhaven en ervoor te zorgen dat de Europese Unie met haar volledige juridische instrumentarium haar verplichtingen onder het internationaal recht naleeft. Twee jaar nadat het Internationaal Gerechtshof zich met opmerkelijke duidelijkheid heeft uitgesproken, is het juridische debat grotendeels beslecht. Wat overblijft, is een politieke keuze die dringend moet worden gemaakt: een volledig handelsverbod dat met een gekwalificeerde meerderheid in de Raad kan worden aangenomen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next