Home

Speldenprikje tegen Israël gaat EU te ver: geen besluit over handelsbeperkingen

Drie opties om de handel tussen de Israëlische illegale nederzettingen en de EU te beperken liggen maandag op tafel, maar de ministers van Buitenlandse Zaken kiezen er niet één. Tot grote frustratie van Nederland.

is EU-correspondent van de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel.

Het zou economisch een speldenprikje tegen Israël zijn, maar ook dat gaat een aantal ministers van Buitenlandse Zaken – de Duitser voorop – te ver. Maandag valt er daarom geen besluit over het beperken van de handel tussen de EU en de Israëlische illegale nederzettingen op de Westoever.

Dit tot grote frustratie van Nederland, Frankrijk, Spanje, Zweden, Polen en nog een handvol EU-landen die zo’n importverbod het minimaal noodzakelijke achten. Het aanhoudende geweld en de agressie van de joodse kolonisten, de onstopbare uitbreiding van nederzetttingen in bezet Palestijns gebied: als de EU nu geen maatregelen neemt, wanneer dan wel?

Ook de Europese regeringsleiders drongen tijdens hun laatste EU-top impliciet aan op actie: ze onderschreven het initiatief van de Europese Commissie om op een rijtje te zetten hoe de handel tussen de EU en de illegale nederzettingen in vooral landbouwproducten aangepakt kan worden.

Maar dat was buiten Duitsland, Tsjechië, Hongarije en Slovenië gerekend. De EU-ambassadeurs van deze landen trapten afgelopen vrijdag op de rem. De ministers zullen het ‘optie-paper’ van de Commissie bespreken, maar daar blijft het bij.

Is te omzeilen

Revolutionair zijn de drie opties die de Commissie in haar vertrouwelijke notitie schetst allerminst. In de eerste en lichtste variant wordt de handel met de nederzettingen aan een vergunningstelsel gekoppeld. Een Europese importeur moet dan toestemming krijgen van de autoriteiten in elke lidstaat, die eisen aan de invoer kunnen stellen. Dat bemoeilijkt de import maar verbiedt die niet. De Commissie wijst erop dat zo’n vergunningstelsel ‘eenvoudig’ is te omzeilen door de goederen uit de nederzettingen te etiketteren alsof ze uit Israël zelf komen.

Een tweede mogelijkheid is goederen uit de illegale nederzettingen op te zadelen met ontmoedigend hoge importtarieven. Dat maakt de producten onbetaalbaar en daarmee onverkoopbaar. Ook hier is er een gerede kans dat de goederen dan een vals label krijgen (uit Israël). Daarnaast acht de Commissie het waarschijnlijk dat de Israëlische regering de extra heffingskosten zal compenseren waardoor ze hun effect op de export verliezen.

De derde optie is een gedeeltelijk of totaalverbod op ‘de import, doorvoer, promotie en distributie’ van goederen uit de nederzettingen. Economisch raakt het Israël nauwelijks, beaamt de Commissie, maar het is ‘een duidelijke boodschap dat de import uit illegale nederzettingen per definitie niet legaal is en de EU niet binnen mag komen’. Ook hier geldt echter dat de maatregel is te omzeilen door te rommelen met de etikettering.

Een sanctie vergt unanimiteit

Het politiek explosieve deel in de notitie zit in de wettelijke basis voor eventuele actie: gaat het om een handelsmaatregel of een sanctie? Dat is geen juridische haarkloverij: tot een handelsmaatregel wordt besloten met een ruime meerderheid van de lidstaten, een sanctie vergt unanimiteit. Gezien de gepolariseerde verhoudingen in de EU bepaalt dit het verschil tussen iets doen of niets doen.

De Commissie stelt in haar notitie dat het doel van de importheffingen een wijziging van het Israëlische nederzettingenbeleid is: geen handel maar politiek, dus een sanctie. De Commissie benadrukt daarbij dat de export uit de nederzettingen maar ‘een heel kleine fractie’ is (76,5 miljoen euro volgens een vermoedelijk te lage schatting van de Israëliërs) van de totale goederenhandel tussen de EU en Israël, die goed is voor ruim 15 miljard euro per jaar. Het primaire doel van een exportverbod is de politieke ‘prijs’ van het bezet houden en uitbreiden van de nederzettingen te verhogen.

De Commissie vreest overigens dat welke strafmaatregel ook de Israëlische kolonisten alleen maar extremistischer maakt en de ‘vijandigheid’ tegen Israël verder aanwakkert, net als het antisemitisme.

Duitse achtergrond Von der Leyen

Nederland en andere voorstanders van een importverbod zijn het grondig oneens met de juridische analyse van de Commissie. De nederzettingen zijn illegaal, aldus deze landen. Dat is niet alleen bevestigd door het Internationaal Gerechtshof, het is ook het officiële standpunt van de EU. Producten uit die nederzettingen zouden niet op de Europese markt moeten komen, importbeperkingen helpen daarbij. Handelsbeleid dus, waarvoor de steun van een ruime meerderheid van de lidstaten voldoende is.

De juridische dienst van het secretariaat van de lidstaten vindt dat ook. Dat de Commissie tot een ander oordeel komt, wijten de voorstanders van een verbod aan de pro-Israëlische houding van met name Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. Zij zou zich in deze kwestie laten leiden door haar Duitse achtergrond: voor veel Duitse politici zit Israël ‘in hun DNA’ sinds de Tweede Wereldoorlog.

Von der Leyen kaatste eerder deze maand de bal terug. Bij de start van het Ierse EU-voorzitterschap in Cork wees ze op het voorstel dat de Commissie vorig jaar september deed om de importheffingen op producten uit Israël iets te verhogen. Dat zou het land ruim 200 miljoen euro per jaar kosten, een straf voor het zware Israëlische geweld in Gaza. ‘We betreuren deze stap, maar hij is noodzakelijk gezien het onvoorstelbare lijden in Gaza’, zei commissaris Maros Sefcovic (Handel) destijds.

Dat voorstel zit inmiddels muurvast bij de lidstaten. Datzelfde geldt voor een nog bescheidener maatregel: het uitsluiten van Israëlische start-ups van EU-subsidies. Het gaat om een verwaarloosbaar bedrag – enkele tientallen miljoenen euro’s – maar ook hierover raken de lidstaten het niet eens. Kortom: unanimiteit is er sowieso niet, maar ook de steun voor maatregelen die een ruime meerderheid van de lidstaten vereisen, is onzeker.

Maximaal haalbare

Het maximaal haalbare maandag is dat de ministers de Commissie vragen een van de opties uit te werken tot een echt wetsvoorstel. Daarover moeten de lidstaten het dan in het najaar eens worden: met zijn allen of in ruime mate.

Ondertussen heeft de Nederlandse regering – het wachten op EU-actie moe – aangekondigd zelf met een importverbod te komen voor de Israëlische nederzettingen, net als Spanje, Ierland en België. Een EU-verbod is vele malen effectiever omdat producten uit de nederzettingen eenmaal op de EU-markt toch weer Nederland binnen kunnen komen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next