In Nederland worden kinderen heel vroeg geselecteerd voor het voortgezet onderwijs. De kansenongelijkheid die hierdoor ontstaat, zal niet beter worden zolang we blijven vasthouden aan de hardnekkige ‘succes-is-een-keuze-mythe’.
‘Voorzitter, uiteraard snap ik dat er mensen zijn die te maken hebben met tegenslagen waar ze niets aan kunnen doen. Maar wat dan niet helpt, is continu alle drempels uit de weg halen. Juist uitdagingen, stressmomenten of druk op jongere leeftijd leren je omgaan met dit soort situaties als je ouder bent.’
Tijdens het onderwijskansendebat begin juni legde VVD-Kamerlid Arend Kisteman onbedoeld precies de vinger op de zere plek van het haperende onderwijsachterstandenbeleid. Niet omdat zijn stelling geheel onjuist is: uitdagingen en gezonde stress zijn noodzakelijk om sterker te worden. Maar waar hij aan voorbijgaat, is een belangrijke stelling uit het liberaal manifest van zijn eigen partij over kansengelijkheid in het onderwijs. Hierin staat dat kinderen niet alleen kansen moeten krijgen, maar ook in staat moeten zijn ‘die kansen te benutten’.
Over de auteur
Marco Frijlink is voorzitter van de Vereniging Openbaar Onderwijs.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
En bij dat laatste gaat het vaak mis. De tegenslagen waar Kisteman het over heeft, vinden vaak op heel jonge leeftijd plaats. De fase dus waarin het ‘hersenfundament’ wordt aangelegd waarop kinderen de rest van hun leven moeten voortbouwen. De ‘drempels’ die kinderen op deze leeftijd tegenkomen, maken hen niet sterker, maar kunnen er juist voor zorgen dat ze minder schoolrijp aan de basisschool beginnen. Daar zou je tegenin kunnen brengen dat je die achterstand met voor- en vroegschoolse educatie wel weer rechtbreit, maar het onlangs verschenen IELS-onderzoek (International Early Learning and Child Wellbeing Study) laat zien dat dit helaas niet het geval is: vergeleken met kleuters uit de andere deelnemende landen presteren Nederlandse 5-jarige kinderen gemiddeld nog altijd relatief zwak op allerlei vaardigheden die nodig zijn om goed te kunnen leren.
Des te pijnlijker is het dat van deze kinderen wordt verwacht dat ze die achterstand tijdens de basisschool volledig inhalen. Aan het einde van die rit wordt immers bepaald op welk van de zeven niveaus van het vervolgonderwijs ze het beste passen. Vergeleken met andere Oeso-landen komt dat beslismoment in Nederland extreem vroeg. Al in 2021 stelde de Onderwijsraad dat leerlingen hierdoor ‘onvoldoende kans’ krijgen ‘op onderwijs dat recht doet aan hun capaciteiten en ontwikkeling’.
In de woorden van Onderwijsraadvoorzitter Louise Elffers, in een interview uit 2025: ‘Als leerlingen op jonge leeftijd worden ingedeeld in een bepaald onderwijsniveau, dan bepaalt dat grotendeels hun verdere schoolloopbaan. Dat noemen we ‘padafhankelijkheid’ en die is toegenomen. Je startpositie in het voortgezet onderwijs bepaalt steeds sterker je verdere onderwijstraject.’
En dat is niet alleen nadelig voor de kinderen zelf, zo stelt de Raad, maar ook voor de maatschappij als geheel. Zij adviseert dan ook: ‘selecteer later en differentieer beter’. En Elffers krijgt bijval van de Sociaal-Economische Raad (SER) en verschillende organisaties die schoolbesturen vertegenwoordigen.
De zorg over dit onderwerp wordt breed gedeeld door de Tweede Kamer, zo blijkt uit een analyse van zo’n 25 ingediende moties over kansenongelijkheid in het onderwijs. Maar wat opvalt is dat de meeste moties die worden aangenomen weinig concreet zijn. Ze roepen op tot ‘monitoring’ van de effecten van de bestrijding van kansenongelijkheid of tot ‘verkenning’ van hoe ongelijke kansen zich opstapelen en welke effecten dit heeft op loopbaan en leven lang ontwikkelen. Moties die oproepen tot actie, zoals bijvoorbeeld die uit 2021 van SP, GroenLinks en PvdA om uitwerking te geven aan het SER-pleidooi om in het onderwijs ‘later selecteren’ de norm te maken en ‘vroeger selecteren’ de uitzondering, worden juist vaak verworpen.
Met andere woorden: de Kamer erkent kansenongelijkheid in het onderwijs en is bereid die te bespreken. Zolang het maar niet leidt tot al te ingrijpende veranderingen. De Kamer kiest daarmee, ondanks de grote hoeveelheid kennis over dit onderwerp, al jarenlang expliciet ervoor scenario’s die deze vroege selectie en de daarmee samenhangende kansenongelijkheid tegengaan niet uit te werken.
Een snelgroeiende groep samenwerkende onderwijsorganisaties (34 op dit moment), leraren, ouders en bestuurders vindt dat we deze status quo niet langer kunnen laten voortbestaan en heeft zich verenigd in een platform: ‘Laterselecteren.nu’. Door de krachten te bundelen hopen zij een beweging te starten die er uiteindelijk toe leidt dat we kinderen niet meer zo vroeg in hun leven determineren. De tijdens het onderwijskansendebat gedane oproep van Progressief Nederland, D66 en SP aan de staatssecretaris om te komen tot een integrale visie op de voor- en vroegschoolse educatie en het onderwijs valt in dat verband zeer toe te juichen.
Ik kijk uit naar de reactie van VVD-staatssecretaris Judith Tielen op het recente advies van de Onderwijsraad over toetsen en de bedenkelijke rol die toetsing inmiddels speelt als het gaat om kansengelijkheid. Zal zij wél in staat zijn de hardnekkige ‘succes-is-een-keuze-mythe’ door te prikken? Ze klopt namelijk echt niet. En zeker niet voor de kinderen die al vanaf jonge leeftijd te maken hebben met tegenslagen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant