Home

Met Pogacar is het wielrennen van alle charme ontdaan. Als ik voorspelbaarheid wil zien, dan kijk ik wel in mijn agenda

Het grote probleem van Tadej Pogacar is dat hij op zijn 27ste geen enkel week punt meer overheeft. Terwijl de rest grimassen trok en afzag, reed hij vorige week donderdag de Tourmalet op z’n janboerenfluitjes omhoog, ogenschijnlijk moeiteloos, met pas ver achter hem de rest van het peloton, allemaal gehuld in schaamte en zwijgzaamheid en eigenlijk alleen maar doorrijdend omdat ze eraan gewend waren. Die man voor ze was toch niet meer in te halen.

Pogacar zelf leek gelukkig en vanuit zijn perspectief was dat te begrijpen, want voor sporters is het verkrijgen van absolute overmacht nu eenmaal het allerbelangrijkste streven. Het is de reden dat ze al die jaren hebben getraind, een onbezorgde middelbareschooltijd opofferden, keer op keer pijn hadden bij zowel het opstaan als slapengaan. Het is de reden van hun bestaan.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Maar voor ons, de sportkijker, is absolute overmacht het meest verschrikkelijke dat er bestaat.

Tuurlijk, aan het begin is het leuk wanneer jouw favoriet wint. Je juicht een paar keer en pest je collega die een ander support. Maar op den duur verandert een surplus aan overmacht iedere sport in iets saais en voorspelbaars. Het haalt de spanning weg uit een wedstrijd waardoor er voor kijkers niets interessants overblijft.

Nu lopen er in elke sport helaas snobs rond – meestal noemen zij zichzelf ‘kenners’ of ‘echte liefhebbers’ – die het bovenstaande betwisten en graag aan omstanders uitleggen dat sport niet draait om theater, maar juist om techniek.

Zo zucht de voetbalwereld al jaren onder de tirannie van een groep mannen die iedereen te pas en te onpas vertellen dat het wel degelijk leuk is om naar Lionel Messi te kijken. Iedere wedstrijd weer prijzen zij zijn tactisch inzicht, vernuft en techniek, zeggen dat hij geniaal is en worden boos zodra iemand iets anders beweert.

Dat terwijl de huis-tuin-en-keukenkijkers inmiddels schoon genoeg hebben van Messi, omdat niet alleen iedere wedstrijd waaraan hij meedoet ontdaan wordt van spanning – hij wint toch wel – maar ook ieder duel waarin hij verzeild raakt verandert in iets voorspelbaars. Komt er een uit de kluiten gewassen verdediger op hem afstormen? Messi ontwijkt hem en gaat een zogenaamd ‘geniaal’ een-tweetje aan. Doemt die gigantische wereldkeeper opeens voor hem op, klaar voor dat schot? Messi wipt de bal er met een zogenaamd ‘perfect’ boogje overheen. Wedstrijd voltooid.

Voor Pogacar geldt inmiddels precies hetzelfde, want ook hij zorgt ervoor dat een sport die juist zo heerlijk is om te volgen vanwege de strijd, het zweet, de krampen, de pijnlijke knieën, de bergen, de dorst en de vervloekingen compleet ontdaan wordt van zijn heroïek. De zogenaamde ‘kenners’ en ‘echte liefhebbers’ gebieden je weliswaar eerbied te hebben voor zijn wattages bergop, maar ik als huis-tuin-en-keukenkijker voel het niet meer. Ik zie enkel een dunne Sloveen in het lycra omhoog fietsen alsof hij omlaag gaat.

Als ik voorspelbaarheid wil zien, kijk ik wel in mijn agenda. Sterker nog: ik volg het wielrennen juist opdat die onderling strijdende mannen mij even wegslepen uit mijn eigen eentonige bestaan. Van wielrenners verwacht ik daarom zweet en afzien, plus een paar lekke banden en minstens een hongerklop, want net zoals Jezus stierf voor onze zonden, zo behoort de geletruidrager te vermaken voor onze saaiheid. Dat zijn de spelregels en daar zou ook Tadej Pogacar zich aan moeten houden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next