Home

De eerste weken van de corona-enquête laten zien: achter elke conclusie kan wel een komma

Van nieuwe inzichten of grote onthullingen was in de eerste weken van de parlementaire enquête corona nog geen sprake. Het legt een fundamenteel probleem bloot, dat de commissie straks dwars kan zitten bij het opschrijven van de aanbevelingen.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.

Hadden we dit niet al eens eerder gehoord? De parlementaire enquêtecommissie corona is na zes weken en in totaal 38 verhoren aanbeland bij een zomerstop, maar ondanks de vele uren aan ondervragingen hebben de vijf commissieleden de getuigen nauwelijks grote onthullingen of inzichten kunnen ontlokken.

Dat is niet zozeer de schuld van de commissieleden. In de zes jaar sinds het begin van de pandemie, en ruim vier jaar sinds het einde ervan, is er simpelweg al veel over gezegd en geschreven. Al tijdens de coronacrisis werd er in de Tweede Kamer uitvoerig en vaak urenlang gedebatteerd over de aanpak van het virus. En naderhand verschenen er drie flinke rapporten van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV).

De OVV hield zich niet in en trok stevige conclusies. Nederland was onvoldoende voorbereid op de pandemie, beloftes en verwachtingen werden niet waargemaakt en het kabinet was niet transparant genoeg over de keuzes voor maatregelen. Begrip was er voor de uitzonderlijke situatie waarin bestuurders zaten, maar later in de crisis, toen er meer duidelijk werd over het virus, bleef het kabinet steken in een te eenzijdige aanpak: het voorkomen van besmettingen en overbelasting van de zorg. Voor de schade aan de samenleving en gevolgen op lange termijn was te weinig aandacht.

Terugkerend patroon

Al dat voorwerk leverde de enquêtecommissie een goede basis op om op voort te bouwen, maar bracht ook een uitdaging met zich mee: wat valt er eigenlijk nog aan toe te voegen?

Weinig, zo blijkt nu het merendeel van de in totaal 51 verhoren achter de rug is.

Tekenend was het verhoor van oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge, die vrijdagmiddag de eerste zes weken afsloot. Daarin hield hij een verhaal dat hij al vaker heeft verteld. Weliswaar erkende hij dat stevige maatregelen, zoals een bezoekverbod in verpleeghuizen en de sluiting van scholen, een ‘prijs’ hadden, toch waren ze ook met de kennis van nu veelal ‘onvermijdelijk’. Het was als bestuurder bovendien ‘twee jaar balanceren’ en ‘lopen op een koord’. Maar bij een volgende pandemie zou het beschermen van zwakken en het voorkomen van sterfte het volgens hem gewoon weer ‘in zwaarte winnen’.

Het is een terugkerend patroon in de verhoren. Dat er fouten zijn gemaakt, erkent iedereen wel; ook dat het op sommige momenten beter had gekund, maar vaak volgde meteen een disclaimer: het was crisis, en wel een van ongekende omvang.

Of zoals oud-premier Mark Rutte tijdens zijn verhoor zei: besturen tijdens corona was ‘varen in de mist’. ‘Met 50 procent van de kennis’ moest het kabinet ‘100 procent van de besluiten’ nemen.

Tweeledige boodschap

Een ander voorbeeld van zo’n tweeledige boodschap was het verhoor van oud-minister van Justitie Ferdinand Grapperhaus, dat grotendeels in het teken stond van de avondklok. Hij werd meermaals emotioneel toen het ging over het instellen van die vergaande en bekritiseerde maatregel. Met grote tegenzin zette hij zijn handtekening eronder. Hij worstelde met de inbreuk op de grondrechten, zag mensen ‘vereenzamen’. En toch vond hij dat met de ‘kennis van nu’ het kabinet ‘het goede besluit’ nam. ‘Hoe pijnlijk ook.’

De dubbelzinnigheid van de verhoren legt ook een fundamenteel manco van deze parlementaire enquête bloot. Anders dan bij de meeste enquêtes uit het verleden, waarbij een fout dóór politiek handelen ontstond en daarom grondig onderzoek verdiende, ligt de oorzaak van de wereldwijde virusuitbraak buiten ieders schuld.

De Jonge vatte het vrijdagmiddag al kort samen. Toen hem werd gevraagd of het kabinet zich vanaf het begin bewust was van de consequenties van het coronabeleid, corrigeerde hij de commissie. ‘Van het coronabeleid? Van het virus dus!’

Kritische noten

Het neemt niet weg dat er wel degelijk kritische noten zijn te kraken over de manier waarop beleidsmakers, experts en politici hun rol invulden. De keuzes die werden gemaakt, hadden immers gevolgen. Bovendien is het goed van fouten te leren, zodat Nederland beter voorbereid is op een volgende pandemie; volgens commissievoorzitter Daan de Kort is dat een van de belangrijkste doelstellingen.

Maar ook hier speelt de tweeledigheid de commissie parten. De kritiek is namelijk moeilijk te vangen. Aan de ene kant kwamen er getuigen langs die vonden dat de maatregelen bij vlagen veel te ver gingen. Maar er waren ook critici die juist hadden gewild dat het kabinet veel sneller en harder had ingegrepen. Dat levert een moeilijke puzzel op als de commissie straks aan de slag moet met het uiteindelijke rapport.

Elke pandemie is anders

Ook wordt het voor de commissie lastig om concrete aanbevelingen te doen. Zelfs over de onderwerpen waar bij de getuigen enige consensus over bestaat, is het haast onmogelijk om een eenduidig advies te geven voor de toekomst.

Zo is iedereen, inclusief de hoofdrolspelers, er inmiddels van doordrongen dat de sluiting van scholen fout was. De gevolgen voor kinderen en jongeren waren ‘gruwelijk’. Hoewel concrete cijfers ontbreken, was het risico op huiselijk geweld door de sluiting een stuk hoger. Bovendien vereenzaamden jongeren, met depressies tot gevolg.

Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer was snoeihard over de rol van het kabinet. Tijdens corona schreef ze brieven over de nijpende situatie, maar een antwoord bleef uit. Kinderen zijn volgens haar in de crisisaanpak ‘nooit serieus genomen’. Een scholensluiting mag volgens haar nooit meer voorkomen.

Gelijkluidende aanbeveling

Grote kans dat de commissie in haar rapport met een gelijkluidende aanbeveling komt. Het probleem is dat zij daarbij ook rekening moet houden met een van de redenen waarom de scholen sloten: te midden van de onzekerheid en angst over het virus vreesden ook leraren voor hun veiligheid. Sommigen dreigden niet meer naar hun werk te komen. Het was niet voor niets dat oud-voorzitter van de VO-raad Paul Rosenmöller zei dat scholen bij een volgende crisis ‘open moeten blijven, zij het op een aangepaste manier’.

Een ander probleem is dat een pandemie geen vaste spelregels kent. Wordt Nederland door een nieuw virus getroffen, dan zal dat zich weer heel anders gedragen. Blijven de scholen ook open als er een virus rondwaart dat een stuk dodelijker is voor jonge mensen?

Zo kan de commissie achter vrijwel elke aanbeveling weer een komma zetten. Ook achter de schermen wordt die analyse gedeeld. Tegelijk kijken de commissieleden uit naar de laatste drie verhoorweken, die eind augustus beginnen. Daarin gaat het onder meer over de rol van de Tweede Kamer zelf, een kwestie waar de afgelopen jaren juist weinig aandacht voor was. Misschien leidt die introspectie dan toch tot nieuwe inzichten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next