Natuurbranden Frankrijk Sinds zondag woedt een omvangrijke natuurbrand in het bos bij Fontainebleau, op veertig minuten met de trein van Parijs. Dit ecologisch belangrijke woud, vernoemd naar een koninklijke jachthond, heeft ook in de Franse cultuur een ereplaats.
Van de 22.000 hectare van het bos bij Fontainebleau was maandagmiddag 800 hectare verbrand.
Voor het eerst ooit zijn brandblusvliegtuigen in actie gekomen in het Île-de-France, een noordelijke regio van Frankrijk. De vliegtuigen haalden water uit de Seine dat op het sinds zondag brandende bos bij Fontainebleau werd gegooid. Dit ecologisch belangrijke woud, vernoemd naar een koninklijke jachthond, heeft ook in de Franse cultuur een ereplaats.
De natuurbrand leidde tot sluiting van de belangrijkste snelweg vanuit Parijs naar het zuiden van het land, bekend als de Autoroute du Soleil, en tot urenlang oponthoud voor treinreizigers. Negenhonderd inwoners werden geëvacueerd. In het bos waren honderden brandweerlieden bezig de brand te blussen.
Van de 22.000 hectare van het bos was maandagmiddag 800 hectare verbrand. Het blussen kan nog dagen of zelfs weken duren, zei de brandweer maandagmiddag, al was er de hoop dat de uitbreiding van de brand die dag gestopt kon worden. Het vuur is mogelijk aangestoken, zei minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nuñez tijdens een bezoek aan het gebied. Er waren tien brandhaarden gevonden binnen een gebied van een kilometer.
„Zeer uitzonderlijk en zeer zorgelijk”, zo omschrijft Gert-Jan Nabuurs, hoogleraar Europese bossen aan Wageningen University and Research, deze brand. „We weten het allemaal, de weersextremen die steeds verder naar het noorden gaan. Maar dit zijn in principe vochtige bossen die niet snel branden. Een bosbrandje kan altijd ontstaan, dat is in een gebied met veel recreatie niet zo bijzonder. Dat zo’n brand zo om zich heen grijpt, dat is wel apart.”
Extra reden om van deze brand op te kijken, is de rijke ecologische waarde van dit bos. Het is „enorm mooi”, zegt Nabuurs. Op de vruchtbare bodem groeien vooral eiken, beuken en lindes, er zijn ook naaldbomen aangeplant. Uniek zijn een paar bosreservaten, in totaal zo’n 2.500 hectare, waarvan een deel al tweehonderd jaar niet beheerd maar wel gemonitord wordt. Een daarvan is getroffen door de brand.
Het bos staat op tal van lijsten die de bijzondere status benadrukken. Het staat bekend als een van de eerste natuurreservaten ter wereld, is een Natura-2000-gebied, een Unesco-bioreservaat en genomineerd als werelderfgoedsite. In het gebied zijn meer dan 6.500 diersoorten en meer dan 5.500 plantensoorten aangetroffen.
Zeker zo gewichtig is de verwevenheid van het bos met de cultuur en historie van Frankrijk. De Franse koning Lodewijk VII riep het gebied in 1137 uit tot persoonlijk eigendom als jachtdomein en deed de eerste aanzetten tot vestiging van een koninklijke residentie. Zijn achterkleinkind Lodewijk de Heilige (1214–1270) jaagde ook graag in deze bossen. Eens raakte daarbij zijn jachthond genaamd Bleau vermist. Hij vond het dier bij een bron waar het water dronk. Lodewijk liet er een fontein bouwen en stichtte er een jachthuis dat later het kasteel Fontainebleau werd.
In zijn boek Landschap en herinnering vertelt historicus Simon Schama hoe dezelfde koning tijdens een andere jacht van zijn paard viel. Omdat in de verte een jachthoorn klonk, bleef hij uit handen van rovers, die door het geschal prompt op de vlucht sloegen. Deze keer liet hij een kapel bouwen op de plek van zijn redding, die door hem werd geïnterpreteerd als een teken van bovenaf.
Voor brand in het bos wordt al zeker sinds de veertiende eeuw gewaarschuwd, schreven wetenschappers in het tijdschrift Fire Ecology. Ze vonden in de archieven 43 branden in de afgelopen 450 jaar. In de zeventiende en achttiende eeuw werden die vaak veroorzaakt door toortsen die tijdens de koninklijke jachten werden gebruikt. In de negentiende eeuw door de vonken van de stoomlocomotieven. Daarna kwamen de recreanten. Wel was de omvang van de branden beperkt. Tussen 1986 en 2016 besloegen de bosbranden gemiddeld jaarlijks zo’n twintig hectare.
De populariteit van het bos nam de afgelopen eeuwen steeds toe. In dit bos ontvluchtte oorlogsveteraan Claude-François Denecourt (1788–1875) zijn oorlogstrauma’s. Hij werd vereeuwigd in werken van niet de minste Franse schrijvers: Théophile Gautier, George Sand, Victor Hugo en Charles Baudelaire. Voor deze schrijvers belichaamde hij als kluizenaar de anti-bureaucraat die het bos had losgerukt van de koninklijke geschiedenis. Denecourt was ook de ‘uitvinder’ van de natuurwandeling. Wandelend zonder doel werd hij de bedenker van de wandelroute (die hij met blauwe pijlen aangaf).
Kunstschilder Théodore Rousseau (1812–1867) legde een deel van die routes vast. Toen hij voor het eerst het Forêt de Fontainebleau bezocht was hij enorm onder de indruk. In 1847 vestigde hij zich in Barbizon, een dorp aan de rand van het bos. Collega’s als Jean-François Millet, Charles-François Daubigny en Jules Dupré (die de eiken van Fontainebleau in 1840 vereeuwigde) hadden zich al bij hem aangesloten, waardoor een voorloper van het impressionisme was ontstaan: de school van Barbizon. Théodore Rousseau schilderde in 1850 La sortie de forêt à Fontainebleau, au soleil couchant, dat nu in het Louvre hangt.
Het schilderij La sortie de forêt à Fontainebleau, au soleil couchant van Théodore Rousseau uit 1850.
George Sand hield in Fontainebleau een soort huwelijksreis nadat schrijver Alfred de Musset haar zijn liefde had verklaard. Ze zwierven overdag maar vooral in de nachten door de bossen, voordat ze tot een ongelukkig huwelijk waren overgegaan. In 1872 schreef ze een manifest waarin ze het belang van het bos („een orakel voor kunstenaars”) benadrukte, dat beschermd moest worden tegen stedelijke en landelijke ontwikkeling.
Tegenwoordig wordt het bos jaarlijks bezocht door zo’n 15 tot 18 miljoen recreanten, onder wie vele rotsklimmers die er komen boulderen. De trein brengt bezoekers binnen veertig minuten uit Parijs en stopt midden in het bos.
En hoe meer bezoekers, hoe groter het risico op natuurbranden, waarvan het overgrote deel door menselijke activiteiten ontstaat. „Recreanten in de hand houden”, dat is een van de maatregelen die genomen kan worden om het gevaar te beperken, zegt hoogleraar Nabuurs. „En snelle detectie – als je er snel bij bent, zijn de meeste branden goed te beheersen.”