Home

Een kabinet met visie is beter dan een Productiviteitsraad

Om te onderstrepen dat het kabinet serieus van plan is de Nederlandse arbeidsproductiviteit te verhogen, heeft het een nieuwe raad in het leven geroepen. Het ware beter als het een plan voor een gezonde economie had gepresenteerd.

Er is waarschijnlijk geen land ter wereld met zoveel adviescommissies, adviesraden en andere adviesorganen als Nederland. Niettemin komt er weer eentje bij. Sinds eind vorige week is er de Productiviteitsraad, die het kabinet moet helpen de productiviteit van de Nederlandse werknemer te verhogen.

Dat het kabinet zich zorgen maakt over het rendement van de Nederlandse arbeid is te begrijpen. De productiviteit is de afgelopen jaren maar mondjesmaat gegroeid, langzamer dan in de VS en China.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

De afgelopen decennia kon Nederland dat prima dragen. Dankzij vrouwen die steeds meer gingen werken, en immigranten nam het aantal werkenden toe, waardoor de economie kon blijven groeien. Maar dat wordt de komende jaren lastiger. Door de vergrijzing zal het aantal werkenden de komende decennia eerder afnemen, zeker als ook de immigratie wordt teruggedrongen.

Om te blijven groeien zullen de overgebleven werknemers meer moeten produceren. Het kabinet heeft zijn hoop in de eerste plaats gevestigd op het onderwijs, blijkt uit het begeleidend schrijven. Ook hoopt het de overheid te vereenvoudigen, zodat ze slagvaardiger kan opereren. Verder kijkt het vooral ook naar Europa (een sterke interne markt en de beschikbaarheid van voldoende durfkapitaal).

Het zijn oplossingen die al veel vaker zijn aangedragen. In Europa onlangs nog door Mario Draghi (oud-president van de ECB) en in Nederland nog door Peter Wennink (voormalig bestuursvoorzitter van ASML). Het komt ook ongeveer overeen met de adviezen die De Nederlandsche Bank en andere instituten hebben uitgebracht.

Het probleem in Nederland is niet dat politici niet weten wat er moet gebeuren, maar vooral dat ze niet weten hoe het moet gebeuren, hoe ze het voor elkaar kunnen krijgen. Er is dus meer behoefte aan organen die beleid kunnen uitvoeren, dan organen die beleid bedenken. Meer doeners en minder denkers dus.

Het is ook de vraag of productiviteit een doel op zich moet zijn. De allerproductiefste medewerkers van Nederland waren de werknemers van de Gasunie die het Groninger gas oppompten. Toen die daarmee stopten, daalde de gemiddelde arbeidsproductiviteit in heel het land. Toch was dat geen ongewenste ontwikkeling.

Nu vrouwen steeds vaker zijn gaan werken, wordt een steeds groter deel van de huishoudelijke taken en zorgtaken uitbesteed. Dat zijn van oudsher beroepen met een lagere arbeidsproductiviteit. De uitbesteding is dus slecht voor het gemiddelde. Toch is dat geen ongewenste ontwikkeling.

Door de vergrijzing zullen de komende jaren nog meer mensen in de zorg gaan werken, een sector die vooral mensenwerk is en waarschijnlijk mensenwerk zal blijven, waardoor het lastig is om de productiviteit hard te laten groeien. In een diensteneconomie is het überhaupt veel lastiger om werknemers rendabeler te maken, zeker ten opzichte van landen die nog zwaar leunen op de industrie. De hoop is dat met de komst van artificiële intelligentie (AI) ook hier winst kan worden geboekt, maar tot nu toe is daar nog weinig van te merken.

Innovatie en arbeidsproductiviteitsgroei laten zich moeilijk afdwingen van boven. Ze zijn vooral gebaat bij een gezonde organisatie met gemotiveerde werknemers. Het kabinet zou zich daarom beter kunnen richten op een gezonde economie die goed is voor mens, dier en milieu. Dan komt het met die productiviteit vanzelf goed.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next