Voor het eerst sinds 1972 vlogen dit jaar astronauten richting de maan. Er is sindsdien veel veranderd. Niet alleen is het maanprogramma nu een internationale samenwerking, ook is er ruimte voor diversiteit binnen de crew. "Uitmuntendheid kan overal vandaan komen."
Het was in april wereldnieuws toen vier astronauten een rondje om de maan vlogen. Dat was ruim vijftig jaar niet meer gebeurd. Inmiddels zijn de tijden veranderd en zet de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA weer alles op alles om terug te keren naar de maan. Dit keer niet alleen om even rond te lopen, maar om er een permanente basis te bouwen.
Dat de tijden sinds 1972 zijn veranderd, is te zien. Waar het Apollo-maanprogramma in de jaren zestig en zeventig volledig Amerikaans was, worden nu voor de Artemis-maanmissies internationale samenwerkingen gezocht.
Ook binnen de crew werd geschiedenis geschreven tijdens de Artemis II-missie, was in april overal in de media te lezen. Voor het eerst vlogen er een vrouw en een zwarte man mee naar de maan.
Die man is de Amerikaanse piloot Victor Glover. Hij noemt het bitterzoet dat hij deze mijlpaal te pakken heeft. "Ik ben blij dat er nu een zwarte man naar de maan is gegaan, maar waarom duurde het zo lang?", zegt hij in gesprek met NU.nl.
Glover vertelt over Ed Dwight, een zwarte astronaut die in de jaren zestig al bij NASA werkte. "Hij trainde met Apollo-astronauten en had naar de maan kunnen gaan. Uiteindelijk ging hij niet eens de ruimte in."
Het duurde tot 1979 voordat Guion Bluford als eerste zwarte astronaut daadwerkelijk de ruimte in ging. En nu heeft Glover (te zien op de foto hieronder) zelf twee 'eerste keren' te pakken. Hij was de eerste zwarte man aan boord van het International Space Station (2020) én de eerste zwarte man die naar de maan vloog (2026).
"Ik ben trots op dit astronautenkorps", zegt Glover. "Het weerspiegelt hoe ons land er vandaag uitziet. Het vertegenwoordigt ook onze wetenschappelijke en technologische wereld. Tegelijkertijd besef ik dat er altijd werk aan de winkel is. Dit soort ontwikkelingen gaat niet vanzelf."
Volgens Glover zijn de mijlpalen voor hem persoonlijk niet eens het belangrijkste. De astronaut zegt vooral zo goed mogelijk zijn werk te doen. "Het gaat erom wat het voor anderen betekent. Er is veel discussie over diversiteit, gelijkheid en inclusie. Maar over één ding bestaat geen discussie: uitmuntendheid. En het mooie is dat dat overal vandaan kan komen."
Maandagmiddag waren alle crewleden van Artemis II voor een speciaal bezoek aanwezig in ruimtevaartinstituut ESA ESTEC in Noordwijk. Ze vertelden daar kort over hun ruimtereis. Ook spraken ze hun dank uit voor de Europese hulp bij het Artemis-programma.
Het allerbelangrijkst is de European Space Module. "Dat is de drijvende kracht achter de Artemis-missie", legt Daniel Neuenschwander uit. Hij is directeur Bemande en Robotische Ruimteverkenning bij de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA). "Simpel gezegd: geen enkele Amerikaanse astronaut vliegt terug naar de maan zonder onze Europese krachtbron."
Die module bevindt zich onder de Orion-capsule waarin de astronauten tijdens hun reis naar de maan verblijven. Onderdeel van de European Space Module zijn bijvoorbeeld de zonnepanelen van het bedrijf Airbus uit Leiden. Die panelen zijn cruciaal, omdat ze de stroomvoorziening aan boord regelen.
Zo hebben verschillende landen onderdelen gemaakt die in de module samenkomen. "Het is al lastig om iedereen samen te brengen in één land", merkt de Canadese astronaut Jeremy Hansen op. "Maar zoveel landen samenbrengen binnen Europa is helemaal knap."
In de ruimtevaart vervagen landsgrenzen al snel, benadrukken de astronauten. "De eerste minuten in de ruimte probeerde ik plekken te herkennen en continenten te ontwaren", zegt Hansen. "Maar hoe verder je komt, des te lastiger het is. Je ziet dan alleen nog een planeet waarmee je je kunt identificeren. Dat is een belangrijk perspectief."
Mensen die in de ruimte zijn geweest, komen vaak veranderd terug. Ze hebben de kwetsbaarheid van de planeet gezien, iets wat het overview effect heet. Ze zien de aarde en de dunne dampkring, en beseffen dat het hele leven zich op dat kleine stukje afspeelt.
Glover kende dat overview effect al van zijn tijd aan boord van het ISS. Zijn reis naar de maan deed hem iets anders beseffen: "Hoeveel leegte er eigenlijk is."
"Wij leven op deze rots zo dicht bij de grond, dat dit onze werkelijkheid is geworden", zegt hij. "Maar als je naar het heelal kijkt, is de werkelijkheid juist dat het grootste deel van het universum uit leegte bestaat. Daar kunnen wij niet overleven."
Hij noemt de aarde daarom ons ruimteschip. "We delen dit ruimteschip met elkaar en wij vormen samen de bemanning", zegt hij. "Als meer mensen dat zouden beseffen, zou het een stuk moeilijker zijn een steen, een stukje van het ruimteschip, op iemand anders te gooien. Begrijp je wat ik bedoel? Ik denk dat we elkaar beter zouden behandelen als we dat perspectief zouden omarmen."
Source: Nu.nl economisch