Home

Zo gaat het eraan toe in de Tourkaravaan: urenlang zwaaien, uitdelen en dansen bij de finish

Toeschouwers staan bij de Tour de France niet enkel langs de weg om naar de koers te kijken, de reclamekaravaan is minstens zo populair. Verslaggever Maud Wiersma sloot zich aan bij de marketingcampagne op wielen.

schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1.

Via een radioverbinding met de zeven andere auto’s houdt Baptiste Libarle (26) alles goed in de gaten. Als chauffeur van de laatste wagen van de Cochonou-stoet behoudt hij het overzicht en geeft hij door wanneer motards, vipauto’s of andere praalwagens moeten passeren. Terwijl voor hem de opvallende rood-wit geblokte 2CV’s over de weg rijden, is het aan Libarle om de groep bij elkaar te houden. Iedere auto moet op de juiste plek zijn, zodat de show langs de kant van de weg door kan gaan.

Cochonou is een bekend Frans merk van gedroogde worst (saucisson) en rauwe ham. De vleeswaren worden sinds 1971 gemaakt in Saint-Symphorien-sur-Coise (Rhône-Alpes) van 100 procent Frans varkensvlees. Het merk is ook razend populair vanwege de wit-rode ruitjesauto’s in de reclamekaravaan van de Tour de France.

In alle dorpjes die ze langs de route passeren, staan mensen te springen en te schreeuwen. Sommigen hebben visnetten mee, lakens of basketbalnetten, alles om zo veel mogelijk spullen op te vangen. Ze roepen om de ‘bob’, de bekende vissershoedjes, en wijzen naar hun hoofd. ‘Cochonou’, schreeuwen ze, ‘donne-moi!’. Vooraan rijdt de speaker, die in een soort keuken staat, waarin hij worsten kan snijden en uitdelen. Hij zweept de toeschouwers nog eens op en regelt de muziek, een vast deuntje dat elke paar minuten klinkt.

Nieuw busje

Deze dag van Hagetmau naar Bordeaux rijdt chauffeur Libarle samen met Amandine Munier (23) in de laatste wagen, een relatief normaal busje, in vergelijking met de zeven ‘vintage’ auto’s die ervoor rijden. Libarle bestuurde de laatste vijf jaar een van de 2CV’s, maar de rugpijn die hij elke dag na het rijden had gehad, wilde hij niet nog eens. Dat hij nu een relatief nieuw busje kon besturen waarin ook journalisten vervoerd worden, was eigenlijk wel prettig.

Naast hem is Munier, die voor het eerst in de Tourkaravaan meerijdt, vrijwel non-stop met haar roodgelakte nagels aan het zwaaien, of werpt ze zakjes met worst strak naar beneden. Na vijf uur voel je dat wel in je polsen, maar daarom, vertelt de studente geneeskunde, wisselen de ‘uitdelers’ elke dag van auto en daarmee ook van de arm die ze gebruiken om de goodies naar buiten te gooien.

Na twee uur rijden moet de voorraad worst en geblokte hoedjes worden bijgevuld. Nog geen minuut staan ze aan de kant, en daarna moeten ze zo snel mogelijk de andere praalwagens voor hen weer inhalen. Ze moeten zorgen dat ze snel bij hun eigen auto’s terug zijn, want zolang ze niet op hun vaste plek zijn, mogen ze niks uitdelen. Onder meer een koe, een zak M&M’s en een gigantische bloemkool worden in no time gepasseerd.

Gekkenhuis in de bergen

Onderweg naar Bordeaux vertellen Munier en Libarle dat ze inmiddels wel gewend zijn aan de gekte langs het parcours. De mensen die schreeuwen, springen, gillen, continu om de ‘bobs’, roepen. Eigenlijk kijken ze nergens meer van op. Alleen de etappes in de bergen, dat blijft een bizarre ervaring. Daar is het gekkenhuis.

Een dag daarvoor waren ze de Tourmalet nog opgereden. ‘Het staat daar zo vol dat je de weg niet kan zien. Ze duwen de auto’s heen en weer, slaan op de deuren. Het is geweldig, maar soms ook eng’, vertelt Libarle. ‘Straks op de Alpe d’Huez wordt het bizar. Elke bocht, zoals die ene van Nederland waar iedereen oranje is, is het fantastisch, maar ik ben ook blij dat ik nu in deze wagen zit. Een stuk veiliger dan in die 2CV.’

Op hun telefoon laten ze een filmpje zien waarop een van de oude wagens een dag eerder nog de berg op geduwd moest worden. ‘Als de 2CV’s eenmaal stilstaan, komen ze moeilijk op gang en moeten ze geduwd worden. Toeschouwers helpen ons, dat gebeurt de hele tijd.’

‘Het heeft iets magisch’, vertelt Damien Conseil (50) die voor het 21ste jaar op rij meerijdt en ‘La limousine’, waarin het worstenmerk partners en vipgasten ontvangt, bestuurt. Door het jaar heen werkt Conseil voor de departementsraad van de Dordogne. Maar zodra hij weet wanneer de Tour begint, neemt hij zijn vakantiedagen op om te chauffeuren in de karavaan. Elk jaar wil hij terug, het opnieuw meemaken, want het is verslavend.

Alles komt voorbij

Een paar uur eerder verzamelde de worstenstoet zich, net als alle andere wagens van de Tourkaravaan, op een parkeerplaats in de buurt van de startlocatie in Hagetmau. Dagelijks om 9.00 uur komen alle wagens samen, op sommige dagen zijn ze twaalf uur later terug in het hotel. Overal bevinden zich opvallende wagens: een fles Orangina, een dierentuin met apen, Spiderman, of een gevulde boodschappentas. Alles komt voorbij.

‘Iedereen heeft een eigen taak’, vertelt Elsa Bornarel (23), terwijl ze de pandawagen van ZooParc de Beauval staat te poetsen. Schoonmaken, de voorraad goodies aanvullen of controleren of de techniek werkt. ‘We rijden elke dag zo’n vijf uur en hebben één moment van twee minuten om een break te nemen.’ Het is intens, en ook vermoeiend, vertelt ze. Elke dag opnieuw. Maar het is vooral geweldig; volgend jaar wil ze weer mee. ‘Het is cool om alle mensen onderweg te zien.’

Vlak voordat de karavaan vertrekt voor weer een nieuwe etappe, ontstaat op de parkeerplaats nog een handeltje tussen de verschillende merken. De caravaniers lopen van wagen naar wagen en ruilen hun eigen producten uit. Worstjes voor Haribo, M&M’s of ovenwanten met koeienvlekken. Ook de hoedjes gaan rond: rood-wit voor blauw of groen.

Feestvieren

Twintig minuten voor vertrek volgt een laatste gezamenlijke voorbereiding. Bij de wagen van Krys, ook de sponsor van de witte trui, gaat de muziek hard aan, de speaker pakt de microfoon en doet een dans voor die de caravaniers moeten volgen. Het is kwart over tien ’s ochtends, maar op de parkeerplaats lijkt het alsof er al uren een festival gaande is.

Er wordt gelachen, meegedanst en vooral energie verzameld. Feestvieren is deze vroege ochtend namelijk een belangrijk onderdeel van het werk: straks moeten ze urenlang zwaaien, spullen uitdelen en glimlachen. Niemand kan straks op een wagen staan alsof hij er geen zin in heeft.

Koers op de tweede plek

Terwijl Libarle wacht op het teken om te vertrekken, krijgt hij via de radio te horen dat het heel druk is bij de start. Ze moeten wachten met uitdelen. Mensen schreeuwen om hoedjes, zwaaien, maar ontvangen niks. Teleurgesteld, boos, blijven ze achter. De toeschouwers komen in de eerste plaats voor de karavaan naar de Tour, meent hij, de koers komt op de tweede plek.

Even later hebben de toeschouwers meer geluk, en zeker degenen die ze bij het worstenmerk als ‘fans’ beschouwen. Langs de kant staan af en toe mensen met kartonnen borden met daarop de herkenbare wagens van Cochonou getekend. Soms zijn de auto’s levensgroot nagemaakt, op papier, of van automateriaal. ‘Als we dat zien, geven we altijd wat extra’, vertelt Munier. Dan gaan er handenvol zakjes worst naar de grond, pakken ze de grote verpakkingen erbij. Toeteren ze nog eens extra. Het is hetzelfde liedje, 21 dagen achter elkaar.

Marketing

Alhoewel: dit jaar niet echt 21 dagen. Het openingsweekend in Barcelona sloegen ze bij het worstenmerk over. Uiteindelijk draait het bij Cochonou, een van de veertig merken met een plek in de Tourkaravaan, die al sinds 1930 onderdeel is van de Tour de France, om marketing. Dit jaar rijden er zo’n 180 voertuigen mee in de reclamekaravaan, met daarin 700 caravaniers. Maar omdat het worstenmerk vooral voor Fransen belangrijk is, komen ze pas vanaf de Franse grens in actie.

Hoewel de wagens vol zitten met spullen, zijn er meer mensen dan goodies die ze kunnen weggeven. ‘Het is lastig, want je kan niet iedereen wat geven’, zegt Munier. ‘Zeker bij kinderen vind ik het moeilijk. Sommige mensen zijn echt niet blij.’ Voor de toeschouwers langs de weg is ieder petje, zakje worst of ander hebbeding een prijs.

Na 97 kilometer rijden valt de stoet kort uiteen voor een korte plasstop. Zes van de acht auto’s parkeren langs de route, op een plek waar weinig publiek staat. Voor vrouwen is het wat lastiger, maar de mannen zoeken de eerste beste plek in de bosjes. Veel tijd is er niet. Daarna moeten ze snel terug naar de andere wagens, want de stoet moet compleet blijven.

De grote finale

Na vijf uur rijden wacht ook voor de caravaniers vlak voor de finish nog de grote finale. De acht wagens moeten een dans uitvoeren en precies tegelijk bewegen. Libarle stuurt de stoet aan, telt af en geeft de commando’s door. Trois-deux-un: naar links, naar rechts, naar het midden en weer naar buiten. Dan rijden ze als een slinger achter elkaar aan, daarna opnieuw in een rechte lijn.

Even later komt Libarle met zijn evaluatie over de radio. ‘Dat zag er heel goed uit vandaag, mooi tegelijk!’ Morgen mogen ze het allemaal opnieuw doen: op naar de parkeerplaats, de bobs en duizenden schreeuwende toeschouwers langs de weg.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next