Home

Had Batavus moeten worden gered?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Nederland telt 22 miljoen fietsen. Dat zijn er 1,3 per inwoner. Geen land in de wereld komt daarbij in de buurt. Denemarken volgt op de tweede plek met 0,8 fietsen per inwoner.

Eigenlijk zou de fietsproductie voor Nederland een basisindustrie moeten zijn. Maar afgezien van enkele niche-spelers maakt het land vrijwel geen fietsen meer. Vorige week kreeg Accell in Heerenveen uitstel van betaling, nadat de productie al was verplaatst naar Hongarije. Hiermee dreigt Batavus te verdwijnen, een fameus fietsmerk dat is genoemd naar de Batavieren, een eigen monument heeft bij station Heerenveen en de slogan bezigde: ‘Hollandser dan Batavus wordt het niet in fietsenland’. In de val sleept het de merken Sparta en Koga mee.

Nederland heeft meer fietsenmerken verloren dan katholieke toneelgezelschappen of betaaldvoetbalclubs. In 1950 telde Nederland nog vijftig fietsfabrieken, waaronder Locomotief, Bato, Fongers, Simplex, Union, Burgers, Juncker, Empo, Phoenix en Germaan. Eigenlijk is alleen Gazelle in Dieren daarvan nog over als grote fabrikant, maar die heeft het grootste deel van de productie overgebracht naar Litouwen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het is niet de eerste keer dat Batavus bankroet dreigt te gaan. In 1986 werd in Heerenveen al een requiem gehouden voor Batavus. Maar dankzij de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) kwam een spectaculaire herrijzenis tot stand. Samen met gasfornuizenfabrikant Atag nam de NOM de failliete boedel over van het conglomeraat Generale Maatschappij van België.

En het lukte er nieuw leven in te blazen. Eigenlijk deed Batavus het daarna heel lang precies goed. In 1992 werd Koga-Miyata overgenomen, waarmee Batavus het topsegment van de fietsenmarkt betrad. In 1999 werd het bedrijf versterkt met het merk Sparta, dat op dat moment in Nederland pionierde met de voorloper van de e-bike. Bij het eeuwfeest in 2004 kwam toenmalig kroonprinses Máxima naar Heerenveen om een zadel te monteren op het 10 miljoenste exemplaar – een opoefiets van het type Old Dutch.

Maar opnieuw zijn de schulden en de verliezen te hoog opgelopen onder een eigenaar die te weinig liefde voor het product had. In 1986 was dat de Generale Maatschappij van België, nu het Amerikaanse opkoopfonds KKR. Nadat de fietsenverkoop in de coronaperiode explodeerde – fietsen was nog de enige legale sociale activiteit – nam KKR het bedrijf samen met Teslin voor 1,6 miljard euro over in de hoop er snel geld mee te kunnen verdienen. De overnamesom kwam als schuld op de balans van Accell zelf te staan.

Maar toen de vraag instortte nadat de pandemie was bedwongen, kon het geld niet worden opgehoest. Dat Accell ook nog 20 duizend Babboe-bakfietsen moest terugnemen vanwege een constructiefout, verkortte de doodsstrijd. Misschien had er, net als veertig jaar geleden, een reddingsactie op touw moeten worden gezet voor Batavus. De NOM bestaat nog steeds en de gemeente Heerenveen en de provincie Friesland zouden er hun steun voor hebben uitgesproken.

Maar helaas is de productie al verplaatst en zal de animo om te redden wat er te redden is, wel zijn vergaan. Nederland rijdt massaal op een fiets of een e-bike, maar moet accepteren dat er weinig Nederlands aan is.

Source: Volkskrant

Previous

Next