Home

Hoe maak je een theaterversie die recht doet aan een vijfsterrenroman?

Theatermaker Jolmer Versteeg nodigde schrijver Gijs Wilbrink uit om te komen kijken naar de repetities van zijn bejubelde roman De beesten: over een dorp, een familie, geheimen en ongure verhalen. ‘Is het raar om in je eigen verhaal te zitten?’

schrijft voor de Volkskrant over theater en podcasts.

Schrijver Gijs Wilbrink (1984) wandelt door het theaterdecor van zijn roman De beesten uit 2022: een aftandse caravan rechts, een schimmige schuur links, hier en daar een paar oude motoren en in het midden een dorpsstraat met lantaarnpalen uit de jaren negentig. Het naamloze Achterhoekse dorp waar het verhaal vol tergende geheimen, trauma’s en familietragedies zich afspeelt, is nagebouwd op een enorm draaiend platform.

‘Is het raar om in je eigen verhaal te zitten?’, vraagt regisseur Jolmer Versteeg (1983), die Wilbrink rondleidt door het decor. Al weken werken hij en zijn Theatergroep De Jonge Honden in een oude treinremise naast station Zwolle aan de theaterversie van Wilbrinks boek.

Die zet wat verloren een stap naar achteren, staart naar de schuur waarin louche dingen zullen plaatsvinden. ‘Ik ben het niet gewend dat iets wat ik heb bedacht tot leven komt’, zegt hij. ‘Dat wat zich in mijn hoofd heeft afgespeeld nu materialiseert.’

Wilbrink, nu een Utrechter, groeide op in het Achterhoekse Ulft, waar in de jaren negentig veel criminaliteit was. De beesten baseerde hij deels op verhalen die hij zelf meemaakte of die hij in zijn jeugd hoorde, bijvoorbeeld over families waarbij je maar beter uit de buurt kon blijven.

Voor zijn lijvige debuut kreeg Wilbrink direct lof: vijf sterren in de Volkskrant, genomineerd voor De Bronzen Uil en een toekenning van het C.C.S. Crone-stipendium voor beginnende auteurs. Recensenten prezen zijn vertelplezier, de knappe constructie van de roman, en noemden het ‘intimiderend goed’.

Haperende aansteker

Versteeg herhaalt meermaals hartelijk hoe leuk hij het vindt dat Wilbrink langskomt bij deze repetitie. Maanden geleden kreeg hij van de schrijver de zegen om met De beesten te doen wat hij nodig achtte voor een goede theaterversie.

Nu zitten ze samen achter een tafeltje met zicht op het podium. Versteeg – duidelijk iemand die zelfs op regenachtige dagen glimlachend de gordijnen opent en iedereen een luid en vrolijk goedemorgen wenst – heeft net een incheckronde gedaan waarbij hij alle acteurs even persoonlijk aandacht gaf.

Hier aan de regisseurtafel buigt hij regelmatig zijn hoofd richting Wilbrink om hem mee te nemen in wie wie is en bij welk deel van het verhaal ze zijn. Wilbrink knikt, kijkt nog steeds enigszins ontdaan naar dat eens alleen voor hem bestaande dorp.

De eerste scène. Een paar personages komen een voor een op: een politieagent, een mysterieuze vrouw en natuurlijk de familie Keller, waarover al jaren ongure verhalen de ronde doen.

Isa (Pip Lieke Lukas) is de jongste telg van de familie. Zij is gaan studeren in de grote stad, maar keert terug naar dit godvergeten oord omdat haar vader Tom Keller (Billy de Walle, die vandaag ziek is en wordt vervangen door de regieassistent) vermist is. Vanwege een heftig ongeluk in zijn jeugd heeft hij jaren geleden een been verloren en zit hij in een rolstoel, maar niemand weet waar hij kan zijn.

In deze eerste scène zien we slechts een schim van Isa achter het draaiende podium langslopen. Versteeg vraagt haar daar een sigaret aan te steken, zodat haar gezicht even oplicht door het vuur. Als ze de scène uitproberen – haar aansteker een paar keer haperend – roept Versteeg: ‘Ja, mooi! Dit houden we erin!’

Een groot geweer

In de volgende scène zijn we terug in de tijd, als de jonge Tom Keller van zijn barse ooms Sjarrel en Johan de opdracht krijgt een konijn dood te schieten. De jongen lijkt onzeker, richt het geweer op het spartelende konijn, twijfelt, en schiet dan.

Vanaf dat moment wordt hij beetje bij beetje de onderwereld van zijn ooms ingetrokken.

Zo gaat het in het boek, hier op het toneel is er een ander personage aanwezig dat als een onzichtbare schim tussen de drie instaat: Annie (Marieke Giebels), de gebrouilleerde zus van Isa’s moeder. Het zal nog lang duren voor we haar rol in het verhaal begrijpen. Maar in deze scène is zij de verteller: ‘Voor het eerst in zijn leven schoot Tom Keller iets dood met een groot geweer’, zegt ze vlak voor het schot.

Versteeg heeft een voorstel: als Annie die zin uitspreekt, kan ze dan naast Tom gaan staan en het geweer aanraken? Even de loop een stukje naar boven richten, alsof ze hem helpt het konijn recht in het hart te raken.

Annie's hand gaat naar het geweer, ze spreekt de zin uit. ‘Mooi!’, roept Versteeg weer.

Wilbrink schuift wat heen en weer op zijn stoel, fronst.

De verteller

De volgende scènes brengen Wilbrink regelmatig aan het lachen. Een politieagent die met een overdreven, autoritaire zwaai zijn boekje en pen uit zijn jas pakt. Het tokkiestel in de stacaravan dat in een heerlijk Achterhoeks accent met elkaar kibbelt. Een gevangeniscipier die van een norse ambtenaar in een onhandige stumper verandert als Isa hem intimideert.

Versteeg glundert elke keer als hij Wilbrink ziet lachen. Af en toe betrekt hij hem bij de keuzen: ‘Gijs, welk bier drinken ze? Grolsch?’

Wilbrink: ‘Krombacher.’

Versteeg: ‘Die moeten we hebben!’

Als Versteeg even wegloopt voor een overleg, reflecteert Wilbrink op de scène met Annie die het geweer aanraakte. ‘Wat betekent dat, vraag ik me af. Als zij in die anekdote stapt waar ze niet bij was en een handje helpt.’

In het boek is zij de belangrijkste verteller, al komen we pas later achter haar identiteit. In het toneelstuk gidsen, naast haar, onder andere de politieagent en Isa’s moeder ons door het verhaal, alsof het hele dorp vertelt.

Wilbrink wrijft over zijn bovenbenen en tuurt in de verte. ‘Met mijn hoofd vind ik dat ze alles mogen doen, het is hun adaptatie. Toch ben ik op mijn hoede als het Annie aangaat.’ Want eigenlijk, vindt hij, draait het verhaal vooral om haar. ‘Zij is misschien wel de hoofdpersoon.’

Zodra we haar beter leren kennen, komen we erachter dat zij met een groot trauma rondloopt. Het seksuele geweld dat zij meemaakte hangt sterk samen met het moment van Tom Kellers ongeluk, en daarmee met het lot van de gehele familie Keller.

Wilbrink vond het intens haar verhaal neer te pennen, maar het was voor hem ook noodzakelijk om het over dit onderwerp te hebben. ‘Heel veel problemen in onze maatschappij komen voort uit mannen. Ik kwam daarom niet om het thema geweld tegen vrouwen heen, maar ik voelde meteen een enorme verantwoordelijkheid om er goed over te schrijven.’ Gaat zijn fijngevoeligheid niet verloren hier op het podium, zie je hem haast denken.

Dan loopt Pip Lieke Lukas langs en spreekt Wilbrink haar aan. ‘Wat voor aansteker heb je?’ Lukas haalt een merkloos exemplaar uit haar broekzak.

‘Eigenlijk moet je een Zippo, die gaat altijd aan,’ zegt hij met een brede grijns. Lucas lacht, belooft hem een Zippo te regelen.

Die ene familie

Pauze. Versteeg komt erbij zitten. ‘Ik vind het echt fijn dat je er bent, Gijs.’

Waarom hij dit boek graag wilde adapteren? ‘Ik ben opgegroeid in Dedemsvaart, waar ook een beruchte familie woonde waarover iedereen het had. Die werd op een gegeven moment haar huis uitgezet; daarna werden daar tien auto’s uit de grond naar boven gehaald. Niemand wist van wie die waren.’

Wilbrink: ‘Ieder dorp heeft wel zo’n familie waarover honderd verhalen bestaan en waarvan niemand weet of die waar zijn.’

Versteeg: ‘Ik zou bijna zeggen dat elk dorp het nodig heeft.’

Wilbrink: ‘Dat de bewoners een verhaal proberen te construeren over wat hen nou zo uniek maakt.’

Dan zegt Versteeg: ‘Weet je wat sick is? Nu ik dit verhaal op het podium zet, schrik ik ervan hoe heftig het is. Wat Tom Keller heeft meegemaakt, wat Annie heeft meegemaakt… En ik merk dat er langzaamaan iets verandert. Hoe verder we in het repetitieproces komen, hoe meer we merken dat toch Annie het steeds meer begint te vertellen, dat er steeds meer gewicht bij haar ligt.’

Wilbrink tuurt weer in de verte. ‘Het lot van Tom en Annie is als het ware aan elkaar verbonden doordat zij op de dag van zijn ongeluk iets vreselijks meemaakt. Daardoor raakt ze geobsedeerd door hem, een gek soort verwantschap. Daarom is het ergens ook wel heel mooi dat ze samen dat geweer vasthouden.’ En dan kan hij het toch niet laten: ‘Maar misschien kun je haar, als ze de loop aanraakt, nog iets laten zeggen als ‘Zo was het’. Om aan te geven dat het haar perspectief is dat we volgen.’

Versteeg lacht, belooft erover te gaan nadenken. Dan nemen ze afscheid en zeggen ze allebei uit te kijken naar de première.

Hoe Annie's rol precies zal worden ingevuld is nog onzeker, maar Isa's aansteker zal sowieso niet haperen, en er zal Krombacherbier zijn.

De beesten van Theatergroep De Jonge Honden is van 12 t/m 30/8 te zien in De Rode Hal, Zwolle.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next