Home

Het meisje kijkt de jongen aan zoals je iemand aankijkt als je nog nooit teleurgesteld bent

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

De zak scheurt in de sportwinkel. De noedels van het restaurant waar we lunchten waren niet helemaal opgegeten, dus we kregen ze mee in twee bakjes. Kennelijk zat het deksel van een van de bakjes er niet helemaal goed op, want terwijl ik naar danskleding voor mijn dochter zoek, scheurt de bodem uit de papieren zak.

De bakjes vallen op de grond, maar wonder boven wonder blijven de noedels in de bakjes zitten. Snel pak ik de bakjes en loop naar buiten. Daar blijf ik op een bankje zitten, met de bakjes noedels op schoot, tot mijn vrouw en kinderen komen.

Er komt een jongen aanlopen. Hij is een jaar of 25, heeft kort zwart haar, een korte broek en hoge schoenen. Even later krijgt hij gezelschap van een knap meisje dat ongeveer dezelfde leeftijd heeft. Zij heeft lang zwart haar, draagt een hemdje en een korte rok, waaronder ranke bruine benen vandaan komen.

Ze kussen elkaar gedag en staan even te praten. Ze houden elkaars handen vast en hebben geen oog voor de rest van de wereld, laat staan de man op het bankje met twee bakjes koude noedels op schoot.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het meisje kijkt de jongen aan zoals je iemand aankijkt als je nog nooit teleurgesteld bent. Uit haar ogen vloeien bewondering, warmte en meer liefde dan de neutrale toeschouwer verdragen kan. Straks gaan ze naar het strand. Hun huid gloeit nog na van de zon van gisteren. Sjokken door het warme zand, een parasol opzetten en dan neerploffen.

Niets tegen elkaar zeggen. Hij legt zijn hoofd op haar billen, zijn wimpers raken haar donshaartjes. Het ruisen van de zee en haar regelmatige ademhaling maken dat hij in slaap valt. Hij wordt wakker als zij zijn rug insmeert. De geur van de zonnebrandcrème doet hem denken aan toen hij kind was en zal hem later doen denken aan haar.

Ze staat op en terwijl ze naar de zee loopt, trekt ze het elastiekje uit haar haar en schudt het los. ‘Psst’, zegt hij en ze kijkt even om. Hij maakt het gebaar van of ze iets wil drinken. Ze trekt een gezicht alsof hij vraagt of de zee zout is.

Hij duwt zichzelf omhoog, loopt naar het barretje op het strand en komt terug met twee bekers vers getapt koud bier. Als ze terugkomt uit het water, glinstert haar lijf in de zon. Voorzichtig gaat ze op haar handdoek zitten, pakt het biertje aan en drinkt.

Geen seconde denken ze nog aan die man op het bankje, met twee bakjes noedels op schoot en in zijn hand een gescheurde papieren zak.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next