Deze week dertig jaar geleden kreeg de NS even concurrentie. Brussel wil dat herhalen, maar zou de reiziger daarvan nou echt groots profiteren?
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De NS stond er niet goed op in politiek Den Haag toen Lovers Rail in 1996 werd toegelaten als concurrent. Vieze treinen, vertraagde treinen, uitvallende treinen, überhaupt geen treinen (in paniek werden afgedankte Belgische wagons gehuurd). Vergelijk dat eens met wat Lovers voorspiegelde aan Tweede Kamer en kabinet: rustige leescoupés, de mogelijkheid om zitplaatsen te reserveren, goedkope staanplaatsen, leasefietsen die mee konden in de trein, overal tv’s met actuele nieuwsuitzendingen. Dienstdoend minister Jorritsma van Verkeer kon haar geluk niet op: dat zou de NS leren.
We weten hoe het is afgelopen. In 1999 verliet Lovers het spoor alweer, gedesillusioneerd, met een miljoenenverlies op de rekening en na voortdurend geruzie met de NS. Verder dan de exploitatie van enkele lijntjes (waaronder Amsterdam-IJmuiden en de trein naar de Keukenhof) was het bedrijf niet gekomen. De vraag is of dat door slechte bedrijfsvoering kwam of door gebrek aan een echte kans: Lovers moest het immers doen met een paar lijntjes waarvan de NS zelf ook niet veel verwachtte. Op het hoofdrailnet bleef de NS monopolist, tot op de dag van vandaag.
Op enkele bedrijven na zijn er in Nederland weinig mensen die dat een probleem vinden, maar in Brussel des te meer: nu al jarenlang maant de Europese Commissie opeenvolgende kabinetten om meer concurrentie op het spoor toe te staan. De concessie voor het hoofdnet wordt nu gegund aan de NS, zonder openbare aanbesteding waaraan ook andere vervoerders kunnen meedoen.
Dat vloekt in alles met het ongebreidelde geloof in de geneugten van de marktwerking, dat in Brussel nog springlevend is. De commissie laat het er dan ook niet bij zitten. Eerder deze zomer werd Nederland officieel ‘in gebreke gesteld’. Sinds vorig jaar loopt een procedure tegen Nederland bij het Europese Hof van Justitie.
Het kabinet-Jetten heeft nu grofweg twee opties. Eén: de regels veranderen zodat er een gelijk speelveld ontstaat voor iedereen die wat wil op het spoor. Twee: het verzet opvoeren en nog eens uitleggen dat marktwerking een prachtig principe is, maar niet altijd en niet overal. En soms alleen op papier.
In het geval van het Nederlandse spoor, die uiterst complexe wirwar van lijnen waar elke serieuze reis gepaard gaat met minstens één overstap, is de kans aanzienlijk dat meer concurrentie gaat leiden tot meer versnippering, meer geruzie tussen de aanbieders, meer trajecten die slecht op elkaar aansluiten, meer onduidelijkheid over de kaartverkoop en een nog wat ingewikkelder dienstregeling.
Misschien gewoon maar eens beginnen met het nog deze zomer uitnodigen van Teresa Ribera, de eurocommissaris voor mededinging, voor een treinreis van pakweg Roermond naar Lelystad (twaalf tussenstops, twee keer overstappen, op een traject van nog geen 200 kilometer) en haar dan nog eens vragen wie er wat mee opschiet als op zo’n route ook nog eens een paar bedrijven langs elkaar heen gaan werken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant