De getalendeerde zanger en cabaretier Wim Hogenkamp (1947-1989) is eerder onthouden om zijn dood - moord - dan om zijn toch ook behoorlijk turbulente leven. Onterecht, vond fan Marc Didden en hij schreef een omvangrijke biografie.
schrijft voor de Volkskrant over theater, cabaret en media.
In het nieuwe boek Het verschijnsel Wim Hogenkamp worden de krantenkoppen van 6 februari 1989 opgesomd. ‘Cabaretier doodgeschoten’, kopte het Algemeen Dagblad. ‘Moord op Wim Hogenkamp’, meldde Het Parool. En de Volkskrant: ‘Zanger Hogenkamp doodgeschoten in woning gevonden.’ Ook in de weken erna werd de moord op Wim Hogenkamp breed uitgemeten in de Nederlandse media. Er ontstaan meerdere theorieën over zijn dood op slechts 41-jarige leeftijd. De dader wordt nooit gevonden.
Biograaf Marc Didden heeft nooit de illusie gehad dat hij dit mysterie 37 jaar later alsnog zou gaan oplossen, vertelt hij aan de telefoon. Maar dat er een biografie moest komen over het korte, intense leven van Wim Hogenkamp, daar raakte fan en cabaretliefhebber Didden steeds meer van overtuigd. Hij deed jarenlang research en in juli verscheen zijn boek Het verschijnsel Wim Hogenkamp. Didden: ‘De pers is in 1989 vol op die moordzaak gedoken, maar ik vind het traject daarvoor eigenlijk nog interessanter. Wat Wim Hogenkamp heeft gepresteerd als zanger en theatermaker, maar ook hoe hij zich manifesteerde in zijn privéleven. Ik vond het belangrijk om dat op papier te zetten.’
De in Groningen geboren Wim Hogenkamp was een zanger en tekstschrijver die nooit de sterrenstatus zou bereiken van artiesten als Robert Long en Ramses Shaffy, maar die binnen korte tijd wel indruk wist te maken in de Nederlandse theaterwereld. Marc Didden: ‘In eerste instantie was hij zanger, chansonnier. Nu zouden we het een singer-songwriter noemen, want Wim schreef zijn eigen teksten.’
Samen met pianist Rob Roeleveld maakte hij de muziek erbij. Hij bracht twee platen uit, die veel lof ontvingen: Heel gewoon in 1978 en Punt uit in 1981. Zijn bekendste nummers zijn Afscheid en Mijn zoon was terrorist. Didden: ‘Wim had een goede zangstem en kon in heel mooi Nederlands miniatuurtjes schetsen, hij maakte toneelstukjes in zijn liedjes.’
In zijn boek schetst Didden, die eerder een biografie schreef van zangeres Ria Valk, een interessant beeld van het reilen en zeilen in de artiestenwereld in de jaren zeventig en tachtig. Hogenkamp was zelf niet de grootste beroemdheid, maar hij was wel bij talloze grote producties en evenementen betrokken. Hij speelde mee in de Nederlandse versie van de rockmusical Hair in 1972, had een rolletje in de legendarische jeugdserie Q & Q (1974) en was te zien in de in Nederland opgenomen Hollywoodfilm A Bridge Too Far (1977).
Hogenkamp schreef de tekst voor Songfestival-inzending De mallemolen van zangeres Heddy Lester uit 1977 en maakte samen met Gerrie van der Klei een goed ontvangen cabareteske musical, De ballen, in 1982.
Voor zijn boek dook Marc Didden in de kranten- en tv-archieven. Ook sprak hij met oud-collega’s en familie van Wim Hogenkamp. Welke nieuwe inzichten kreeg hij hierbij? ‘Ik kreeg een beter beeld van zijn rusteloze karakter. Zijn roem dateert uit een relatief korte periode, de jaren 1978-1983. Wim versnipperde zijn talent, hij maakte dingen niet af. Hij was goed als zanger, maar verfijnde zich niet op dit pad, wilde steeds iets anders. Hij ging musicals maken waarbij hij alles zelf wilde doen: regie, decor én kostuums. In 1987 werd hij eigenaar van het Amsterdamse theatertje De Suikerhof, dat hij ombouwde tot een theaterrestaurant. Hij is nooit een man van de lange adem geweest.’
In de biografie komt een quote van Hogenkamp voorbij waarin hij tegen zijn goede vriendin cabaretier Hanny Kroeze zei: ‘Ik ben dan wel 41, maar ik heb geleefd en ervaringen opgedaan voor iemand van 100.’
Op privégebied had Wim Hogenkamp relaties met vrouwen, maar gaandeweg vooral met mannen. In de jaren tachtig verkeerde hij veel in de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat, het hart van de gayscene, en had hij veel vluchtige relaties met mannen. In 1988 kreeg Hogenkamp te horen dat hij hiv-positief was, en kreeg hij als gevolg hiervan een oogaandoening. Op zondagmiddag 5 februari 1989 werd hij met twee pistoolschoten in zijn borst gedood in zijn woning in de Nicolaas Maesstraat in Amsterdam-Zuid. Zijn lichaam werd gevonden door zijn moeder, die in dezelfde buurt woonde.
Didden: ‘Ik heb in mijn boek de verschillende theorieën op een rij gezet. Een roofmoord werd door de politie al snel uitgesloten, net als een scenario rond de bezorging van cocaïne. Er bleven twee theorieën over. Wim had iemand besmet met hiv en die persoon is verhaal komen halen. Dat is dus een wraaktheorie. Een andere theorie is dat Wim, omdat hij wist dat hij niet lang meer te leven had, zijn dood misschien zelf heeft geënsceneerd.’
Didden: ‘Na het schrijven van mijn boek heb ik voor geen van beide theorieën ondersteunend bewijs kunnen vinden. Wim wist dat hij aids had, maar ik weet uit documenten ook dat hij nog allerlei plannen had. Hij zou op vakantie gaan, hij wilde zijn memoires gaan schrijven. Dat strookt dan niet met de theorie dat hij zijn dood zelf ensceneerde.’
‘Na alle gesprekken met mensen uit zijn omgeving moet ik concluderen dat niemand weet wie er die bewuste zondag naar binnen is gegaan, en dus ook niet wie de moord kan hebben gepleegd. Ik merk dat het nog steeds een behoorlijk open zenuw is voor de familie. Het blijft sudderen, het is geen afgerond geheel.’
Wat hoopt Didden te bewerkstelligen met zijn boek? ‘Persoonlijk zet ik me in om de twee albums van Wim op Spotify te krijgen. Daarnaast hoop ik dat er in het theater een hommage komt aan zijn werk, dat een jongere generatie met zijn liedjes aan de slag gaat. Of dat er een biografische voorstelling over zijn leven ontwikkeld zal worden. Ik heb al meerdere malen van mensen uit het theatervak gehoord: daar zit een verhaal in.’
Marc Didden. Het verschijnsel Wim Hogenkamp - De biografie van een groots kleinkunstenaar. Just Publishers, 256 pagina’s.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant