Coming of age ‘Sunny Dancer’ is de nieuwste toevoeging aan het meest melodramatische young adult-genre in de filmwereld: coming of age met terminale tieners.
Tieners op ‘chemokamp’ in ‘Sunny Dancer’.
Sunny Dancer. Regie: George Jaques. Met: Bella Ramsey, Daniel Quinn Toye, Ruby Stokes. Lengte: 106 minuten.
Te zien in de bioscoop.
„Hoeveel kankerpatiënten heb je nodig om een gloeilamp te verwisselen?” „Dertien. Eén om de lamp te vervangen, twaalf om te zeggen hoe dapper hij is.” De tieners springen haasje-over van het lachen – en dan komen er nog drie kankermoppen. Als ‘chemozomerkamp’ één voordeel heeft, dan is het dit: niemand behandelt je als patiënt, want iedereen is ziek.
Sunny Dancer is de nieuwste toevoeging aan het meest melodramatische young adult-genre in de filmwereld: coming of age met terminale tieners. In A Walk to Remember (2002) en Now is Good (2012) werken geliefden vóór het sterven een bucketlist af. In Me and Earl and the Dying Girl (2015) treedt een schuchtere scholier uit zijn schulp door een vriendschap met een meisje dat sterft aan kanker.
De populairste film in dit genre is The Fault in Our Stars (2014). Twee zieke tieners delen een noodlottige romance, waarbij ze afreizen naar Amsterdam en voor het eerst zoenen in het Anne Frank-huis. De film was zó populair dat het voosbankje uit de film, op de Leidsegracht, een toeristentrekpleister werd. Toen het bankje in 2014 plotseling verdween, was dat wereldnieuws. (Het werd diezelfde zomer weer teruggeplaatst.)
Cliché: dit soort films gaan meer over leven dan sterven. Centraal staan verlegen tieners, jongeren die niet ‘dúrven leven’. In negentig minuten leert kanker ze de dag te plukken. Ofwel omdat ze zélf ziek worden, of omdat ze geïnspireerd worden door een geliefde die, ondanks doodvonnis, tóch leeft als een wild stromende rivier.
Sunny Dancer combineert dit in één film. Ivy is zeventien jaar; in remissie, maar getraumatiseerd. Kanker ligt als een glazen stolp over haar sociale leven. Gelukkig heeft ze joviale filmouders, die seksgrappen maken, elkaar liefdevol beklagen en Ivy tegen haar zin naar het Children Run Free Camp sturen.
Tieners op ‘chemokamp’, het Children Run Free Camp.
Op ‘chemokamp’ is kanker overal. Voorgeschreven pillen worden gesnoven, kankergrappen worden gemaakt. Maar juist daarom kan Ivy gewoon tiener zijn. Met volop ruimte voor waar zomerkampen om bekendstaan: middelengebruik, drama en heteroseksuele zelfontplooiing.
Waar zou een tienerfilm zijn zonder de compilatiescène? Indierockhitjes klinken terwijl Ivy rondrent in rebellie, vrienden maakt, verliefd wordt… Er is een bad boy in skinnyjeans, gespeeld door Earl Cave (zoon van Nick). Een strenge kampleider met een hart voor de tieners (Neil Patrick Harris). En een kwetsbare geliefde (Daniel Quinn Toye), een jongen met bambi-ogen die permanent tranen.
Neil Patrick Harris als de kampleider in ‘Sunny Dancer’.
Niet iedereen zal de credits halen, weet je al als je een kaartje koopt, maar wie legt het af? Sunny Dancer zet je op het verkeerde been. Langzaam nemen emoties en tranen toe; je voelt de luchtvochtigheid in de bioscoopzaal toenemen. Het doel van regisseur George Jaques (Black Dog) is om je aan het huilen te maken. En een indrukwekkende clusterbom aan tranentrekkerij in de laatste twintig minuten zal daar voor velen in slagen.
Sunny Dancer is een voorspelbare maar schattige film, met dezelfde melodramatische mix van eros en thanatos die tieners al decennia wenend de bioscoopzalen uitstuurt, maar die de volwassen kijker een gemengd gevoel geeft.