Violistes In de films ‘On a String’ en ‘Primavera’ hebben vrouwelijke violisten het niet makkelijk in hun onverschillige of patriarchale stad. Ze worstelen, komen ze ook boven?
Tecla Insolia (rechts) als viooltalent Cécilia in ‘Primavera’.
On a String. Regie: Isabel Hagen. Met: Isabel Hagen. Lengte: 78 min. Te zien in de bioscoop.
Primavera – Vivaldi en ik. Regie: Damiano Michieletto. Met: Tecla Insolia, Michele Riondino. Lengte: 110 min.
Te zien in de bioscoop.
De viool staat in films doorgaans voor toewijding, vervoering en passie. Muziek troost en verheft ons uit de alledaagse misère. Al gaat dat niet echt op voor twee vrouwelijke violisten die zich deze week in de bioscoop staande houden in een patriarchale of onverschillige samenleving.
Isabel studeerde in On a String viola aan het prestigieuze Juilliard-conservatorium in New York en sappelt sindsdien met haar strijkkwartet op feesten en begrafenissen, doet studiowerk en gigs. We ontmoeten haar als ze een mislukt huwelijksaanzoek romantisch begeleidt, een trieste schnabbel die de toon zet: auteur-regisseur-actrice-stand up-comedian Isabel Hagen is een kei in cringe, de humor van de gêne.
In On a String lijkt ze een versie van zichzelf als millennial-cliché te spelen: de jonge vrouw in de klem tussen artistieke puberdromen en de volwassen realiteit. Denk aan Lena Dunham in Girls (2012-2017) of Greta Gerwig in Frances Ha (2012), op wie Isabel Hagen sprekend lijkt. Maar Isabel is geen vage fröbelaar, ze werkt keihard om via een stoel in een symfonieorkest uit haar freelance-vagevuur te ontsnappen. Ze woont nog bij ouders die meer in haar horkerige broer geloven, een pianist. Haar beste vriendin is een frenemy, een huilerig, plakkerig vriendje loopt in de weg en het alom geadoreerde cello-talent Owen houdt haar aan het lijntje en hangt het gekwelde genie uit. En dan is er de welgestelde, aantrekkelijke vader van Rachel, een hout zagende viool-pupil.
Verwacht geen catharsis, maar stille New Yorkse wanhoop over poseurs en opportunisten. Isabel neemt dubieuze besluiten terwijl ze grabbelt naar strohalmen, wat On a String weemoedig grappig maakt. Hoewel het met de liefde of de loopbaan niet opschiet, komt het met haar vast wel goed, met of zonder viola.
Dat is aan het eind van Primavera ook een open vraag bij Cécilia, die rond 1720 viool speelt bij het vrouwenorkest van het beroemde Ospedale della Pietà, een van vier Venetiaanse instituten waar muzikale priesters weesmeisjes onderwezen – de talenten mochten in het vrouwenorkest. Twee jaar geleden inspireerde dat gegeven de speelfilm Gloria!, over rebelse jonge vrouwen van klooster Sant Ignazio die anno 1800 prematuur de popmuziek uitvinden. Gloria! was een vrolijke, nogal dwaze feministische klaroenstoot, Primavera een chic ingetogen Italiaans kostuumdrama vol barokke pruiken, grondtonen en grauw licht.
De weesmeisjes spelen in rode manteltjes met kapjes à la The Handmaid’s Tale, verborgen achter zwarte maskers en schermen. Ze zijn onzichtbaar; alleen een rijke weldoener die een bruid komt keuren, mag even hun gezicht zien. De astmatische violist en orkestleider Antonio Vivaldi stimuleert de getalenteerde Cécilia de viool serieus te nemen, al is zij al beloofd aan een officier. De oorlog tegen de Turken kan nog lang duren, zegt Vivaldi, die als muzikale leider van het Ospedale zijn meeste composities schreef.
Cécila groeit uit tot Vivaldi’s ‘soul mate’ en wordt zelfs even een individu als de Deense koning, ontroerd door haar virtuositeit, haar gezicht wil zien. Dat geeft zelfvertrouwen, maar haar bruidegom keert als oorlogsheld terug. Cécilia wil viool blijven spelen, komt Vivaldi voor haar op? Cécilia’s emancipatie eindigt bitterzoet, Primavera is daarin realistischer en een stuk ongezelliger dan Gloria! Muziek maakt je niet per se gelukkig als vrouw in hedendaags New York of 18de eeuws Venetië.