Home

Wie het slavernijverleden serieus neemt, moet ook de gezondheidskloof serieus nemen

Moedersterfte In Suriname ligt moedersterfte ongeveer twintig keer hoger dan in Nederland. Dat gezondheidsverschil laat zien hoe het slavernijverleden nog altijd doorwerkt, stellen Lachmi Kodan en Marcus Rijken.

Een vrouw in Suriname die tijdens haar zwangerschap slechts sporadisch door een verloskundige was gezien, werd daar in kritieke toestand opgenomen met stuipen en een levensbedreigende hoge bloeddruk. Kort na de opname beviel zij van een levenloos kind. Vervolgens kreeg zij een ernstige bloeding die ondanks de geboden zorg fataal bleek.

Haar overlijden staat niet op zichzelf. Hoewel er in Suriname slechts 650.000 mensen wonen, overlijdt nog altijd vrijwel elke maand een vrouw tijdens de zwangerschap of bevalling. „Vrouwen sterven niet aan ziekten die we niet kunnen behandelen. Ze sterven omdat samenlevingen nog steeds niet hebben besloten dat hun leven de moeite waard is om te redden”, schreef de Egyptische gynaecoloog Mahmoud Fathalla veertig jaar geleden. Zijn woorden zijn nog altijd pijnlijk actueel.

Lachmi Kodan is gynaecoloog in Paramaribo, docent aan de Anton de Kom Universiteit Suriname, en onderzoeker verbonden aan het UMC Utrecht. Marcus Rijken is gynaecologisch oncoloog in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam en universitair docent Global Health aan het UMC Utrecht.

Wij schrijven dit als gynaecologen, werkzaam in Paramaribo en Amsterdam. Voor ons zijn deze verschillen geen statistiek, maar dagelijkse praktijk. Moedersterfte in Suriname ligt ongeveer twintig keer hoger dan in Nederland. In landelijk onderzoek naar ernstige zwangerschapscomplicaties zagen we dat vooral Marronvrouwen, afstammelingen van tot slaaf gemaakten die naar het binnenland vluchtten, de grootste gezondheidsrisico’s liepen. Dat verschil laat zich niet verklaren door medische factoren alleen.

Historisch onrecht

Nederland stond op 1 juli stil bij Keti Koti, de van oorsprong Surinaamse feestdag om de wettelijke afschaffing van de slavernij in Suriname op die dag in 1863 te herdenken. Er werden kransen gelegd en excuses herhaald. Terecht: erkenning van historisch onrecht is noodzakelijk. Maar erkenning alleen redt geen levens. Wat leg je uit aan een familie die in één nacht een moeder en een kind verloor aan complicaties die te behandelen waren geweest als de zorg haar op tijd had bereikt?

Dit is geen poging om moedersterfte rechtstreeks te herleiden tot het slavernijverleden. De oorzaken zijn veelvoudig: armoede, onderwijs, infrastructuur, politieke keuzes en de inrichting van zorg. Het punt is een ander. Historische ongelijkheid vertaalt zich uiteindelijk in verschillen in gezondheid die generaties lang doorwerken. Waar je geboren wordt, bepaalt mede of je tijdig zorg krijgt, ziekte overleeft of een veilige zwangerschap doormaakt. Nergens wordt maatschappelijke ongelijkheid concreter zichtbaar dan in de kans op gezondheid. Wie de doorwerking van het slavernijverleden serieus neemt, kan gezondheidsverschillen daarom niet behandelen als bijzaak.

Het verleden veroorzaakt geen hoge bloeddruk of een bloeding na de bevalling. Maar het beïnvloedt wel de omstandigheden waarin zulke aandoeningen kunnen worden voorkomen, herkend en behandeld.

Een vergelijkbaar patroon zien we bij baarmoederhalskanker. In Nederland is deze ziekte dankzij vaccinatie en bevolkingsonderzoek relatief zeldzaam geworden. In Suriname komt deze ziekte nog altijd aanzienlijk vaker voor. Ook vrouwen met een Surinaamse achtergrond in Nederland nemen minder vaak deel aan screening en vaccinatie. Over de oorzaken valt nog veel te onderzoeken, de gevolgen zijn duidelijk. Ongelijkheid stopt niet bij de grens.

Het verschil in toegang tot zorg ontstond niet gisteren. Suriname is een soevereine staat, Nederland gaat niet over de Surinaamse gezondheidszorg. De vraag is daarom niet wie verantwoordelijk is voor een ziekenhuis of een vaccinatieprogramma, maar wat erkenning van historische doorwerking in het heden betekent.

Steeds meer instellingen koppelen excuses aan het nemen van verantwoordelijkheid in het heden. De Nederlandsche Bank reserveerde middelen voor projecten rond de doorwerking van het slavernijverleden. Ook ABNAmro en, eind juni nog, verzekeringsmaatschappij a.s.r. benadrukten bij hun excuses dat erkenning om concrete vervolgstappen vraagt. Het debat verschuift zo van de vraag óf excuses nodig zijn naar wat erop volgt.

Opvallend genoeg krijgt gezondheid daarin nauwelijks aandacht. Het debat gaat over representatie, erfgoed, bewustwording en onderzoek. Terecht. Maar waar wordt doorwerking tastbaarder dan in de vraag of een vrouw haar bevalling overleeft? Onderzoek is belangrijk. Maar onderzoek dat niet leidt tot actie is even vrijblijvend als excuses maken zonder consequenties.

Verkapte herstelbetaling

Gezondheid hoort daarom thuis in het gesprek over de doorwerking van het slavernijverleden. Niet als liefdadigheid of verkapte herstelbetaling. Maar omdat gezondheidsverschillen laten zien waar kansen nog altijd ongelijk verdeeld zijn door de gedeelde geschiedenis.

Dat vraagt om gelijkwaardige samenwerking met Surinaamse onderzoekers en zorgprofessionals in de leidende rol. En om investeringen in wat bewezen levens redt, bijvoorbeeld in ons eigen vak: toegankelijke moederzorg, HPV-vaccinatie, kankerscreening, vroege diagnostiek en tijdige behandeling.

Eind juni presenteerde een Surinaams onderzoeksteam tijdens de Anton de Kom-leerstoellezing in Amsterdam de Kennis- en Onderzoeksagenda Slavernij en Doorwerking: kennis vanuit Suriname, niet langer alleen over Suriname. Wat nog ontbreekt, is dezelfde beweging in de zorg.

Zorg

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next