Werkbeurzen Het Nederlands Letterenfonds reikte de eerste werkbeurzen voor strip- en beeldmakers uit. Dat blijkt hoognodig, de stripwereld in Nederland staat er bepaald niet florissant voor, toonde een enquête van de Kunstenbond eerder. „De regeling stelt me in staat eindelijk het werk te maken waar het voor mij echt om gaat.”
Stripauteur Aimée de Jongh aan het werk.
De regeling Projectsubsidies voor makers van boeken is een van de grootste regelingen van het Nederlands Letterenfonds, waarin jaarlijks 3,6 miljoen euro omgaat. Schrijvers in alle literaire genres kunnen via deze regeling subsidie aanvragen voor het maken van nieuw werk. Dat de regeling er nu ook is voor beeldmakers (stripauteurs en illustratoren) is nieuw. In 2025 werd de subsidieregeling volledig herzien: beeldmakers kunnen vanaf nu ook een aanvraag doen voor een graphic novel, geïllustreerd boek of prentenboek. Intussen weten twintig stripauteurs en elf illustratoren dat zij een projectsubsidie ontvangen, variërend van 10.000 tot 30.000 euro, voor een totaalbedrag van 558.333 euro.
Het Letterenfonds spreekt zelf overigens niet van stripmaker, maar van graphic novelist. Over dat onderscheid wordt in stripkringen volop gesteggeld, vooral bij makers van commerciële strips. Hun klassieke, vaak seriële actie- en avonturenstrips komen niet in aanmerking; het Letterenfonds zet onder meer in op „literair-artistieke overtuigingskracht” en „maatschappelijke relevantie”.
B. Carrot (Uitweg, Alle dagen ui) is een van de aanvragers die een beurs kreeg. Haar werk behandelt maatschappelijke vraagstukken en is bij uitstek urgent. Zij deed een aanvraag voor haar derde boek, dat als werktitel This world breaks my heart heeft. „Het begon met de wens om de verrechtsing van de maatschappij beter te begrijpen. Ik was al een flinke tijd bezig met research. Deze aanvraag was een zegen, het kwam op het goede moment in het maakproces. Het dwong me tot een verhalende kern te komen.”
Dat haar research zo’n lange tijd in beslag nam, heeft ook te maken met haar overige werkzaamheden. Ze geeft les aan de opleiding Comic Design van ArtEZ in Zwolle en doet daarnaast illustratieopdrachten. „Je bent stripmaker, maar in feite is het omgekeerd. Je doet eerst waar je geld mee verdient en de strip doe je er gratis bij. Door de regeling heb ik nu financiële rust en kan ik werken aan wat voor mij echt belangrijk is. Hoe leuk ik het andere werk ook vind, ik ben geen strips gaan maken om les te geven en te illustreren.”
En dan heeft B. Carrot het nog getroffen wat werkzaamheden betreft. In de zomer van 2023 publiceerde de Kunstenbond samen met stripmaker Aimée de Jongh de resultaten van een grote enquête onder 244 striptekenaars in Nederland. De uitkomsten waren onthutsend en laten vooral zien hoe welkom een regeling als die van het Letterenfonds is. Amper 20 procent van de geënquêteerden kan leven van het maken van strips, en dan nog vooral door het werk eromheen. Twee derde verdient onder het minimumloon van 25.000 euro bruto per jaar. Meer dan een derde verdient zelfs minder dan 2.000 euro bruto per jaar. En dat terwijl de Nederlandse strip de afgelopen jaren juist enorm in de lift zit en ook internationaal hoge ogen gooit, zoals De Jongh onlangs zelf bewees met de toekenning van de prestigieuze Eisner Award voor haar verstripping van Lord of the Flies.
Ann Jossart van de Vlaamse uitgeverij Oogachtend heeft nogal wat ijzers in het vuur. Zeven van haar auteurs kregen een beurs van het Letterenfonds. Niet verwonderlijk, omdat haar uitgeverij veel jonge stripmakers vertegenwoordigt. „In Vlaanderen zijn er al meer dan tien jaar vergelijkbare werkbeurzen. Wij zien wat dat heeft opgeleverd. Gelauwerde auteurs als Judith Vanistendael, Ben Gijsemans, Brecht Evens en Olivier Schrauwen hebben allemaal de tijd en ruimte gehad om zich te ontwikkelen tot de vooraanstaande makers die ze nu zijn, ook en met name in het buitenland. Dat kwam destijds vooral omdat het Vlaams Fonds (voorloper van Literatuur Vlaanderen) op artistieke kwaliteit selecteerde. We moeten niet onderschatten hoe deze impuls van het Letterenfonds kan bijdragen aan zichtbaarheid; dat is een heel belangrijke ontwikkeling voor het medium en de professionalisering van Nederlandse stripmakers.”
Melanie Kranenburg is een van de jonge auteurs die verbonden is aan Oogachtend. Haar situatie is vergelijkbaar met die van B. Carrot: ze doet van alles buiten het stripmaken om. Ze is inkleurder van de succesvolle krantenstrip Single! van Hanco Kolk en Peter de Wit, tekent vrolijke strips voor meidenblad Tina en illustreert schoolboeken. Melanie deed een succesvolle aanvraag voor haar eerste graphic novel, over seksueel grensoverschrijdend gedrag, grotendeels gebaseerd op gebeurtenissen uit haar eigen leven. „De regeling stelt me in staat eindelijk het werk te maken waar het voor mij echt om gaat. Het is niet iets om er even bij te doen, vanwege het onderwerp is het voor mij heel ingrijpend. Ik wil met mijn stripwerk bijdragen aan het maatschappelijke debat. Dat is waarom ik stripmaker ben geworden, om relevante verhalen te vertellen.”