Voedselproductie Ondernemers dragen zelf het risico van extreem weer, maar land- en tuinbouwers vormen een uitzondering. Aan hun bredeweersverzekering draagt de overheid al jarenlang miljoenen bij.
Een veld met uien nabij Dodewaard wordt beregend. Door de warmte en het langdurig uitblijven van regenval vrezen akkerbouwers voor schade aan de gewassen.
Het is ongekend droog zegt Jan Schreuder, de directeur van verzekeringscoöperatie Vereinigte Hagel. En dat zal de komende twee weken zo blijven, waardoor de schade voor boeren volgens hem „gigantisch” wordt. Uiteindelijk zal die schade worden doorberekend in de prijs die consumenten betalen voor onder meer uien, aardappelen en fruit. De afgelopen halve eeuw is het maar één keer zo droog geweest, en dat was in 2018.
Sinds 2010 kunnen Nederlandse boeren zich verzekeren tegen de gevolgen van klimaatverandering voor hun oogst. Van zo’n ‘bredeweersverzekering’ maken nog maar 2.500 akkerbouwers en tuinders gebruik, maar dat aantal zal groeien, zegt Schreuder. „Nu de weersextremen frequenter voorkomen, is er steeds meer belangstelling voor. De offerteaanvragen voor volgend jaar komen al binnen.”
Twee derde van die 2.500 agrariërs zit bij Vereinigte Hagel, een Europese coöperatie. Die begon in 1824 met verzekeringen voor hagelschade. Boeren die vreesden dat hun oogst compleet zou mislukken door een hagelbui, konden zich daartegen verzekeren. Inmiddels biedt Vereinigte Hagel land- en tuinbouwers polissen voor zeven soorten extreem weer: droogte, hagel, storm, wateroverlast, vorst, sneeuw en brand door blikseminslag.
Naast Nederlandse boeren zijn 120.000 Duitse, Poolse, Kroatische, Deense, Belgische, Luxemburgse, Italiaanse en Baltische boeren verzekerd via Vereinigte Hagel. De Europese Commissie stimuleert de lidstaten om landbouwers te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering door bij te dragen aan de premie.
De vraag is wíé het risico moet dragen voor de gevolgen van klimaatverandering voor boeren. Zijn dat de boeren zelf, de overheid of de consumenten? In een evaluatie voor de rijksoverheid van de bredeweersverzekering, in 2024, staat: „Van agrariërs mag dus verwacht worden dat zij hun bedrijf zo toekomstbestendig mogelijk inrichten door maatregelen te treffen. En dat samenwerkende partijen, waaronder het waterschap en de agrariërs, op gebiedsniveau maatregelen nemen. De beperking van de financiële schade door de bredeweersverzekering mag geen reden zijn om deze zinvolle maatregelen achterwege te laten.”
De overheid gaat ondernemers niet zomaar compenseren voor de gevolgen van de huidige droogte, zei minister Vincent Karremans (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) vorige week tegen de NOS. Dat ging over ondernemers in brede zin – ook dus binnenvaartschippers en bedrijven die veel water nodig hebben voor koeling.
Voor agrariërs betaalt het Rijk overigens wel degelijk mee aan de gevolgen van extreem weer. Het draagt 17,5 miljoen euro per jaar bij aan de premies voor de bredeweersverzekering, sinds 2010. Doordat dit jaarlijks een vast bedrag is, daalt de vergoeding per boer naarmate meer van hen aan die verzekering meedoen. In andere Europese landen stijgt het bedrag elk jaar iets, met de inflatie. Aanvankelijk, in 2010, deden in Nederland 500 boeren mee, nu zijn dat er 2.500. Die kregen de afgelopen jaren ongeveer de helft van hun premie vergoed. De andere helft betalen ze uit eigen zak – bij elkaar ook ongeveer 17,5 miljoen euro.
Dat er geen vast percentage van de premie wordt vergoed, vinden Vereinigte Hagel en Agriver – een concurrent die 800 Nederlandse boeren verzekert – oneerlijk. „Als je eerlijk wilt kunnen concurreren met agrariërs in andere landen, moet het budget wel een keer groeien”, zegt Gert Jan van Dijk, productmanager van Agriver. „Want in België krijgen ze altijd 65 procent van de premie vergoed, en in Frankrijk en Italië zelfs 70 procent. In Nederland weet je tevoren nooit hoeveel procent je vergoed krijgt dat jaar, want dat hangt af van het aantal deelnemers.” Dat vindt ook Jan Schreuder bezwaarlijk.
De premie varieert per soort gewas. De teelt van aardappelen, uien en fruit is veel kapitaalsintensiever dan die van bijvoorbeeld graan, legt Gert Jan van Dijk uit. „Je hebt veel grond nodig, arbeid en bemesting. Dat kost ongeveer 15.000 euro per hectare. Voor graan hoef je veel minder te investeren en is het dus ook financieel minder erg als door extreem weer een keer een oogst verloren gaat.” De fruitoogst verzekeren, zegt Schreuder, is dan ook veel duurder dan suikerbieten of graan verzekeren. Maar omdat de risico’s groter zijn, heeft 60 procent van de fruittelers (buitenteelt) zich verzekerd terwijl het gemiddelde van alle buitentelers op maar 15 procent ligt.