Droogte Om hun oogsten te redden gaan sommige boeren heel ver. Beregenen met drinkwater is peperduur maar soms de enige oplossing om dure investeringen te redden. De communicatie met het waterschap leidt tot onbegrip en frictie. „Je voelt je als domme boer weggezet.”
Bij de potplantkwekerij van Rick Eikholt worden de planten in de ochtend bewaterd met kraanwater.
‘Zonder water gaan mijn planten binnen een week dood”, zegt Rick Eikholt. „Er staat hier voor een half miljoen aan potplanten. Als die dood gaan, kan ik mijn toeleveranciers en mijn personeel niet meer betalen.”
Dus wat doet de 25-jarige kweker uit het Gelderse Groesbeek, sinds het waterschap bijna drie weken geleden een verbod heeft uitgevaardigd op het oppompen van grondwater? Hij laat de drinkwaterkraan lopen. „Dat is duur. Maar het is óf kraanwater óf een bord ‘Te koop’ voor de deur zetten.”
Eikholt heeft twee jaar geleden de kwekerij van zijn vader overgenomen, in siergrassen en vaste planten. De jonge potplanter is een van de agrarische ondernemers in Groesbeek die zwaar getroffen worden door het verbod van Waterschap Rivierenland om water uit sloten én uit de grond te pompen.
Aanleiding is de droogte in het naastgelegen moerasgebied De Bruuk. Dit relatief kleine, bijna honderd hectare tellende Natura2000-gebied, vooral waardevol vanwege zeldzame blauwgraslanden, kampt met de ‘absoluut laagste grondwaterstand’, een historisch laag niveau.
Het leidt tot verbazing, woede en onbegrip bij de boeren in de omgeving. „Ik zie ook wel dat de grond droog is, maar waarom sluit je bedrijven als van mij helemaal uit van water?”, verzucht Eikholt in de kantine van zijn bedrijf, uitkijkend over de inderhaast zelf gefabriceerde sproeier die het drinkwater over de planten giet. „Die moeten we elk half uur verzetten.”
Eikholt vindt ook de uitzonderingen op het verbod „vreemd”; zo mogen in de omgeving van De Bruuk ’s middags wel appels en peren met water worden gekoeld „om schade door zonnebrand te voorkomen”, aldus het besluit. Eikholt: „Als een boer zijn appels en peren verliest, kan dat killing en ingrijpend zijn. Maar zijn bomen gaan waarschijnlijk niet dood en volgend jaar zijn er weer appels en peren. Maar als ik mijn productie verlies, ben ik mijn investering kwijt, heb ik geen geld verdiend en kan ik geen nieuwe oogst betalen. Dus waarom zou ik mijn planten dan niet in leven mogen houden?”
Potplantkwekerij van Rick Eikholt.
Om de hoek, even buiten de bebouwde kom van Groesbeek, zit de melkveehouderij van Martien Nillesen. Ook hij heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het waterschap, vergeefs. „Zeer frustrerend” noemt Nillesen het dat aan de overkant van de straat nog wél grondwater mag worden opgepompt. Een „vreemde gang van zaken” vindt hij bovendien dat het besluit de ondernemers niet persoonlijk is meegedeeld, maar dat zij het via hun boerenorganisatie ZLTO en „uit de media” moesten vernemen.
Nillesen (65) heeft kritiek op de analyse van het waterschap. „Men stelt dat alle onttrekkingen van water de natuur in De Bruuk beïnvloeden. Dat waag ik te betwijfelen, want wij pompen het water op van meer dan dertig meter diepte uit de grond. Veruit de grootste invloed op De Bruuk is de verdamping en de droogte, daar is geen kruid tegen gewassen.”
De melkveehouder, goed voor honderdtachtig koeien met daarnaast dagbesteding, kinderopvang en boerengolf, heeft het waterschap alternatieven voorgesteld, zoals het afdammen van een waterloop rond het natuurgebied, de Ashorstersloot. „Zodat er meer water richting De Bruuk gaat.” De suggestie werd afgewezen. „Het is een logische gedachte. Men zou het onderzoeken. Maar na twee dagen kreeg ik te te horen dat ze dat niet zouden doen. Dat steekt. Je voelt je als domme boer weggezet.”
Martien (rechts) en William Nillesen. Hun grond grenst aan natura-2000 gebied De Bruuk (op de achtergrond).
Melkkoeien krijgen kuilvoer (houdbaar veevoer).
De schade voor vader Martien en zoon William Nillesen (37), die het bedrijf volgend jaar wil overnemen, is zeer groot. Ze moeten veel meer voer voor hun koeien kopen, omdat hun eigen gras zonder beregening niet meer groeit en de koeien hun voorraad uit het voorjaar aan het opeten zijn. „We hebben berekend dat als dit nog tien dagen duurt, we 60.000 euro schade hebben.” Daarnaast dreigen ze ook het keurmerk ‘planet proof’ te verliezen, dat bepaalt dat je als melkveehouder veel eiwitrijk voedsel van eigen land voert. Tel daarbij op dat je door het verlies aan dat keurmerk ook de extra ster voor dierenwelzijn verliest, dan mist de familie Nillesen jaarlijks óók nog eens 156.000 euro. William: „En dat kan jaren duren, want zo eenvoudig is het niet om weer voor dat keurmerk in aanmerking te komen.”
Boerenorganisatie ZLTO heeft bij het waterschap eveneens nul op rekest gekregen. „Het besluit is zo abrupt genomen dat de ondernemers geen maatregelen meer konden nemen”, stelt regiobestuurder Hendrik Hoeksema. Hij stelt dat de boeren „groot voorstander” zijn van maatregelen om op alternatieve wijze gewassen te beregenen, en de bodem te verbeteren. „Maar in dit geval hebben we gevraagd om bij het afwegen van de belangen de boeren tegemoet te komen, in plaats van hen voor het blok te zetten.”
Waterschap Rivierenland laat weten dat beperkingen op het algehele onttrekkingsverbod, zoals alleen ’s nachts beregenen, in dit geval geen zin zouden hebben gehad. Dat ondernemers verbaasd zijn geweest over de „abrupte” maatregel, verbaast op haar beurt een woordvoerder van het waterschap. „Iedereen wist dat het droog is en dat er maatregelen klaar liggen.”
Potplantenkweker Rick Eikholt zoekt intussen naarstig naar alternatieven. Hij is van plan hulp van onder meer een oom in te schakelen. Die beschikt over een grondwaterput aan de overkant van de straat, waar nog wél opgepompt mag worden. Dat water wordt dan met vrachtwagens of via een leiding naar zijn bedrijf gebracht, in een bassin gestort en vervolgens met een nieuwe pomp in het bestaande sproeisysteem gebracht. „Ik doe alles om mijn bedrijf te redden.”