Home

Voetbalster Fatin droomde van Europa en vertrok naar Ceuta. ‘Ze heeft nooit de kans gekregen’

Fatin Ben Homar Azizi Voetbal was de grote passie van de Marokkaanse Fatin Ben Homar Azizi, ze hoopte prof te worden. In haar eigen land zag ze geen kansen. Via de Spaanse stad Ceuta hoopte ze Europa te bereiken. Maar de oversteek werd haar fataal.

Jamila Afelom bij het graf van haar dochter Fatin Ben Homar Azizi op de begraafplaats van Tétouan.

„Het enige waaraan ik haar lichaam heb kunnen herkennen, was een ketting die ik haar had omgedaan voordat ze vertrok,” vertelt Jamila Afelom over haar dochter Fatin Ben Homar Azizi. Dat was anderhalve dag nadat Fatin had geprobeerd zwemmend de Spaanse stad Ceuta te bereiken.

Stoer, strijdlustig en een tikje jongensachtig, zo beschrijft ze haar dochter in een videogesprek vanuit de Marokkaanse stad Tétouan, zo’n veertig kilometer van Ceuta. „Ze spijbelde vaak. Ze liet haar schooltas op school liggen en rende weg om te voetballen.” Dat bleef haar passie, ze stapte in de winter nog over naar een club in Tanger en had grote ambities.

Een foto van Fatin Ben Homar Azizi op de telefoon van haar broer.

Jamila, de moeder van Fatin, probeerde haar dochter ervan te weerhouden naar Ceuta te gaan.

Eind juli gingen tienduizenden Marokkanen naar de stad Fnideq in de hoop de grens met Ceuta over te steken. Jamila was die dag aan het werk op de begraafplaats in Tétouan, waar ze graven onderhield en spulletjes verkocht, toen ze hoorde wat er bij de grens gebeurde. „Ik ging zo snel mogelijk naar huis om te kijken hoe het met mijn kinderen ging.”

Ze probeerde Fatin (26) ervan te overtuigen thuis te blijven. Maar haar oudste dochter had haar besluit genomen. „Ze vertelde me: ‘Je hebt me al een keer tegengehouden. Dus zeg me niet dat ik moet blijven. Mijn vriendinnen zijn de vorige keer gegaan en hebben nu papieren en een mooie toekomst voor zich.’”

Jamila kijkt tijdens het gesprek geregeld weg van haar scherm. Soms breekt haar stem en slaat ze haar handen voor haar ogen als ze vertelt over die dag. „Geen enkele ouder kon op dat moment zijn kinderen ervan weerhouden hun leven op het spel te zetten.”

Naast Fatin gingen haar broer en haar veertienjarige zusje naar de grens. Toen Fatin daar aankwam, belde ze haar moeder. „Mama, het is zo druk, ik ben bang dat ik door de menigte onder de voet wordt gelopen.” Ik zei dat ze naar huis moest komen en ze stemde daarmee in.”

Maar Fatin kwam niet naar huis.

Later belde ze opnieuw. „Het is goed, ik ga gewoon oversteken. Als ik niet antwoord, betekent dat dat mijn telefoon leeg is. Je hoeft je echt geen zorgen te maken, mama.” Het was de laatste keer dat Jamila haar dochter hoorde.

Na het avondgebed kwam het verwoestende nieuws voor de alleenstaande moeder. ‘Bekenden hadden gezien hoe Fatins lichaam uit de zee werd gehaald. Ik zal de schok nooit kunnen vergeten.”

Drie kinderen van Jamila vertrokken naar Ceuta eind juli, toen tienduizenden Marokkanen de oversteek waagden.

Voetbalshirts van Fatin in haar huis in Tétouan.

„Fatin ging heel ver de zee in,” vertelt haar vriendin en teamgenoot Fatima (15). In de chaos raakte Fatima haar vriendin kwijt. Pas nadat Fatima en de andere meisjes Ceuta weer hadden verlaten, hoorden ze dat Fatin was overleden. „We waren er kapot van.”

De familie begon een zoektocht, van ziekenhuis naar politiebureau en terug. Pas na anderhalve dag vond de familie haar lichaam in een ziekenhuis. Volgens de Marokkaanse mensenrechtenorganisatie AMDH kwamen minstens 141 mensen die Ceuta probeerden te bereiken om en zijn nog ongeveer vijftig mensen vermist.

Basilicum verkopen op de begraafplaats

Fatin droomde al jong van een toekomst in Europa. „Ik wil alles doen om naar Europa te gaan en jou uit deze ellende te halen. Ik werp mezelf liever in de zee dan zo arm te blijven en niets te hebben”, zei ze tegen haar moeder. Ze was al eens naar Ceuta gegaan. Na ongeveer drie dagen werd ze teruggebracht naar Marokko.

Fatin werd op 1 augustus begraven op de begraafplaats waar ze een paar dagen eerder nog samen met haar moeder had gewerkt. Ze verkopen er flesjes water, basilicum en andere kruiden. Basilicum staat symbool voor de geuren die gelovigen volgens de islam in het paradijs te wachten staan.

Jamila (links) met collega’s op de begraafplaats van Tétouan. Haar dochter werkte daar ook. Op deze begraafplaats ligt Fatin begraven.

„We verdienden zo’n 500 dirham per week [ongeveer 47 euro].” Samen, benadrukt ze.

Fatins vader, een banketbakker, overleed aan een longziekte toen ze tien jaar oud was. Jamila bleef achter met vier kinderen. Ze hertrouwde en kreeg nog een dochter maar de vader verliet het gezin. „Onze staat kijkt niet naar ons om. Er is geen werk, geen dokter. We wonen in een armoedig huurhuis, Er is helemaal niets.”

Achtergebleven meisjes

Voetbaltrainer Adel El Kaab van Moghreb Atletico Tétouan kende Fatin sinds ze een klein meisje was. „Ze was als een jongere zus, ik mis haar”. Adel wordt betaald om jongens te trainen en zet zich als vrijwilliger in voor vrouwenvoetbal. „Voetbal is een uitlaatklep voor deze meisjes.” Hij was vijf jaar lang de trainer van Fatin, die in de winter overstapte naar een andere club.

Veel speelsters die hij trainde zijn vertrokken. „Twee zijn teruggekeerd maar er zitten ongeveer acht meisjes nog in Ceuta.” Met sommigen heeft hij dagelijks contact; van anderen weet hij niets.

Volgens de trainer is migratie voor veel jonge Marokkanen „een ontsnapping uit de moeilijke omstandigheden waarin ze leven”. Hij legt uit dat er veel gebroken gezinnen zijn en armoede. „Sommige jonge meisjes worden zelfs uitgebuit.”

Hij ziet hoe sociale media en verhalen van migranten het beeld van Europa beïnvloeden. „Ze dromen ervan hun financiële situatie te veranderen. Niet alleen de meisjes, de jongens ook.” Hij kent zeventien jongens uit zijn club die zijn gemigreerd.

„We proberen de spelers bewust te maken van de gevaren. Maar helaas kwam dit plotseling op ons af.” Met een gebroken stem: „Ik zeg tegen de meisjes: overhaast niets. Neem geen gevaarlijke beslissingen. Jullie leven is kostbaar.”

‘De voetbalcompetitie in Europa is veel beter’

Een andere vijftienjarige teamgenoot van Fatin, die toevallig ook Fatima heet, probeerde al op haar dertiende naar Ceuta te zwemmen. Ze vertrok samen met een vriendin, zonder dat haar ouders het wisten. ‘Ik zei dat ik even wegging en dat we terug zouden komen. Het was de eerste keer dat ik tegen mijn ouders loog.’

Ze werd uit het water gehaald door de Spaanse Guardia Civil en teruggestuurd. „Het was zwaar. De zee sloeg tegen ons aan. En ik kan niet zo goed zwemmen.”

Fatima, Rawia en Fatima, voormailge teamgenoten van Fatin Ben Homar Azizi.

Fatima zegt dat ze vooral haar familie wilde helpen. Ze gaat niet naar school en werk is schaars. De werkloosheid ligt onder jongeren in Marokko op zo’n 36 procent.

Ze werkte korte tijd als huishoudster voor 50 dirham per dag (ongeveer €4,65), een bedrag dat, gezien de lange werkdagen, neerkomt op een loon ver onder het wettelijke minimum. Huishoudelijk werk is in Marokko bovendien verboden voor jongeren onder de achttien. „’s Middags vertrok ik en pas diep in de nacht kwam ik thuis.”

Haar familie kent de gevaren van migratie. Haar oom Habib vertrok ongeveer tweeënhalf jaar geleden vanuit Fnideq met de bedoeling Ceuta te bereiken. „Tot nu toe weten we nog niet of hij in Spanje is, of dood.”

Voor Fatima is voetbal een alternatief voor de gevaarlijke oversteek. „De competitie in Europa is veel beter dan in Marokko. In sha Allah, als onze droom uitkomt, gaan we naar Europa, en gaan we daar spelen.”

Kinderen in Ceuta

„Het brandt van binnen in mij. Iedere seconde doet mijn hart pijn”, vertelt Jamila. Ze rouwt om haar dochter en maakt zich zorgen om haar twee kinderen die de oversteek naar Ceuta wel hebben overleefd.

„Mijn veertienjarige meisje is in Ceuta, verdwaald en alleen. Ze hebben haar voor het laatst gezien terwijl ze op bebloede voeten door de straten van Ceuta rende”, vertelt ze. Volgens de lokale autoriteiten verblijven er nog duizenden minderjarigen in Ceuta.

Af en toe lukt het Jamila om contact met haar kinderen te krijgen. „Ze bellen en zeggen: ‘We verstoppen ons en we moeten koste wat kost naar de andere kant.’”

„Als ik terugkom naar Marokko, doe ik mezelf iets aan”, zegt haar dochter volgens haar. „Ik heb geen vader, geen zus meer, helemaal niets.” Terugkeren zonder iets bereikt te hebben, vreest Jamila, betekent voor hen „een gebroken droom, om vervolgens in armoede te leven en te moeten bedelen.”

Fatins grootste droom was volgens Jamila profvoetballer worden en haar moeder gelukkig maken en uit de armoede halen. „Maar mijn arme meisje heeft nooit de kans gekregen om die droom waar te maken.”

De begraafplaats van Tétouan.

Migratie en vluchtelingen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next