Home

Opinie: Oekraïense mannen verdwijnen niet, ze verstoppen zich voor de rekruteerders

De steeds controversiëlere mobilisatiecampagne in Oekraïne maakt duidelijk dat een grote meerderheid van de Oekraïners het voortzetten van de oorlog tegen Rusland steunt, maar veel minder mensen bereid zijn er zelf aan deel te nemen.

Oekraïners hebben een nieuw woord bedacht voor mobilisatie: ‘busificatie’. De naam is inmiddels eigenlijk al achterhaald: tegenwoordig is het zelden nog een bus – vaker een bestelwagen of een gewone auto, soms met politie-escorte, soms zonder. Het voertuig stopt bij een markt, een metrostation of een sportschool. Soms gewoon in een woonwijk of op straat.

Medewerkers van de rekruteringscentra hebben geleerd hun hinderlagen zorgvuldig te kiezen. Zodra zij een man van dienstplichtige leeftijd zien, stappen ze uit en begint wat iedereen om hen heen onmiddellijk herkent als een jacht. De prooi ziet de mannen in uniform en rent weg.

Over de auteur

Sergey Maidukov is schrijver. Hij woont in Kyiv.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Tijdelijke bescherming voor Oekraïners

Lange tijd vermeed de westerse pers dit onderwerp. Politici bleken beter geïnformeerd. Op 15 juli besloten de EU-ambassadeurs de tijdelijke bescherming voor Oekraïners te verlengen tot maart 2028, maar mannen tussen 23 en 60 jaar uit te sluiten van de nieuwe regeling. Vanaf maart 2027 zal bescherming alleen nog worden verleend aan mannen die hun militaire verplichtingen in Oekraïne zijn nagekomen.

Voordat iemand in Europa hierover een oordeel velt, is het de moeite waard naar een Gallup-peiling te kijken. Niet meer dan een derde van de EU-burgers zegt zijn eigen land te willen verdedigen in geval van oorlog – 27 procent in Duitsland en ongeveer evenveel in Groot-Brittannië. Nog niet zo lang geleden lag dat percentage in Oekraïne bijna twee keer zo hoog. Aan het begin van de invasie stonden vrijwilligers in lange rijen voor de rekruteringskantoren. Vier jaar later vechten deze mannen nog steeds, zijn ze gewond geraakt of zijn ze omgekomen. Degenen die zijn overgebleven, zijn degenen die niet kunnen of niet willen gaan.

Maar oorlog vraagt niet. Oorlog eist.

Wat moet een regering doen tegenover een machtige, meedogenloze en onverzettelijke vijand? Zich overgeven of vechten?

Peilingen

Het antwoord lijkt vanzelfsprekend. Een grote meerderheid van de Oekraïners steunt het voortzetten van de strijd. Peilingen laten consequent zien dat ongeveer zes op de tien tegen capitulatie of territoriale concessies zijn en vinden dat het land zo lang moet blijven vechten als nodig is. Het probleem is dat velen de oorlog volgen vanuit hun woonkamer of vanuit het buitenland. Zelf naar het front gaan is iets anders. Er zijn nog steeds vrijwilligers, maar hun aantal neemt af. Waar moet het Oekraïense leger nieuwe versterkingen vandaan halen?

Als ik om me heen kijk, zie ik niet minder mannen op straat. Toch vertellen de feiten een ander verhaal. Bedrijven en de industrie kampen met een ernstig personeelstekort – niet zozeer als gevolg van de mobilisatie zelf, maar van de angst ervoor. De mannen zijn niet verdwenen; ze houden zich schuil.

Mijn schoonzoon produceert ramen in Kyiv. Na iedere Russische aanval op de stad moeten, zegt hij, ongeveer vijfhonderd kapotte ramen worden vervangen. Maar hij komt mensen tekort. Zijn monteurs weigeren steeds vaker door de stad te rijden uit angst onderweg te worden opgepakt. En dit is bepaald geen uitzondering. In het afgelopen jaar zijn loodgieters, verhuizers en monteurs van airconditioners schaars geworden in Kyiv. Tegenwoordig wacht je soms weken voordat er iemand beschikbaar is.

Velen zijn minder bang voor het dragen van een wapen dan voor de gewelddadige werkwijze van de TCC's – de territoriale rekruteringscentra in Oekraïne. Dagelijks verschijnen online tientallen video's waarop te zien is hoe mannen worden geslagen of over het asfalt een bestelwagen in worden gesleept. Af en toe melden de nieuwsberichten, bijna achteloos, dat opnieuw iemand onder onduidelijke omstandigheden is overleden in een rekruteringscentrum.

Tegelijkertijd worden ook andere taferelen steeds gebruikelijker: omstanders die zich verenigen om een aangehouden man uit handen van de rekruteerders te bevrijden. In juli kreeg het land te zien hoever dit kan gaan. In Lviv omsingelde een menigte van tientallen mensen tijdens een aanhouding een voertuig van het TCC. Ze riepen ‘Schande!’ en kantelden het voertuig.

Mannen in militair uniform

Onlangs liep ik met mijn vriend Vasyl en onze kleindochters naar een speeltuin toen we plotseling werden omsingeld door mannen in militair uniform. Eén blik op onze gezichten – duidelijk niet meer van jonge mannen – en ze boden hun excuses aan voordat ze verder trokken, op zoek naar een andere prooi.

Vier moeders waren getuige van het tafereel. Zij begonnen fel uit te halen naar de misstanden bij het TCC, totdat een van hen hen abrupt onderbrak: ‘Iemand moet toch vechten?’ Haar man vocht al twee jaar aan het front. Zij had alle recht om die vraag te stellen. De drie anderen vielen stil en veranderden van onderwerp, uit angst dat zij hun rechtstreeks zou vragen waarom haar geliefde moest sterven voor die van hen.

Niemand in Oekraïne wil zich overgeven. En niemand haast zich naar het front. Tussen die twee waarheden bevindt zich de jacht op straat – het lelijkst denkbare antwoord op een onoplosbare vraag.

Er bestaan betere antwoorden. Duidelijke diensttermijnen, echte rotatie en contracten waarop militairen kunnen vertrouwen – soldaten vragen daar al jaren om. Geef mannen een oorlog die zij kunnen overleven, en minder van hen zullen ervoor op de vlucht slaan.

Vertrouwen

Maar een oorlog om te overleven vraagt om meer dan alleen mankracht. Hij vraagt om vertrouwen. Oekraïners hebben de staat hun volharding en hun zonen gegeven, en verwachten dezelfde ernst van degenen die hen regeren. De protesten die in juli door het land trokken na het ontslag van de populaire minister van Defensie, Mychajlo Fedorov, lieten zien hoe levend die verwachting nog altijd is.

Oekraïners accepteren niet dat beslissingen achter gesloten deuren worden genomen terwijl hun mannen op klaarlichte dag van de straat worden gehaald. Dat is geen teken van zwakte. Een samenleving die haar eigen regering midden in een oorlog ter verantwoording roept, is een samenleving die het nog steeds waard is om te bewapenen.

Europa heeft intussen zijn keuze gemaakt. Het zal mannen van dienstplichtige leeftijd niet langer bescherming bieden. Prima. Maar stuur dan ook de wapens en het geld terug. Anders is het geen rechtvaardigheid. Dan voegt Europa alleen maar extra prooien toe aan de jacht.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next