Als je je kunt inleven in wat een ander ten diepste beweegt, is het volstrekt verklaarbaar dat christelijke scholen kiezen voor een schoolbibliotheek die past bij de levensbeschouwelijke kleur van de gemeenschap.
De ironie is onmiskenbaar. In haar opiniestuk stelt kinderboekenschrijfster Janneke Schotveld dat leerlingen van bijzondere (dus: niet-openbare) scholen niet langer leren om zich te verplaatsen in anderen. Dit vanwege het feit dat deze scholen boekenpakketten krijgen die passen bij hun levensbeschouwelijke kleur. Zo komen deze kinderen niet meer in aanraking met opvattingen en gedragingen die buiten de eigen belevingswereld liggen, zo stelt ze.
Gemakshalve vergeet Schotveld hier te doen wat ze anderen verwijt: zich in de ander te verplaatsen. Deed ze dat wel, dan had ze ontdekt dat er voor deze – laten we het beestje bij de naam noemen – reformatorische scholen iets fundamenteels op het spel staat: de eeuwigheid.
Over de auteur
Ferdi Geleijnse is theoloog en werkt al meer dan twintig jaar op het snijvlak van onderwijs en overheid, als inspecteur, beleidsmaker, bestuurssecretaris en op dit moment als adviseur. Dit opiniestuk is op persoonlijke titel geschreven.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In de omgeving waaruit deze scholen zijn voortgekomen en waarin ze nog steeds een cruciale rol spelen, geloven mensen ten diepste dat ze de geboden van God moeten volgen om zicht te krijgen op een plek in de hemel. En ze geloven ten diepste dat die geboden iets te zeggen hebben over liefdes- en seksuele relaties en over andere geloofssystemen, zoals ‘magie’.
Op deze scholen en in deze gemeenschappen geloven mensen oprecht dat ze het ondenkbare doen als ze kinderen Harry Potter, boeken over trans kinderen en lhbti-ouderparen, of boeken met godslasterlijke vloeken erin laten lezen. Ze zetten daarmee voor hun kinderen de deur open naar een zondige wereld, die afleidt en wegvoert van een geheiligd leven.
Vanuit dat perspectief is het volstrekt verklaarbaar dat deze scholen kiezen voor een schoolbibliotheek die past bij de levensbeschouwelijke kleur van hun gemeenschap. En dat een dienst die boeken levert daarmee rekening houdt, kun je die dienst moeilijk verwijten. Je kunt nog honderd keer Dolfje Weerwolfje bezorgen, die komt het kantoortje van de directeur echt niet uit.
Artikel 23 van de Grondwet is een gegeven en scholen maken gebruik van de ruimte die de wetgever hun biedt om onderwijs te geven dat past bij hun religieuze uitgangspunten. Dat die opvattingen niet altijd stroken met wat in andere delen van de maatschappij gangbaar is, is een logisch gevolg van de onderwijsvrijheid.
Nu is die vrijheid niet onbegrensd, natuurlijk. Ook deze scholen moeten aan burgerschapsonderwijs doen. Maar zolang de grenzen van de wet niet worden overschreden, zullen deze scholen doen wat ze al decennialang gerechtvaardigd doen: hun kinderen opvoeden en onderwijzen binnen het geloof.
En dat geloof is niet statisch. Toen ik in de jaren tachtig opgroeide in een deels reformatorisch Zeeuws dorp, was televisie in die kringen taboe. Tegenwoordig zijn radio, tv en internet niet alleen toegestaan, maar zelfs onder voorwaarden omarmd. Of denk aan de toename van het aandeel vrouwen in het arbeidsproces.
De veranderingen in deze gemeenschappen zijn, bezien vanuit andere perspectieven, misschien traag en onvolledig, maar ze vinden wel degelijk plaats. Zo is het ook mijn verwachting dat deze kerken, gemeenschappen en scholen langzaam maar zeker anders gaan denken over gender, seksualiteit en ‘magie’. Maar wel op eigen voorwaarden, tempo en richting.
De ophef over de logische keuze van NBD Biblion heeft inmiddels de Tweede Kamer bereikt. De antwoorden van staatssecretaris Thielen kun je uittekenen: zij gaat niet over hoe deze scholen vorm en inhoud geven aan hun onderwijskundige opdrachten en blijft in gesprek met alle betrokkenen. Daarmee verandert er niets, noch aan de opvattingen van Schotveld en haar medestanders, noch aan de onderwijskundige werkelijkheid in deze scholen.
En wat artikel 23 van de Grondwet betreft: natuurlijk kunnen we die aanpassen (hoewel de politieke wil daartoe ontbreekt). Maar al worden alle scholen openbaar, dat ontslaat ons niet van de verplichting om ons in te leven in wat anderen ten diepste beweegt en daar rekenschap van te geven. Ook dat is inclusie.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant