Bij de Europese kampioenschappen in Birmingham heeft Jonas Phijffers de bronze medaille veroverd op de 400 meter. De 23-jarige Nederlander bleef 0,01 seconde van het zilver verwijderd.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
De atleet uit Hellendoorn kwam in de finale als derde over de finish in een tijd van 44,41. Dat betekende een Nederlands record. Hij verbeterde de 44,48 van Liemarvin Bonevacia uit 2021.
De Brit Matthew Hudson-Smith won voor eigen publiek in het Alexander Stadium zijn derde Europese titel in 44,17. Hij was ook de beste op de EK's van 2022 in München en 2018 in Berlijn. De Fransman Muhammad Abdallah Kounta behaalde het zilver in 44,40, slechts één honderdste sneller dan Phijffers.
De Nederlands kampioen had vooral een sterke laatste 200 meter. Hij rukte geleidelijk op naar voren en perste er in de laatste meters alles uit om een medaille te bemachtigen.
Dat er een goede uitslag in zou kunnen zitten, liet Phijffers op dinsdagavond al blijken toen hij zijn halve finale won met een nieuw persoonlijk record van 44,63. Daarbij versloeg hij toen in de eindsprint niet de minste: Matthew Hudson-Smith, Europees recordhouder en de Europees kampioen van 2018 en 2022.
Phijffers maakt een snelle ontwikkeling door. Vorig jaar debuteerde hij op de WK in Tokio, bleef toen nog in de series steken. Afgelopen winter liep hij sterke indoortijden. Hij scherpte het Nederlands record op de 400 meter indoor, over twee rondjes van 200 meter dus, aan tot 45,35. En dat terwijl hij met zijn lange lijf en dito benen zijn kracht niet altijd even goed kwijt kan op de krappe indoorbanen.
Hij sloeg ondanks zijn goede vorm welbewust het WK indoor in het Poolse Torún over en koos een andere route door de winter om tijdens het zomerseizoen op zijn best te zijn.
Een paar maanden geleden, vlak voor hij op de FBK Games de 400 meter in 44,84 seconden zou winnen, voorspelde hij al dat zijn tijden op de 400-meterbaan zijn indoortijden zouden volgen. ‘Ik heb indoor laten zien dat er nog wat vanaf kon. En ik denk dat die marge outdoor ook mogelijk zal zijn. Het is gevaarlijk om in tijden te denken, maar ik weet hoeveel sneller en sterker ik in training ben dan vorig jaar en verwacht dat de tijden dan ook gaan laten zien.’
Wie er sowieso een tijd aan Phijffers koppelde was regerend nationaal recordhouder Liemarvin Bonevacia. Hij voorspelde in het AD dat hij verwacht dat Phijffers de eerste Nederlander zal zijn die een volle ronde in minder dan 44 seconden zal afleggen. Hij zag dinsdag in elk geval dat zijn eigen nationaal record van 44,48 nog bleef staan.
Anders dan veel van de andere Nederlandse sprinters traint Phijffers niet op Papendal. Hij werkt al een aantal jaar samen met zijn coach Betty Hofmeijer en traint in Apeldoorn. Grote veranderingen in zijn trainingschema heeft hij niet gezien het afgelopen jaar. Zijn progressie is een gevolg van de stapeling die met de jaren komt. ‘De bouwstenen zijn hetzelfde, en dat zal zo blijven’, zei hij daarover. ‘We zijn iets zwaarder gaan trainen, met extra herhalingen, en iets meer snelheid, maar de basis is hetzelfde. Hoe belastbaarder ik word, hoe meer we kunnen toevoegen.’
De grootste verandering van de afgelopen tijd vond niet plaats op de atletiekbaan, maar erbuiten. Hij rondde zijn opleiding af en is nu voltijdsporter. En hij ging op zichzelf wonen, vond een huis met drie andere atleten, onder wie tienkamper Jeff Tesselaar. Weg uit het ouderlijk huis zag hij zich plots voor andere uitdagingen geplaatst. Zoals een marter, die ergens in de vrij grote woning de geest gegeven had. ‘Vroeger hoefde ik over dat soort dingen nooit na te denken, nu stond ik met een heel schoonmaakteam om het op te lossen.’
De goedlachse Phijffers spiegelt zich vooral aan zichzelf, echte voorbeelden heeft hij niet. Wel een man wiens stijl hij bewondert: Steven Gardiner. De sprinter van de Bahama’s die in 2021 olympisch 400-meterkampioen werd. ‘Ik vind dat hij de mooiste loopstijl heeft. Dat hij ook olympisch kampioen is, is een mooie bijkomstigheid. Maar ik vind dat hij echt de perfecte 400 meter kan lopen met zijn souplesse en zijn elegantie.’
Oké, een kleine spiegeling was er dan toch, eerder dit jaar. ‘Ieder lichaam zit anders in elkaar. Je kunt natuurlijk wat aan je techniek aanpassen, maar je zult altijd bij je eigen natuurlijk kwaliteiten moeten blijven. Maar ik denk dat ik ook wel een mooie tred heb, een makkelijke stijl. Misschien komt het wel een beetje overeen met die van Gardiner.’
Source: Volkskrant