Home

Geruïneerde beleggers en 1 miljard euro schade: de man die een van de grootste financiële schandalen uit de Franse geschiedenis veroorzaakte

Een pornografische roman, literaire ‘aandelen’ en de EuroMillions-jackpot: het zijn drie ingrediënten van een van de grootste financiële schandalen uit de Franse geschiedenis. Hoe ging oplichter Gérard Lhéritier te werk, en hoe kwam deze handelaar in oude handschriften ten val?

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over de financiële sector.

Is het eeuwenoude manuscript van Les 120 journées de Sodome, het schandaalboek van de Markies de Sade, dan toch vervloekt? Ook zijn voormalige eigenaar, de Franse manuscriptenhandelaar Gérard Lhéritier (1948), het middelpunt van de grootste ponzifraude uit de Franse historie, zegt het inmiddels te geloven.

De val van Lhéritier en zijn firma Aristophil begon namelijk nadat de ‘Madoff van de boeken’ voor 7 miljoen euro het origineel had gekocht van de pornografische roman: een 12 meter lange lap papier uit 1785, ter breedte van een wc-rol. Dit satirische brouwsel van horror, filosofie en macabere erotica geldt als het beruchtste boek uit het aan beruchte boeken niet arme oeuvre van de Franse edelman Markies de Sade (1740-1814), naamgever van het sadisme.

‘Ik verkreeg het manuscript en zeven maanden later stortte Aristophil in elkaar’, zei Lhéritier tegen Joel Warner, schrijver van The Curse of the Marquis de Sade. ‘Als ik het manuscript met rust had gelaten, was Aristophil er misschien nog geweest.’ En volgens die logica zou Lhéritier nog steeds op vrije voeten zijn geweest.

Misselijk van het lezen

Toegegeven, uit Lhéritiers mond klinkt het verhaal over de vloek als een potsierlijk excuus, gezien de ravage die de in december veroordeelde oplichter heeft veroorzaakt met zijn handel in oude handschriften: achttienduizend gedupeerden in Frankrijk en België, en zo’n 1 miljard euro schade. Het laat onverlet dat de onlangs aan zijn detentie begonnen Lhéritier lang niet de enige is die gelooft dat De Sades manuscript ongeluk brengt.

‘Dat manuscript is altijd al verdoemd geweest’, zei De Sades achter-achter-achterkleinzoon Thibault. Markies de Sade schreef de roman eind 1785 als gevangene van de Bastille, waar de zedendelinquent achter de dubbele tralies was beland na een spoor van verkrachtingen, ontvoeringen en mishandelingen te hebben achtergelaten. ‘Nu is het ogenblik gekomen, vriend lezer, om je hart en geest voor te bereiden op het schandaligste verhaal dat ooit is verteld sinds het begin van de wereld’, schreef De Sade.

Het was geen bluf. De 120 dagen van Sodom beschrijft hoe vier rijken – een bisschop, hertog, rechter en bankier – hun slachtoffers in een afgelegen bergkasteel maandenlang onderwerpen aan een orgie van geweld. ‘Het evangelie van het kwaad’, wordt de roman ook wel genoemd, een litanie van bestialiteit, poepseks, necrofilie, incest, kannibalisme en moord. ‘Niemand, tenzij hij er volkomen doof voor is, kan De 120 dagen van Sodom lezen zonder zich misselijk te voelen’, zei de Franse filosoof Georges Bataille ooit.

Uniek verdienmodel

Na de bestorming van de Bastille in 1789 ontdekten plunderaars de in minuscule letters volgekladde papierrol in de cel van De Sade, verstopt tussen de witgekalkte stenen van een gevangenismuur. De gedetineerde zelf was inmiddels afgevoerd naar een gekkenhuis.

Daarna begon het manuscript aan een tumultueuze reis door Europa, waarbij het zijn eigenaars vrijwel zonder uitzondering in het onheil stortte, zoals Warner in zijn boek beschrijft: ‘vergooide fortuinen, verwoeste relaties, maatschappelijke beroering, diefstal en juridische conflicten, eenzaamheid en pijn, ziekte en dood’. Tot het manuscript in 2014 in handen kwam van Gérard Lhéritier.

Deze zoon van een Lotharingse loodgieter had met zijn bedrijfje Aristophil een nogal uniek verdienmodel uitgeknobbeld: aandelenhandel in literaire en historische documenten. Zijn modus operandi was even simpel als dubieus.

Lhéritier kocht zeldzame brieven en manuscripten op, liet de waarde ervan taxeren – of liever gezegd: opblazen – door bevriende experts, en verdeelde de waarde van elk document vervolgens in kleine stukjes, die hij verkocht alsof het aandelen in een beursgenoteerde firma waren. Zo’n achttienduizend veelal gepensioneerde beleggers stapten in, gelokt door de kans om hun appeltjes voor de dorst cultureel verantwoord te investeren.

Kattebelletje van Frida Kahlo

Dezelfde truc gebruikte Lhéritier bij zijn meest sensationele aankoop, Les 120 journées de Sodome. De vorige eigenaar, een Zwitserse eroticaverzamelaar, had het origineel in bezit gekregen via heling, nadat het begin jaren tachtig was gestolen in Parijs. De Zwitser stond op het punt om de papierrol voor 3,5 miljoen euro te verkopen aan de Franse staat, die er het pronkstuk van de Bibliothèque nationale van wilde maken. Maar in extremis overtoepte Lhéritier de Franse overheid met zijn bod van 7 miljoen euro.

Lhéritier wilde het geschrift niet om de literaire kwaliteiten: hij had De Sades magnum opus weleens proberen te lezen, maar uit walging na enkele pagina’s weggelegd. Aan de commerciële potentie twijfelde hij daarentegen niet. Hij liet de waarde van de papierrol taxeren op 12,5 miljoen euro en verkocht daarna 2.500 ‘aandelen’ van 5.000 euro per stuk.

Het probleem van Lhéritiers aandelenhandel zat hem niet in zijn manuscripten: die waren allemaal even echt als De Sades papierrol. Zoals een in geheimtaal geschreven plan van Napoleon om het Kremlin op te blazen. Een kattebelletje van Frida Kahlo, ondertekend met een kus van lippenstift. Het politieke testament van Lodewijk XVI. Partituren van Beethoven. Wiskundige formules van Einstein. Manuscripten van Honoré de Balzac, Simone de Beauvoir en Charlotte Brontë.

En zo waren er nog een slordige 135 duizend handschriften, de grootste collectie ter wereld. Aandeelhouders kregen de documenten nooit fysiek in handen – die werden bewaard door Aristophil – maar ontvingen een certificaat als bewijs dat ze een stukje van het origineel bezaten.

Ponzifraude

Het probleem zat hem wél in de rendementen die Lhéritier beleggers voorspiegelde: na vijf jaar zou Aristophil hun aandelen terugkopen, met 40 procent winst. Wat deelnemers niet beseften, was dat Lhéritier een klassiek ponzispel speelde. Hij gebruikte de inleg van nieuwe investeerders om de rendementen van de oude investeerders te betalen. Duizenden kleine beleggers uit Frankrijk en later ook België tuinden erin: priesters, dierenartsen, luchtverkeersleiders, sergeanten, tandartsen, bankiers, journalisten, rechters, advocaten.

Op het hoogtepunt van zijn succes forensde Lhéritier per privévliegtuig tussen zijn villa in Nice en zijn luxekantoor in Parijs. Hij opende een museum in de Franse hoofdstad om zijn collectie tentoon te stellen, gevolgd door een Aristophil-filiaal in Brussel. ‘L’empereur des manuscrits’, de ‘keizer van de manuscripten’, luidde een van zijn bijnamen.

Zijn exposities werden bijgewoond door politieke coryfeeën, zoals ex-presidenten Nicolas Sarkozy, François Hollande en Valéry Giscard d’Estaing. In juni 2014 huurde hij voor 860 duizend euro alle vierhonderd kamers van een hotel in Monte Carlo af om zijn zakenrelaties te fêteren met een tweedaags gala. Hij bezat drie volbloed renpaarden, een 18 meter lang jacht aan de Franse Rivièra en twee heteluchtballonnen, bedrukt met het Aristophil-logo.

Lhéritiers levensstijl was zo extravagant dat een bevriende Amerikaanse handelaar, van wie Lhéritier voor miljoenen dollars vijfhonderd brieven van Napoleon had gekocht, hem een goedbedoelde waarschuwing gaf. ‘Je weet hoe het met Napoleon is afgelopen’, zei hij.

Loterij

Meerdere malen vond Lhéritier bijna zijn Waterloo. Om de beloofde rendementen te kunnen uitkeren aan zijn investeerders had hij een constante geldstroom nodig. Maar de instroom van nieuwe beleggers droogde op zeker moment zodanig op, dat Lhéritier brieven van Einstein probeerde te verkopen aan Bill Gates, Steven Spielberg en Harvey Weinstein om Aristophil te redden. De drie hapten echter niet toe, wellicht omdat Lhéritiers vraagprijs 32 miljoen dollar was, ruim het vijftigvoudige van wat hij zelf voor de brieven had betaald.

Het geldtekort werd zo nijpend dat alleen het winnen van de loterij nog zijn ondergang kon voorkomen. Ongelooflijk genoeg is dat exact wat er gebeurde: in november 2012 won Lhéritier de EuroMillions-jackpot van 169 miljoen euro.

De verstokte loterijdeelnemer had meerdere loten gekocht bij een tabakszaak waar hij al jaren speelde op dezelfde nummers – de geboortedata van zijn kinderen en kleinkinderen. Ook de Franse justitie kon het later, toen Lhéritier eenmaal onderwerp was van gerechtelijk onderzoek, nauwelijks geloven, maar tot op heden is er nooit vals spel bewezen.

Lhéritier gebruikte een deel van de jackpot om Aristophil overeind te houden. Het bood slechts tijdelijk respijt. Nadat Franse media Lhéritiers handel en wandel op de korrel hadden genomen – zo had hij een brief van Vincent van Gogh gekocht voor 250 duizend euro en aan zijn aandeelhouders doorverkocht voor 900 duizend euro – begonnen ook de Franse autoriteiten lont te ruiken.

Gedupeerde beleggers

In november 2014 vielen zo’n honderd politieagenten panden van Lhéritier binnen in Parijs, Nice, Brussel en Genève. In maart 2015 volgde de aanklacht tegen Lhéritier: misleidende handelspraktijken en oplichting in georganiseerd verband. Aristophil was inmiddels failliet.

Voor aandeelhouders was het een hard gelag. Het leeuwendeel van hun inleg krijgen ze nooit meer terug. De 56 veilingen van Lhéritiers handschriften hebben tot nu toe slechts 12 procent van het door beleggers ingebrachte geld opgeleverd.

Een van de gedupeerden was een ex-eigenaar van vier kapsalons uit Reims. Hij maakte de tragische vergissing om het geld dat hij met de verkoop van zijn salons had verdiend – 1,7 miljoen euro – te investeren in Aristophil-aandelen, zoals in liefdesbrieven van Antoine de Saint-Exupéry, schrijver van het befaamde Le petit prince. Toen Aristophil failliet ging en zijn belegging verdampte, pleegde de man suïcide.

Liefst elf jaar hadden de Franse autoriteiten nodig om de kluwen van 135 duizend manuscripten en 1 miljard euro aan investeringen te ontwarren. Lhéritier hield intussen bij hoog en laag zijn onschuld vol, en beweerde het slachtoffer te zijn van een complot door de Franse overheid, die volgens hem zijn collectie zou willen afpakken.

Meer plotwendingen

Op 11 december 2025 veroordeelde de rechtbank Lhéritier tot 5 jaar cel, plus een boete van 375 duizend euro. Ook enkele van zijn handlangers, onder wie een notaris, een boekhouder en een advocaat, werden veroordeeld. De rechter omschreef Lhéritier als kwade genius achter ‘een van de grootste oplichtingen die ooit zijn berecht’ in Frankrijk. Lhéritiers handeltje was niets meer dan een ‘regelrechte valstrik voor zijn cliënten’.

Het bleek niet de laatste plotwending. Oorspronkelijk had Lhéritier afgelopen mei aan zijn gevangenisstraf moeten beginnen. Vlak daarvoor werd echter bekend dat hij omwille van zijn hoge leeftijd en broze gezondheid een schikking had getroffen met justitie.

Ditmaal bekende Lhéritier wel schuld. In ruil daarvoor werd zijn straf ingekort tot 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk en de resterende niet in de gevangenis, maar onder huisarrest. Zoals Napoleon en De Sade eindigden als gevangenen – de ene op Sint-Helena, de andere in een gesticht – zo vierde Lhéritier op 21 juni zijn 78ste verjaardag met een elektronische enkelband om, in ballingschap in zijn villa met zwembad in Nice.

En het manuscript van Les 120 journées de Sodome? Dat werd in 2021 voor 4,5 miljoen euro gekocht door de Franse staat. De vervloekte papierrol ligt nu in de Bibliothèque nationale, klaar om haar volgende slachtoffers te maken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next