REGIO - Het is de grote angst van veel ouders: je bent een dagje naar het strand of een recreatieplas, lekker even bijkomen, en ineens is je kind weg. Het overkomt elke jaar opnieuw zes- à zevenhonderd ouders. Helemaal te voorkomen is het niet, maar toch heeft de reddingsbrigade wel een aantal tips.
Afgelopen weekeinde was het nog raak in Katwijk. Daar werd lang gezocht naar een vermist vierjarig meisje dat kopje onder zou zijn gegaan in zee. Ze werd later ongeschonden aangetroffen op het strand.
Dat gebeurt vaker, vertelt Ernst Brokmeier van Reddingsbrigade Nederland aan Omroep West. 'Soms zijn kinderen vijf minuten vermist, maar soms ook wel twee tot drie uur. Dan ontstaan zulke zoekacties zoals in Katwijk.'
'Af en toe vragen mensen weleens of het niet overdreven is om met boten en een helikopter te gaan zoeken. Maar als een moeder meldt haar kindje kwijt te zijn in zee en het is niet meer te zien, dan gaan we echt wel grootschalig zoeken.'
Vorig jaar werden ruim zeshonderd kinderen als vermist opgegeven. 'Maar in de praktijk is dat aantal zeker wel het dubbele, dat durf ik wel te stellen. Want de reddingsbrigade is niet altijd betrokken en soms wordt iets niet goed geregistreerd.'
Het gaat dan niet alleen om het strand, maar ook om recreatiegebieden. 'Vooral als het echt warm is, het is weekend en het wordt hoog water in de middag, dan gaat het vaak mis', vertelt Brokmeier.
'Het strand wordt dan gedurende de dag steeds kleiner. Mensen gaan hun spulletjes verplaatsen, komen dichter op elkaar te zitten. Dat zorgt geheid voor vermissingen. Voor een kind ziet alles er hetzelfde uit.'
'Ze kunnen vaak ook niet over bedjes of windschermen heen kijken, omdat ze zo klein zijn. Een kind zegt dan bijvoorbeeld: we zitten bij de blauwe bedjes. Dat is goed onthouden, maar ja, die hebben twintig andere strandtenten ook.'
Het gedrag van een kind is ook van invloed. 'Als ze gaan huilen, worden ze meestal binnen vijf minuten door iemand anders opgepakt en terugbezorgd. Maar als ze even aan het spelen zijn of wat ronddwalen niet. Je denkt dan als voorbijganger niet meteen die is zoek, maar meestal ga je ervanuit dat de ouders wel ergens zullen zitten.'
'Soms vinden we ook een kindje waarvan omstanders zeggen: die heb ik al vier keer langs zien wandelen met emmertje en schepje. Soms kun je er als ouder ook echt niks aan doen. Je knippert een keer met je ogen, pakt iets uit je tas en ze zijn verdwenen. Dat kan altijd gebeuren, maar in veel gevallen is het toch wel te voorkomen dat een kind dan kwijtraakt.'
Hoe dan? 'Dat begint bij het begin. Als je op pad gaat, bedenk hoe je hem of haar iets kan meegeven qua herkenbaarheid. Een polsbandje met telefoonnummer erop, een kettinkje, iets anders. We zien gelukkig steeds vaker dat ouders dat hebben geregeld.'
Als je het vergeten bent, is er altijd nog de reddingsbrigade. 'Bij de meeste van onze posten kun je een bandje ophalen om daar je nummer op te schrijven.' Een andere basale tip: maak afspraken met je kind.
'Maak het heel concreet. We zijn nu hier, bij dit gebouw, bij deze paal. Als we elkaar kwijtraken, dan ga je hierheen. Dat kan ook bij de reddingsbrigade zijn of de politiepost. Dat zijn vertrouwde plekken, ook al leer je je kind: praat niet met vreemden en ga niet met ze mee.'
Een andere tip die ook heel simpel klinkt: houd ze in de gaten. 'Ja, zeker bij en rond het water moet je altijd maximaal een armlengte afstand houden. Ook op de wat grotere kinderen moet je een oogje houden.'
Hij vervolgt: 'Natuurlijk is het verleidelijk zelf op het terras te gaan zitten of een boek te lezen, maar dat is niet altijd handig.'
Een boek? Tegenwoordig zitten veel ouders continu 'op hun telefoon'. Speelt dat ook een rol? 'Dat wordt door ouders achteraf nooit gezegd, dus dat is speculeren. Maar iedereen zit steeds vaker overal met zijn neus in de telefoon geklemd, dus dat is ook wel met enige regelmaat een oorzaak.'
Al is oververmoeidheid bij jonge ouders ook een factor. 'Ik heb ooit weleens met baby van paar maanden overhandigd gekregen, die nog maar net kon kruipen. De moeder was in slaap gevallen en het kind was drie bedjes verder gekropen. Dat heeft anderhalf uur op onze reddingspost gezeten.'
Als hun kind zoek is, raken de meeste ouders dan in paniek? De reddingsbrigade onderscheidt drie categorieën. 'Ouders die helemaal over de rooie gaan en in paniek raken. Die komen zich vaak het snelst melden, dus dat is eigenlijk alleen maar goed.'
De tweede categorie is de ouder die ook in paniek raakt, maar zich niet meldt. Die schaamt zich. 'Die komen uiteindelijk bij ons om te zeggen de ze al anderhalf uur hun zoontje van zes kwijt zijn.'
Niet nodig, zegt Brokmeier. 'Kom echt gewoon na tien minuten, wacht niet te lang. Schamen is niet nodig. Hoe sneller we zoeken, hoe eerder iemand wordt gevonden.'
Dan is er nog de derde categorie. 'Die weet niet wat ze moeten doen. Dat zijn met name toeristen of mensen uit niet-westerse landen, zoals arbeidsmigranten. Die zijn niet zo bekend met water en weten niet dat wij bestaan of dat de politie iets doet.'
'Ze gaan vaak met de hele familie zelf zoeken en dan komen wij ze tegen. Soms zit het kindje dan al een uur bij ons op de reddingspost.'
Als een kind eenmaal is gevonden, komt er natuurlijk een enorme opluchting. Hoewel? 'Zeker bij jongere kinderen zien we dat ouders heel erg kwaad worden op hun kind of zelfs agressief reageren. Dat lijkt misschien logisch, maar is zeker niet de bedoeling.'
'Je moet als ouder beseffen dat jonge kinderen er echt niks aan kunnen doen dat ze zoekraken. Op het strand ziet alles er hetzelfde uit. Eén stap opzij en je staat achter een ander windscherm en dan ben je je ouders kwijt. Ik snap die ontlading van ouders wel, maar reageer het nou absoluut niet op je kleintje af, het is allemaal al traumatisch genoeg.'
Die vraag is niet te beantwoorden, ook al denken veel mensen dat jongetjes eigenwijzer zijn. Er wordt op dit moment wel onderzoek gedaan naar 'verdwaalpatronen'.
Mythes als meisjes met lang haar lopen tegen de wind in, kinderen lopen met de zon in de rug, jongetjes lopen vaker weg dan meisjes: ze worden allemaal onderzocht.
Studenten verzamelen nu alle cases en bekijken of er een patroon is, voor het project 'Het Strand Veilig'. Dat onderzoek moet eind dit jaar klaar zijn.
Tot slot nog een geruststelling van de man die al ruim 35 jaar meedraait: kinderen worden eigenlijk altijd wel weer teruggevonden. 'Al komt een kind natuurlijk een heel enkele keer in het water terecht, maar meestal zijn ze gewoon op het strand. Gelukkig. Maar ook daar is natuurlijk het risico dat een kind het water ingaat.'
En zwemvleugeltjes, zoals op de foto bovenaan, die zijn niet genoeg voor in zee, waarschuwt hij. 'Nee, eerder een reddingsvest. Met stroming en wind kan een kind echt wegdrijven. Dus een klein kind moet zeker nooit zonder toezicht het water in.'
Source: Omroep West Den Haag