Home

De rangorde in onze verontwaardiging

Op Sicilië had ik me voorgenomen nergens over na te denken. Overdag lukte dat uitstekend. Espresso, zee, een dorp tegen een bergwand. Voor helemaal nietsdoen bleek ik toch niet gemaakt. In mijn koffer lag een boek van John Stuart Mill en ’s avonds keek ik alsnog wat er in de wereld aan de hand was.

Zo belandde ik in De Groene Amsterdammer bij een verhaal over Syrische vrouwen die naar Nederland waren gevlucht en hier opnieuw vastzaten. Ze waren aan de oorlog ontsnapt, maar niet altijd aan de controle van hun echtgenoot, familie of omgeving. Een van hen werd bij haar scheiding verweten dat ze haar Syrische huwelijkscontract verraadde door zich op Nederlandse rechten te beroepen.

Of iemand die rechten ook werkelijk vrij kan gebruiken, meten we liever niet, terwijl we integratie graag meetbaar maken. Taal, werk, inkomen, huisvesting. Ik heb jarenlang in die wereld gewerkt en geloof me, over participatie kunnen we vergaderen totdat zelfs het woord participatie niet meer wil participeren. Maar zodra het gaat over huwelijk, geloof, familie-eer, seksualiteit en de positie van vrouwen, verandert onze verhouding tot cijfers. De discussie gaat al snel niet meer over wat we willen weten, maar over de vraag of we dit überhaupt moeten onderzoeken.

Neem een vrouw die Nederlands spreekt, werkt en haar eigen geld verdient. Dat zegt nog weinig over haar vrijheid als een scheiding haar familie, haar kinderen of haar veiligheid kan kosten. Een dochter kan volgens de wet zelf haar partner kiezen, terwijl die keuze thuis allang voor haar is gemaakt. De broer die haar telefoon controleert, zal zeggen dat hij gewoon op haar let. Zodra je die onvrijheid benoemt, praten we graag over trauma, ontworteling en armoede. Allemaal relevant. Maar veel minder graag over de normen en machtsverhoudingen die bepalen hoeveel vrijheid zij thuis werkelijk heeft.

Dat neem ik vooral mijn eigen progressief-liberale kring kwalijk. Bij discriminatie van moslims weten we zonder aarzeling waar we staan. Terecht. Maar wanneer een moslima door haar eigen familie in haar vrijheid wordt beperkt, is die helderheid minder vanzelfsprekend. De achttienjarige Syrische Ryan werd door haar vader en broers vermoord omdat zij volgens haar familie te westers leefde. Haar dood laat de uiterste consequentie van groepsmacht zien. Bij zulke verhalen merkte ik hoe snel angst voor stigmatisering en generalisering de scherpte uit ons oordeel haalt.

Er zit ook een rangorde in onze verontwaardiging. Een discriminerende overheid, een rechtse politicus of ‘de witte man’ hoeft weinig introductie. Daar weten we meteen wie ter verantwoording moet worden geroepen. Maar bij de familieoudste die een scheiding tegenhoudt, de religieuze omgeving die een afvallige verstoot of de oom die bepaalt met wie zijn nicht thuiskomt, verschuift de aandacht gemakkelijker naar degene die kritiek levert. Voor je het weet gaat het niet meer over de oom, maar over de vermeende islamofobie van degene die hem bekritiseert.

En dus moet de criticus ineens zijn papieren laten zien. Was zijn toon wel goed? Zijn motief zuiver? Spreekt hier niet vooral zijn trauma? Degene die voor een ander beslist, ontsnapt makkelijk aan die keuring. Dat vind ik een wonderlijke uitkomst.

Die avond sloeg ik Mill toch weer open. Bij hem vond ik het principe dat ik zocht. Integratie begint niet bij meedoen, maar bij de vrijheid om níét mee te doen. Met de familie, het geloof, de verwachtingen van de groep.

De progressief-liberale traditie waartoe ik mezelf reken, heeft het debat over sociaal-culturele integratie te lang aan rechts overgelaten. Een doorgeschoten cultuurrelativisme maakte ons huiverig om ook normen en machtsverhoudingen binnen minderheidsgemeenschappen langs liberale maatstaven te leggen. Dat is een vergissing. Liberale beginselen zijn nu eenmaal normerend. Ze schrijven niet voor hoe een vrouw moet leven. Ze trekken wel een grens zodra anderen die keuze voor haar maken. 

Mijn vrouw vroeg of het boek nu eindelijk dicht kon. Dat kon. Voor mij begon het dolce far niente. Voor die vrouwen begint de rust pas wanneer hun vrijheid zwaarder weegt dan onze angst om hun gemeenschap te stigmatiseren.

Discriminatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next