Vlagschending Het beschadigen van Japans nationale vlag is vanaf deze donderdag strafbaar. Deskundigen noemen het symboolpolitiek, maar waarschuwen toch voor zelfcensuur. „Ik dacht: wat zijn ze nu weer voor een belachelijke wet aan het maken?”
Kunstenaar Makoto Aida tijdens een openbare werksessie in Museum Haus Kasuya in Yokosuka.
Tijdens een openbare werksessie in Museum Haus Kasuya, in de Japanse kuststad Yokosuka, zit de grijsbebaarde Makoto Aida op een grijze bureaustoel en strijkt met een grijze verfkwast over een metersbreed schilderij. In het dampende water dat hij inkleurt wordt de Russische schrijver Fjodor Dostojevski beklommen door een aap. Verderop steekt een enorme paarse aubergine de lucht in. Het werk waaraan Aida deze middag schildert, heet Konyokuzu, oftewel „Afbeelding van een gemengd bad”. „Het is een fictief openluchtbad waarin iedereen welkom is”, vertelt hij. „Ongeacht nationaliteit, leeftijd of wat dan ook.”
Tussen de afgebeelde badgasten duiken ook opvallende Japanse figuren op, onder wie de wereldberoemde schrijver Yukio Mishima. Deze prominente ultranationalist verdedigde de verering van de keizer, richtte een privémilitie op en pleegde in 1970 ritueel zelfmoord nadat hij tevergeefs had geprobeerd militairen tot een opstand te bewegen.
„Voor zijn houding heb ik me laten inspireren door een Romeins beeld van een gladiator”, vertelt Aida. Op Mishima’s voorhoofd schilderde hij een hoofdband met de rode zon van de Japanse vlag, omringd door de Japanse letters voor Coca-Cola. „Ik gebruik de Japanse vlag opvallend vaak”, zegt Aida enigszins verbaasd, alsof hij dat zelf nu pas beseft.
En juist dat terugkerende motief is momenteel politiek beladen. Vanaf deze donderdag is het in Japan strafbaar om de nationale vlag in het openbaar te beschadigen, te verwijderen of te bevuilen op een manier die bij mensen „sterke gevoelens van ongemak of afkeer” veroorzaakt. Overtreders riskeren maximaal twee jaar gevangenisstraf of een boete van 200.000 yen, ongeveer 1.100 euro.
Schilderij van Makoto Aida uit de serie Umeboshi. Hierin speelt Aida met de kleuren om de ‘Hinomaru’ – de Japanse vlag – na te bootsen.
Maar wat de één als kunst beschouwt, kan bij een ander sterke afkeer oproepen, waarschuwt Takahiro Eto, hoogleraar strafrecht aan de Momoyama Gakuin-universiteit. „Eerst zal een politieagent daarover moeten oordelen, daarna een officier van justitie en uiteindelijk een rechter. Maar uit de wettekst valt niet op te maken wanneer precies de grens van strafbaarheid wordt overschreden.”
Voorstanders rechtvaardigen de nieuwe wet door te wijzen op een vermeende juridische ongelijkheid: Japan kende al een strafbepaling voor het beschadigen van buitenlandse vlaggen, terwijl de eigen nationale vlag niet afzonderlijk werd beschermd.
Die oudere bepaling had volgens Eto echter een heel ander doel. „Die werd in 1907 ingevoerd, in een periode waarin Japan tijdens moeizame onderhandelingen met westerse landen diplomatieke incidenten wilde voorkomen”, legt hij uit. Een verscheurde buitenlandse vlag kon die internationale betrekkingen beschadigen.
Bovendien gold het verbod in de juridische praktijk niet voor iemand die zijn eigen buitenlandse vlag beschadigde. Wie de vlag van zijn buurman verscheurde, kon al worden vervolgd omdat hij andermans bezit vernielde. „Wie zijn eigen buitenlandse vlag beschadigt, wordt in de praktijk niet bestraft”, zegt Eto. Veel incidenten met de Japanse vlag zijn overigens niet bekend. „Vorig jaar bracht een demonstrant thuis een kruis op de vlag aan en toonde die daarna in het openbaar.” Het was een zeldzame actie, maar wakkerde wel de discussie over landelijke vlaggenschennis aan.
Ironisch genoeg zou die persoon op grond van de nieuwe bepaling niet vervolgbaar zijn, zegt de hoogleraar. „De demonstrant had de vlag namelijk thuis beklad en pas daarna in het openbaar getoond.”
In 2018 gebruikte Aida zelf ook een versleten en gescheurde Hinomaru, zoals de Japanse vlag doorgaans wordt genoemd, als projectiescherm in een kunstinstallatie over de geleidelijke aftakeling van de Japanse samenleving. De vlag vormde slechts een klein onderdeel van een veel groter kunstwerk en was niet gemaakt als protest tegen de nieuwe strafbaarstelling. „Die installatie is al acht jaar oud”, benadrukt Aida.
Makoto Aida’s installatie van een Japanse vlag uit 2018.
Toen duidelijk werd dat het beschadigen van de Japanse vlag strafbaar zou worden, plaatste Aida een oude foto van de installatie opnieuw op X. „Ik dacht: wat zijn ze nu weer voor een belachelijke wet aan het maken? Toen herinnerde ik me dat ik nog een foto van die vieze, gehavende vlag had.” De publicatie was, naar eigen zeggen, vooral bedoeld als zwarte humor.
De reacties waren feller dan hij had verwacht. „Sommigen schreven dat ik geen kunstenaar was, maar afval van de samenleving”, vertelt hij. „Anderen zeiden juist: goed dat u dit heeft gedaan.” Later grapte Aida dat hij als eerste zou worden gearresteerd.
De kunstenaar is al vaker aangevallen vanwege de seksuele en politiek beladen onderwerpen in zijn werk. „Ik denk soms dat het voor mij inmiddels helemaal onmogelijk is geworden om in openbare musea te exposeren”, zegt hij. Hij krijgt tegenwoordig veel minder uitnodigingen van zulke instellingen. „Misschien sta ik niet op een echte, op papier vastgelegde lijst, maar heb ik wel het gevoel dat ik in de hoofden van mensen binnen het cultuurbeleid op een soort zwarte lijst sta.”
Waar zijn kunst mogelijk overgaat in een strafbare handeling, kan Aida niet aangeven. „Zelfs ik kan niet altijd onder woorden brengen welke betekenis in mijn werk besloten ligt”, zegt hij. „Als een rechtbank moet discussiëren over de manier waarop de Japanse vlag in een kunstwerk wordt gebruikt, denk ik niet dat het ooit tot een duidelijk antwoord komt.”
Dat is volgens hem zelfs de essentie van kunst. „Je kan zeggen dat het slecht samengaat met wetten. Sterker nog: ik wíl juist dingen maken die zich slecht tot juridische regels verhouden.”
Maar Eto verwacht dat de nieuwe bepaling in de praktijk nauwelijks tot vervolgingen gaat leiden. „Het bestraffen van een kunstenaar of demonstrant die de vlag gebruikt om een politieke boodschap uit te dragen, kan in strijd zijn met de grondwettelijk beschermde vrijheid van meningsuiting.”
Mede hierom is de totstandkoming van de wet opvallend. Hoewel huidig premier Sanae Takaichi zelf in 2011 al eens tevergeefs voor strafbaarstelling pleitte, diende haar kabinet het voorstel niet zelf in. Het kwam van parlementsleden uit haar eigen Liberaal-Democratische Partij (LDP) en enkele andere partijen, waaronder de conservatieve Japanse Innovatie Partij en het radicaal-rechtse Sanseito. Als initiatiefvoorstel hoefde de tekst daarom niet langs het Bureau voor Wetgeving van het Kabinet, dat regeringsplannen uitgebreid juridisch toetst.
Ook de parlementaire behandeling verliep razendsnel: tussen de indiening op 16 juni en de goedkeuring door beide Kamers zat nauwelijks een maand. „Met de ruime meerderheid van de LDP wordt zo’n voorstel al snel aangenomen”, zegt Eto. Volgens hem zijn de vage formuleringen mede het gevolg van deze snelheid en onvoldoende juridische toetsing. „Via de normale weg hadden we mogelijk een betere wettekst gehad, of hadden juristen kunnen waarschuwen dat het helemaal niet kon.”
Nu dreigt de strafbepaling een dode letter te worden. „Dat betekent dat de wet wel bestaat, maar in werkelijkheid niet gebruikt wordt”, legt Eto uit. Onschuldig is zo’n papieren verbod volgens hem echter niet.
„Neem bijvoorbeeld een toneelmaker die een voorstelling over een oorlog voorbereidt en daarin de Hinomaru wil gebruiken”, zegt de hoogleraar. „Die persoon kan zich gaan afvragen: kan ik de vlag hier niet beter weglaten? Uiteindelijk kiest hij dan misschien voor een andere manier om de scène vorm te geven.” Van die beslissing hoort vervolgens niemand: er volgt geen arrestatie, geen rechtszaak en geen krantenbericht. Het kunstwerk verandert zonder dat de buitenwereld ooit ziet waarom. Zelfcensuur, concludeert Eto.
In Museum Haus Kasuya staan enkele bezoekers ondertussen zwijgend achter het bruine koord toe te kijken hoe Aida verder schildert. De drie doeken vormen samen een bijna tien meter breed kunstwerk waaraan hij al jarenlang werkt. Voor de openbare werksessies is een grote, felverlichte witte zaal ingericht. Rond Aida’s stoel liggen tubes verf en rijen kwasten. Naast hem een kleine handföhn en een trapje waarmee hij de bovenste delen van de doeken kan bereiken.
Aida erkent dat de nieuwe strafbaarstelling hem bewuster heeft gemaakt van zijn eigen werkwijze. „Doordat de vlag zo’n onderwerp is geworden, denk ik er misschien te veel over na”, zegt hij. Toch wil hij zich niet laten tegenhouden. „Als ik iets met de Hinomaru wil doen, zal ik het doen. Maar als ik zou weten dat ik na mijn arrestatie meteen in de verhoorkamer word gemarteld en gedood, dán heb ik misschien toch niet de moed.”