Ducati speelde afgelopen weekend tijdens de Grand Prix van Groot-Brittannië op Silverstone geen hoofdrol. Geen enkele Ducati-coureur wist in de kwalificatie, Sprint of Grand Prix bij de eerste drie te eindigen. Ducati Corse General Manager Gigi Dall’Igna erkent dat Ducati simpelweg tekort kwam op het snelle en vloeiende Britse circuit en spreekt van een harde confrontatie met de realiteit.
Waar Ducati de afgelopen jaren vaak de maatstaf was in de MotoGP klasse, waren het op Silverstone vooral de Aprilia coureurs die het tempo bepaalden. Raúl Fernández won zondag de Grand Prix en zorgde er daarmee voor dat alle vier de Aprilia coureurs dit seizoen inmiddels een Grand Prix hebben gewonnen.
Ducati daarentegen beleefde een weekend waarin het vanaf de kwalificatie zoeken was naar snelheid en het juiste gevoel met de Desmosedici GP.
“Er valt eigenlijk niet zoveel over te zeggen: we waren nooit echt in de running”, aldus Dall’Igna. “Van de kwalificatie tot en met de Grand Prix hebben we om verschillende redenen nooit een competitief tempo gevonden. Ook ontbrak steeds het juiste gevoel met de motor.”
“Er valt eigenlijk niet zoveel over te zeggen: we waren nooit echt in de running”, aldus Dall’Igna. “Van de kwalificatie tot en met de Grand Prix hebben we om verschillende redenen nooit een competitief tempo gevonden. Ook ontbrak steeds het juiste gevoel met de motor.”
Volgens Dall’Igna was Álex Márquez zowel zaterdag als zondag de sterkste Ducati coureur. De BK8 Gresini Racing MotoGP coureur leek in de Grand Prix zelfs uitzicht te hebben op een podiumplaats, maar een fout halverwege de race kostte hem die mogelijkheid. Ook Fabio Di Giannantonio verzamelde volgens de Ducati topman belangrijke WK-punten. De Pertamina Enduro VR46 Racing Team coureur blijft daarmee samen met Márquez een rol spelen in een kampioenschap waarin de onderlinge verschillen vooraan relatief klein zijn.
Voor Marc Márquez werd Silverstone een bijzonder lastig weekend. De negenvoudig wereldkampioen kwam naar Groot-Brittannië na een perfect weekend op de Sachsenring, maar kon dat niveau geen moment benaderen. In de Sprint kreeg de Spanjaard te maken met forse – en een onverwacht snelle bandenslijtage en kwam hij niet verder dan de negende plaats. Een dag later begon hij sterk aan de Grand Prix en wist hij zich aanvankelijk in de strijd om de podiumplaatsen te handhaven. Naarmate de race vorderde moest hij echter steeds meer terrein prijsgeven. Uiteindelijk finishte hij als zevende.
“Marc kon geen moment het race tempo van de snelsten evenaren”, analyseerde Dall’Igna. “Hij begon sterk en bleef zo lang mogelijk meestrijden voor een podiumklassering, maar zakte daarna geleidelijk terug. Hij bleef vechten, totdat hij genoegen moest nemen met een minder opvallende race zonder onnodige risico’s te nemen.”
“Marc kon geen moment het race tempo van de snelsten evenaren”, analyseerde Dall’Igna. “Hij begon sterk en bleef zo lang mogelijk meestrijden voor een podiumklassering, maar zakte daarna geleidelijk terug. Hij bleef vechten, totdat hij genoegen moest nemen met een minder opvallende race zonder onnodige risico’s te nemen.”
Door het tegenvallende weekend zakte Márquez naar de vierde plaats in de WK-stand. Hij staat nu veertig punten achter kampioenschapsleider Jorge Martín.
De overwinning van Raúl Fernández onderstreepte het sterke optreden van Aprilia op Silverstone. Jorge Martín leidt na de Britse Grand Prix het wereldkampioenschap met 31 punten voorsprong op Aprilia Racing teamgenoot Marco Bezzecchi. Superfile Trackhouse MotoGP Team coureur Ai Ogura, die op Silverstone ten val kwam, volgt op 37 punten van Martín.
Voor Ducati is de boodschap van Dall’Igna duidelijk. Het resultaat op Silverstone is vooralsnog geen reden tot paniek, maar wel een waarschuwing dat de concurrentie niet stilzit.
“Niets om ons bijzonder veel zorgen over te maken”, aldus de Italiaan. “Maar dit circuit brengt ons abrupt terug naar de realiteit van een zwaar bevochten kampioenschap tegen sterke en onverzettelijke tegenstanders. De prioriteit is nu om de spirit van vóór de zomerstop terug te vinden en er opnieuw alles voor te geven.”
“Niets om ons bijzonder veel zorgen over te maken”, aldus de Italiaan. “Maar dit circuit brengt ons abrupt terug naar de realiteit van een zwaar bevochten kampioenschap tegen sterke en onverzettelijke tegenstanders. De prioriteit is nu om de spirit van vóór de zomerstop terug te vinden en er opnieuw alles voor te geven.”
Dall’Igna benadrukt bovendien dat er nog voldoende wedstrijden te gaan zijn en dat ook de concurrentie mindere weekenden zal krijgen.
“Er zullen zeker weer gunstige dagen komen. Het belangrijkste is dat we klaar zijn wanneer die zich aandienen. In een kampioenschap als dit zal het succes gaan naar degene die het beste kan reageren op de uitdaging van de dag.”
“Er zullen zeker weer gunstige dagen komen. Het belangrijkste is dat we klaar zijn wanneer die zich aandienen. In een kampioenschap als dit zal het succes gaan naar degene die het beste kan reageren op de uitdaging van de dag.”
Ducati krijgt eind augustus de kans om terug te slaan. Van 28 t/m 30 augustus staat de Grand Prix van Aragón op het programma, de dertiende ronde van het 2026 MotoGP seizoen. Gezien de voorgaande edities op het Noord-Spaanse circuit, de in het verleden nagenoeg onverslaanbare Marc Márquez op dit circuit, en de totaal andere lay-out in vergelijking met Silverstone zijn de vooruitzichten in ieder geval aanzienlijk positiever voor de Ducati Corse teambaas en zijn zes MotoGP protegés.