Vraag tien willekeurige Nederlanders om in te schatten of het risico dement te worden toe- of afneemt, en ik denk dat negen van hen de inschatting maken dat het toeneemt.
Maar het neemt af, van 1984 tot 2004 met 15 procent, en tussen 2004 en 2024 met nog eens 15 procent. Het aantal dementerenden neemt snel toe door veroudering, maar mensen worden relatief minder vaak gediagnosticeerd met dementie, dus het risico neemt af.
Ik had geen idee. Ik kwam er alleen achter omdat ik het interview met epidemioloog Arfan Ikram in NRC las.
Het is de tweede keer dit jaar dat ik me verbaas over hoe goed het met ons gaat. Voor een nieuw onderzoeksproject zocht ik op hoe het eigenlijk ging met suikerziekte in Nederland. Hoe ernstig was de door het diabetesfonds aangekondigde tsunami van diabetes type 2?
Ik verwachtte een steile curve omhoog aan te treffen – dat de insulinereceptoren van mijn medeburgers maximaal murw gebeukt worden door suikerpiek na suikerpiek, weerloos tegen de verleidingen van ultrabewerkt voedsel, chips, snoep en cola.
Maar tot mijn stomme verbazing was het tegenovergestelde waar: het risico op diabetes halveerde in elf jaar tijd, bleek uit data van huisartsenregistraties. In 2018 schreven de partijen van het preventieakkoord dat er 1,1 miljoen diabeten waren in Nederland en dat dat aantal snel toenam. In 2022 waren het er nog steeds 1,1 miljoen.
Ik kon het bijna niet geloven, maar dezelfde trend zat in de publicaties over diabetes in Duitsland en een groot aantal andere hooginkomenslanden. Zelfs in de voorhoede, in de Verenigde Staten, lijkt de diabetesepidemie al jaren over het hoogtepunt heen.
Eén verklaring ligt behoorlijk voor de hand: we consumeren veel minder suiker dan voorheen. En ook dat kwam voor mij onverwacht te midden van alle doemverhalen over onze leefstijl. In een periode van zeven jaar nam onze consumptie van suikerhoudende frisdrank met meer dan een derde af. In mijn eigen woorden: het is ons op de één of andere wonderbaarlijke wijze gelukt om te stoppen met het drinken van achterlijke hoeveelheden cola.
Maar er is meer. Want we drinken ook al jaren minder alcohol. En het aantal rokers neemt al zolang af dat Philip Morris de hele smerige trucendoos moet opentrekken om een nieuwe generatie aan de vape te krijgen.
Ik durf mijn conclusie bijna niet op te schrijven, maar ik denk dat die gerechtvaardigd is: we leven steeds gezonder en daardoor worden we minder vaak ziek.
Nu we de obesitas- en diabetesepidemie in rap tempo aan het wegspuiten zijn met Ozempic, moeten we vooral niet vergeten waar mensen de afgelopen jaren zelf toe in staat zijn gebleken. Ook zonder suikertaks, pil of spuit, hebben mensen zelf de moeilijke keuze gemaakt om verleidelijke spotgoedkope ongezonde producten als cola links te laten liggen. Om minder suiker in te nemen en een gezonder leven te leiden.
Eigenlijk begrijp ik niet goed waarom dit goede nieuws zo onderbelicht is. Toen Wageningen-onderzoeker Guido Camps en ik over dat goede diabetes-nieuws schreven in EW voelde dat radicaal. Waarom gaan artsen, beleidsmakers, wetenschappers en gezondheidsfondsen niet himmelhoch jauchzend over straat om dit enorme leefstijlsucces te vieren?
Daar zijn heus wel wat saaie verklaringen voor te verzinnen. Minder probleem betekent minder geld. En zorgverleners lachen je weg als je suggereert dat mensen gezonder zijn. In de ziekenhuizen worden ze nog steeds overspoeld met vermijdbare ellende als gevolg van roken, drinken, zitten en eten.
Maar er zit iets diepers in ons denken dat ervoor zorgt dat we toch liever hoofdschuddend in elkaars boodschappenmandje kijken dan dat we de blijde boodschap omarmen. Ik denk dat die resistentie zit in onze hardnekkige overtuiging dat onze medeburgers weerloze wezens zijn die hun gezondheid massaal op het spel zetten door kortetermijnplezier en het voortdurend maken van domme keuzes omdat ze zich laten meeslepen door nepnieuws over zonnebrand, vaccinatie en voeding.
Dan is het lastig om te accepteren dat alles wat we weten over wat mensen daadwerkelijk doen, het tegenovergestelde laat zien: dat we tot inzicht kunnen komen over wat goed voor ons is en ons gedrag daarop kunnen aanpassen.
Ook voor mij persoonlijk was dit een verfrissend inzicht. Nu ik weer terugkeer naar onderzoek – dat wat ik toch niet laten kan – realiseer ik me dat dit is wat ik heb gemist. Me laten verrassen door precies dit type contra-intuïtieve inzichten die je alleen kunt opdoen door je zonder dogma’s te laten verrassen door data. Dat blijft het grootste genoegen.