Home

‘Baas Zhu’ haalde de bezem door de starre staatseconomie en werd het gezicht van het hervormingsgezinde China

Oud-premier Zhu Rongji liberaliseerde in de jaren negentig de starre Chinese planeconomie, met de onstuitbare opmars van China als economische wereldmacht als gevolg. Wie was deze ongeduldige doorpakker, die woensdag op 97-jarige leeftijd aan een onbekende ziekte in de Chinese hoofdstad Beijing overleed?

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.

‘Bent u de Chinese Michail Gorbatsjov?’ Die vraag kreeg Zhu Rongji als burgemeester van havenstad Shanghai regelmatig van westerse journalisten. Eind jaren tachtig stond Zhu immers net als Gorbatsjov bekend om zijn hervormingsgezinde inslag. Bars wees hij echter elke vergelijking met de Rus van de hand. ‘Nee, ik ben de Chinese Zhu Rongji’, zei hij dan.

Al vroeg leerde Zhu zich verre te houden van democratisering en andere politieke mijnenvelden. Als jonge ambtenaar op de afdeling economische planning waagde hij het in 1957 de aartsvader van de Chinese revolutie, Mao Zedong, te bekritiseren. Mao dacht destijds binnen enkele jaren de rijkste industrielanden ter wereld in te halen door Chinese boeren massaal staal te laten maken.

Zhu bepleitte een behoedzamere aanpak. Dat kwam hem duur te staan. Hij werd uit de communistische partij gezet en naar het platteland verbannen. Daar braken net de eerste hongersnoden als gevolg van Mao’s ondoordachte industrialisatiepolitiek uit.

Elitaire achtergrond

Bij deze politieke afstraffing speelde ongetwijfeld zijn elitaire familieachtergrond mee. Zhu’s voorouders waren intellectuelen en grootgrondbezitters in de zuidelijke provincie Hunan. Voordat hij naar de middelbare school ging, was Zhu al wees. Zijn ooms ontfermden zich over de intelligente jongen, die in 1947 werd toegelaten tot de meest prestigieuze universiteit van China, Tsinghua Universiteit in Beijing. Destijds lag China in puin na de oorlog met Japan en er woedde een burgeroorlog.

Tijdens zijn ingenieursstudie kwam Zhu in contact met de communisten. In 1949, toen Mao’s troepen Beijing innamen, werd hij direct partijlid. Twee jaar later kreeg hij zijn eerste baan als economische planner, maar na zijn kritiek op Mao leek die carrière voorbij.

Tussen de politieke zuiveringen door stichtten Zhu en zijn middelbare schoolliefde Lao An een gezin: ze kregen een zoon en een dochter. Zhu zat echter vaker als ‘stinkende rechtse’ in een werkkamp dan dat hij thuis was.

Ruim twintig jaar zat hij in het politieke verdomhoekje. Pas in 1978, twee jaar na de dood van Mao, werd hij gerehabiliteerd. Zwijgend keek hij toe hoe zijn meerderen de documenten verbrandden die getuigden van zijn ‘zwarte’ politieke status.

Modernisering

Als zoon van een kapitalist had hij geen netwerk van revolutionaire kameraden om hem binnen de partij vooruit te helpen, dus werkte hij zichzelf op. Als burgemeester en daarna partijsecretaris van Shanghai moderniseerde hij het havenfront. Daar maakten afgetakelde pakhuizen van kwakkelende staatsbedrijven en rommelige akkertjes plaats voor futuristische hoogbouw met vestigingen van internationale banken en luxe-hotels.

Zhu snapt als enige iets van economie, zei Deng Xiaoping, de architect van het Chinese hervormingsbeleid. Deng haalde hem naar Beijing, waar Zhu als gouverneur van de centrale bank China door de Aziatische financiële crisis in 1997 loodste. Ook haalde hij de bezem door het bankwezen. Daarna moesten de logge staatsindustrie en de inefficiënte, corrupte overheidsbureaucratie eraan geloven.

Met zijn botte, ongeduldige manier van doorpakken maakte Zhu weinig vrienden: menige partijbons raakte zijn macht kwijt door Zhu’s hervormingen. De dogmatische communisten gruwden van zijn liberale ideeën en internationale contacten. Westerse zakenlieden liepen weg met de uitgesproken, zelfverzekerde Zhu.

Hij was er echter de man niet naar om alles klakkeloos aan de markt over te laten. Zhu was eerder een vertegenwoordiger van een nieuwe generatie van pragmatische technocraten, die economische ontwikkeling centraal stelden zonder op politiek gebied de teugels te laten vieren.

Honderd doodskisten

‘Ik heb honderd doodskisten klaarstaan, 99 voor corrupte partijleden en eentje voor mezelf’, zei Zhu bij zijn aantreden als premier in 1998. ‘Baas Zhu’ werd hij genoemd, of ‘Zhu de Krankzinnige’. Het was ook nogal een waagstuk om binnen enkele jaren dertig miljoen werknemers van staatsbedrijven werkloos naar huis te sturen. Als troostprijs liberaliseerde Zhu de woningmarkt, zodat het afgedankte personeel van staatsbedrijven voor een appel en een ei een huis kon kopen. Dat was het begin van de Chinese vastgoedsector, die een van de motoren van de spectaculaire economische groei werd.

Ook de status van exportgigant dankt China deels aan Zhu, die de Chinese economie heeft klaargestoomd voor het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 2001. Als belangrijkste onderhandelaar voor de toetreding werd de boomlange Zhu het gezicht van een internationaal ingesteld, hervormingsgezind China, waar de hele wereld haar spullen liet maken. ‘Tijdens de vijftien jaar onderhandelen is mijn zwarte haar grijs geworden,’ zei Zhu over het taaie toetredingsproces.

Na zijn pensionering in 2003 bleef hij in tegenstelling tot andere partijkopstukken niet hangen in de coulissen van de macht. Hij stopte met het verven van zijn haar en vertoonde zich nauwelijks meer in het openbaar. Zhu besteedde zijn levensavond aan zijn liefhebberijen, zoals het bespelen van de erhu, een Chinees snaarinstrument, en lezen.

Familieleden die de onkreukbare Zhu Rongji polsten voor een vriendendienst kregen nul op het rekest.

Miljoenen dollars aan royalties van Zhu Rongji’s boeken gingen naar liefdadigheid, zoals onderwijsprojecten in arme plattelandsgebieden.

De Chinese staatsmedia prijzen Zhu Rongji na zijn dood als ‘een voortreffelijke proletarische revolutionair’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next