‘Whataboutism’ wordt vaak gebruikt om een discussie af te kappen. Maar soms is de vraag ‘en hoe zit het dan met…?’ juist heel terecht. Wie rechtvaardig wil zijn, moet vergelijkbare gevallen met dezelfde maatstaf beoordelen.
Onlangs vergeleek opiniemaker Gert-Jan Segers in de Volkskrant het geweld van Israël tegen de Palestijnen met het geweld van China tegen de Tibetanen. Segers deed dat ironisch. Als we Israël boycotten, zo suggereerde hij, zouden we dan niet ook China moeten boycotten? Stoppen met de verkoop van Chinese auto's, laptops en smartphones. Geen samenwerking meer met Chinese universiteiten en ook geen foe yong hai meer bij de Chinees om de hoek.
Uit de lucht gegrepen was de suggestie van Segers niet. Tibetaanse bronnen spreken van meer dan een miljoen doden sinds China Tibet in 1951 bezette. Dat is een veelvoud van het aantal Palestijnse doden in de conflicten met Israël in 1948, al is exacte verificatie door de aard van het Chinese regime natuurlijk onmogelijk.
Over de auteur
Ralf Bodelier is filosoof.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Op sociale media kwamen de reacties los. Segers zou aan ‘whataboutism’ doen: hij zou de aandacht van Israël afleiden door ineens over China te beginnen. Whataboutism betekent dat iemand een kritische vraag ontwijkt door op een andere misstand te wijzen. Daarmee wordt de eerste vraag – moet de EU Israël niet boycotten – niet beantwoord. Tegelijkertijd veegt het verwijt van ‘whataboutism’ ook de tweede vraag – wanneer Israël, waarom dan ook niet China? – van tafel. Het resultaat is dat ‘whataboutism’, het verwijt dat je de ene tragedie niet met de andere mag vergelijken, elke discussie doodslaat.
Vergelijken is echter niet altijd een afleiding. Vergelijken is juist noodzakelijk. Terecht protesteren activisten tegen het geweld van Israël tegen de Palestijnen. Maar al even terecht is de onderliggende vraag van Segers: waarom horen we bij dezelfde mensen nooit iets over de onderdrukking in Tibet, Iran, Syrië, Ethiopië, Myanmar of Soedan?
Het stellen van deze vraag betekent niet dat het Palestijnse leed onbelangrijk is. Het betekent dat we veel beter moeten nadenken over de maatstaf die we gebruiken. Wanneer we protesteren tegen de schending van mensenrechten door Israël, moeten we dan niet ook protesteren wanneer andere landen iets vergelijkbaars doen?
Rechtvaardigheid vraagt dat we vergelijkbare gevallen op een vergelijkbare manier beoordelen. Wie de ene regering streng veroordeelt en tal van andere regeringen met rust laat, moet kunnen uitleggen waarom hij of zij dat doet. Wie deze uitleg niet wil geven, lijkt selectief verontwaardigd. Zijn verontwaardiging lijkt ingegeven door zijn politieke voorkeur, ideologie of aandacht in de media. De vraag ‘en hoe zit het dan met…?’ kan ons helpen om eerlijker te zijn. Ze dwingt ons na te gaan of we onze principes werkelijk voor iedereen laten gelden.
Soms lijkt het alsof maar één conflict bestaat. Al jaren staat het geweld van Israël richting de Palestijnen op de voorpagina. Andere, veel grotere oorlogen, van de burgeroorlog in Soedan tot slachtingen door islamisten in de Maghreb en de Sahel, krijgen veel minder aandacht. Wie van ons weet, om maar iets te noemen, dat de oorlog die Ethiopië enkele jaren geleden in de noordelijke regio Tigray voerde, tegen de 600 duizend doden heeft geëist? Onkunde over dergelijke conflicten roept de vraag op waarom het ene leed wel voortdurend zichtbaar is en het andere nauwelijks.
Wie vraagt om meer aandacht voor conflicten als in Ethiopië, Soedan of de Sahel, zegt daarmee niet dat Palestina geen aandacht verdient. Hij vraagt alleen waarom onze publieke verontwaardiging zo selectief is. Zonder vergelijkingen is het moeilijk om de omvang of uitzonderlijkheid van een gebeurtenis te beoordelen. Hoe groot is het probleem? Welke situaties verdienen de meeste aandacht en hulp? Het zijn vragen die ons kunnen helpen om onze aandacht en middelen beter te verdelen.
Laten we het woord ‘whataboutism’ wat minder vaak gebruiken. Wie vraagt: ‘En hoe zit het dan met Tibet, Jemen en Iran?’, probeert niet per se de aandacht van Palestina af te leiden. Hij of zij verlangt juist dat wij consequent zijn in het toepassen van onze principes. Dat verlangen is geen hinderlijke onderbreking van het debat en het activisme. Het is een noodzakelijk onderdeel ervan.
Vanzelfsprekend kunnen individuen en actiegroepen niet alle ellende in de wereld aanpakken. Het is begrijpelijk wanneer ze ervoor kiezen zich op één onderwerp te richten. Daarentegen mag je van kranten, intellectuelen en mensenrechtenorganisaties wél verwachten dat zij verder kijken dan dat ene conflict. Zij spreken immers niet namens één groep.
Wie oprecht om mensenrechten geeft, ervaart de vraag ‘en hoe zit het met…?’ niet als aanval, maar als test. Liefst legt hij keer op keer die test zelf af; lang voordat iemand anders erom hoeft te vragen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant