Medisch coördinator Ronald Kremer maakt lange dagen in aanloop naar de opening van het ebolacentrum in Beni. Als hij een bezoek brengt aan een ander centrum, kan hij eindelijk weer eens de beschermende kleding aantrekken en patiënten helpen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant.
Als je Beni uit rijdt, kom je in een berglandschap met bananenplantages en grote eucalyptusbomen langs de weg. Ik probeerde te genieten, maar de weg is verschrikkelijk. Ik hield me zo goed mogelijk vast aan de auto. Ineens voelde ik een bonk: lekke band. Samen met de chauffeur heb ik de zware reserveband van het dak getild en erop gezet.
We waren met zijn vijven onderweg naar Butembo, een stad met twee miljoen inwoners, om te kijken hoe onze collega’s daar het ebolacentrum runnen en wat we daarvan kunnen leren. Het is 60 kilometer verderop, maar we deden er drie uur over.
Medisch coördinator Ronald Kremer (64) doet deze zomer voor de Volkskrant verslag vanuit een ebolakliniek van Artsen zonder Grenzen in de stad Beni in de Democratische Republiek Congo.
Het eerste wat ik zag toen we aankwamen, waren medewerkers die met een bodybag het ebolacentrum verlieten. De familie liep achter hen aan. Het tekent de situatie. Ze zien in Butembo veel patiënten die erg laat komen en dan is er weinig meer dat ze kunnen doen.
We hebben absoluut geen grip op de situatie. We zitten nu op 4.400 besmettingen in drie maanden, dat is nog nooit eerder gebeurd. In Sierra Leone, Liberia en Guinee (omstreeks 2014, red.) zijn in twee jaar tijd meer dan 28 duizend gevallen geweest, terwijl die uitbraak veel minder snel verliep. Stel je voor dat het ook twee jaar duurt voordat deze uitbraak onder controle is. Ik houd mijn hart vast.
Ik werd met open armen ontvangen door Livia, mijn vriendin uit Sierra Leone. Ze is Italiaans, heeft veel humor en een harde lach. Toen ik in 2014 voor het eerst met ebola ging werken, was zij medisch teamleider. Ik heb heel veel van haar geleerd. Nu zei ze meteen: ga je mee de patiënten verzorgen? Dus na een korte rondleiding en een zoektocht naar laarzen die groot genoeg voor mij waren, hebben Livia en ik beschermende pakken aangetrokken.
We namen twee groene emmertjes met heet water mee. Het was behoorlijk koud, net boven de 20 graden, dus de patiënten wilden zich graag met warm water wassen. Op dat moment waren er vijf ebolapatiënten. Er lag een sterke jongeman die aan het opknappen was, met wie we leuk konden praten. In een andere kamer lag een moeder met een kindje van 1 of 2 jaar. Het kind lag te slapen, maar was behoorlijk ziek. Hij had ook malaria. De moeder was gelaten en zwak. Ik heb haar geholpen met wassen.
Het was heel mooi om weer met ebolapatiënten te werken en iets voor mensen te kunnen betekenen. Het liefste had ik ook al patiënten in het centrum in Beni kunnen ontvangen. Aan de andere kant ben ik een realist die zegt: we moeten er klaar voor zijn. Het maakt me niet uit als er in het kantoor geen stoelen staan, maar we moeten zeker weten dat patiënten die negatief testen veilig kunnen vertrekken en medewerkers veilig kunnen werken.
Ik start elke dag met een tour door het centrum om te kijken waar de knelpunten zitten. Dat doe ik met een klein team, waaronder logistiek coördinator Alex, een aardige Griek met veel kennis. Alle grote zaken zijn afgerond, maar de duivel zit in de details. We zijn de patiëntenkamers minutieus rondgegaan om te controleren of er nog kiertjes zijn die gekit moeten worden. Alles moet waterdicht zijn zodat besmettelijke vloeistoffen de kamer niet uit kunnen.
De lange werkdagen beginnen hun tol te eisen. Ik heb een vage hoofdpijn, alsof mijn kop vol zit van alle indrukken en alle zorgen over wat er nog moet gebeuren.
Voordat het behandelcentrum open kan, moet een commissie van de overheid toestemming geven. We streven ernaar dat zij binnen enkele dagen kunnen komen. De komende dagen gaan we met de nieuwe medewerkers het centrum in om droog te oefenen.
Ook worden er dagelijks rondleidingen gegeven aan mensen uit de buurt. Zonder het vertrouwen van de bevolking zijn we nergens. Straks staat er een glimmend, nieuw behandelcentrum, maar komen er geen patiënten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant