Home

Column | Loris Veneman: “Even geen races, maar bepaald geen rustige zomer”

Loris Venemen is gedurende het 2026 seizoen één van de vier vaste columnisten die zijn ervaringen en belevenissen met de Racesport.nl bezoekers zal delen. In deze column blikt de coureur uit Dalfsen terug op de eerste helft van zijn World Sportbike seizoen en praat hij ons bij over de lange zomerstop waarin hij bepaald niet stilzit.

De eerste helft van mijn seizoen in het FIM Sportbike World Championship is er duidelijk eentje met twee gezichten. Qua rijden ben ik tevreden. De snelheid is er en dat hebben we ook laten zien. Maar qua geluk? Dat was eerlijk gezegd behoorlijk klote. Het seizoen begon namelijk geweldig. Meteen tijdens het eerste weekend reed ik de snelste raceronde, pakte ik de poleposition voor Race 2 en wist ik die race op het Autodromo Internacional do Algarve ook te winnen. Vervolgens gingen we naar Assen en daar stond ik opnieuw op pole. Op dat moment kon de start van het seizoen eigenlijk niet veel beter.

Vanaf Assen ben ik in ongeveer de helft van de races eraf gereden. Vooral de crash in de tweede race in Most heeft gevolgen gehad. Sindsdien heb ik eigenlijk niet meer volledig pijnvrij op de motor gezeten. Dat maakt racen natuurlijk niet makkelijker. Alsof dat nog niet genoeg was, kwamen vervolgens precies de twee circuits waar ik vooraf niet met deze motor had kunnen trainen. Normaal gesproken probeer je zo’n achterstand tijdens de vrije trainingen op te vangen door zoveel mogelijk ronden te rijden. Maar wanneer je dat met pijn moet doen, wordt het een ander verhaal. Ik denk daarom dat ik tijdens die weekenden niet het uiterste uit mezelf heb kunnen halen. Na de eerste helft van het seizoen sta ik tiende in het kampioenschap, met één overwinning op zak. Dat is niet de positie waar ik wil staan. Tegelijkertijd weet ik dat de pure snelheid er wel is. Dat geeft vertrouwen richting de tweede helft van het jaar.

Een héél lange zomerstop

Voordat we weer gaan racen, moeten we alleen een bijzonder lange zomerstop overbruggen. Stilzitten is voor mij geen optie. Sterker nog: ik heb deze zomer waarschijnlijk meer trainingsuren gemaakt dan ooit. Gemiddeld sport ik zo’n twintig uur per week en in mijn zwaarste week kwam ik zelfs aan 25 uur. Daarvan zit ik ongeveer achttien uur op de wielrenfiets. Dat doe ik niet alleen om fit op de motor terug te keren. Ik heb namelijk een behoorlijk serieuze uitdaging gepland: één van de grootste amateur wielerwedstrijden van Europa, dwars door de Oostenrijkse Alpen. De wedstrijd is ongeveer 230 kilometer lang en telt zo’n 5.500 hoogtemeters. Dat zijn cijfers waar je niet onvoorbereid aan wilt beginnen. Daarom heb ik de afgelopen periode ook trainingsritten van acht tot negen uur gemaakt. Veel kilometers, veel klimmen en vooral heel veel tijd in het zadel. Het klinkt misschien gek voor een motorcoureur, maar ik kijk er echt naar uit. Zo’n uitdaging helpt mij ook om tijdens deze lange onderbreking een doel te houden en fysiek scherp te blijven.

Eindelijk weer op de Kawasaki

Gelukkig bestaat mijn zomer niet alleen uit fietsen. Ik krijg ook twee belangrijke mogelijkheden om weer kilometers op de motor te maken. De eerste is in Cremona, waar ik met mijn trainingsmotor ga rijden. Dat is voor mij extra belangrijk omdat ik daar tot nu toe nauwelijks fatsoenlijke kilometers heb kunnen maken. De vorige keer reed ik er met de racemotor, maar door problemen met de truck begon onze dag al niet ideaal. Daarnaast had ik veel last van mijn been. Uiteindelijk kwam ik niet verder dan ongeveer vijftien tot twintig ronden. Op een compleet nieuw circuit is dat natuurlijk veel te weinig. Ik heb daar eigenlijk nog geen enkele echt vloeiende ronde kunnen rijden zonder pijn of dat er iets speelde. Juist daarom leek het ons verstandig om in deze zomerstop terug te gaan. Het geeft me de kans om het circuit beter te leren kennen én na een lange periode zonder races weer dat echte motorgevoel terug te krijgen. Daarna volgt Magny-Cours. Daar ga ik samen met het team testen en kan ik weer op de racemotor stappen. Dat wordt onze laatste echte voorbereiding voordat het kampioenschap weer verdergaat.

Ik hoef me deze zomer dus bepaald niet te vervelen. Veel trainen, testkilometers maken in Cremona op mijn trainingsmotor, daarna met het team testen in Magny-Cours – het circuit waar we ook ons eerste wedstrijdweekend hebben na de zomerstop – om ten slotte de zomerstop af te sluiten met de genoemde wielerwedstrijd in de Oostenrijkse Alpen.

Na zo’n eerste seizoenshelft is het vooral zaak om weer volledig fit te worden en het goede gevoel terug te vinden. Ik weet wat ik op de motor kan en we hebben aan het begin van het seizoen laten zien dat we vooraan kunnen staan. Nu moeten we zorgen dat in de tweede helft niet alleen de snelheid, maar ook het geluk een beetje onze kant op valt.

Tot over vier weken,
Loris Veneman.

Eerdere columns in 2026
19. Column | Barry Baltus: “Ik ben terug. Of nou ja…ik ben er weer bij in Silverstone”
18. Column | Evert Slager: “Pedro Acosta kan Marc Márquez overvleugelen. Ja, dat geloof ik echt”
17. Column | Evert Slager: “Misschien is chaos wel precies wat de MotoGP nodig had”
16. Column | Evert Slager: “Waarom Ai Ogura de gevaarlijkste man voor Marc Márquez is”
15. Column | Jeffrey Buis: “Ik ben tevreden, maar de reglementen maken het ons niet makkelijk”
14. Column | Collin Veijer: “Accepteren om de volgende stap te kunnen maken”
13. Column | Loris Veneman: “Hier in Misano weer meedoen voor het podium”
12. Column | Barry Baltus: “Opnieuw bouwen aan vertrouwen”
11Column | Jeffrey Buis: “Assen gaf vertrouwen, nu kijken wat Most ons brengt”
10. Column | Collin Veijer: “We beginnen in Le Mans weer gewoon op nul”
9. Column | Loris Veneman: “De snelheid was er in Assen, alleen in de races zat het een beetje tegen”
8. Column | Barry Baltus: “Terug waar ik hoor te zijn”
7. Column | Jeffrey Buis: “Assen is altijd speciaal, ik kijk uit naar mijn thuisweekend”
6. Column | Collin Veijer: “Soms leer je het meest van momenten waarop het fout gaat. Austin was er zo één”
5. Column | Loris Veneman: “Een nieuwe klasse en meteen prijs”
4. Column | Barry Baltus: “Het gevoel is er, nu het resultaat nog”
3. Column | Jeffrey Buis: “Nieuwe klasse, nieuwe motor, maar hetzelfde doel”
2. Column | Collin Veijer: “Een top vijf is goed… maar ik wil winnen”
1. Column | Loris Veneman: Wennen aan iets nieuws, maar het gevoel is goed



Source: Racesport

Previous

Next