werkt sinds 2012 voor de Volkskrant als journalist en columnist.
Een zucht van verlichting trok deze week door het voetbalminnende deel van Nederland toen de nieuwe bondscoach van het Nederlands elftal, de Spaanse Xavi Hernández, al in zijn eerste interview begon over het terugbrengen van de Hollandse school.
Wie niet begrijpt waarom dat belangrijk is, begrijpt Nederland niet, want de Hollandse School behoort tot een select aantal eigenschappen waaraan de Nederlander zijn of haar identiteit ontleent, maar die helaas de laatste kwarteeuw tussen onze vingers door beginen te glippen, met allerhande onbehagen tot gevolg (hetgeen zich doorgaans manifesteert in een borrelend gevoel ter hoogte van de onderbuik).
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De beroemdste Hollandse eigenschap die we verloren zijn, is vooralsnog de VOC-mentaliteit. Toen Jan-Peter Balkenende zich in 2006 beriep op dat sentiment (‘over grenzen heen kijken, dynamiek! [...] Toch?’) was het land al te klein. Maar nu, twintig jaar later, is er echt niets van over. Sterker nog: 17de-eeuwse Nederlanders met een daadwerkelijke VOC-mentaliteit zouden zich helemaal het schompes lachen wanneer zij horen dat Afrikanen tegenwoordig vrijwillig naar Nederland reizen om hier werk te doen waar wij geen zin in hebben, maar dat wij ze niet binnenlaten.
Twee andere veelgeprezen Hollandse eigenschappen die met rasse schreden aan het verdwijnen zijn, zijn uiteraard het polderen en de tolerantie. In plaats van continu ruzie te zoeken met alles en iedereen, tolereerden Nederlanders van oudsher andersdenkenden om vervolgens, als we er samen echt niet uitkwamen, aan tafel plaats te nemen om daar eindeloos te praten in groepen, te overleggen in organen, samen te komen in gremia en commissies, of in federaties en stuurgroepen (of nog beter: in koepels), om zodoende al polderend alles bij te leggen.
Maar toen trad in 2024 kabinet-Schoof aan en moesten Nederlanders wederom hun zelfbeeld bijstellen. Niet alleen bleken de ministers volslagen intolerant tegenover Marokkanen, XR-demonstranten, pro-Palestinabetogers, transmensen en UvA-studenten, het lukte ze zelfs niet elkaar te tolereren. En tot overmaat van ramp bleken ze ook niet langer in staat tot polderen, getuige onder meer landbouwminister Femke Wiersma die niet naar Brussel afreisde om er in een werkgroep plaats te nemen, maar juist om er op Zuid-Europese wijze met haar vuist op tafel te slaan. Uiteraard tevergeefs.
Tel bij het bovenstaande verliezen ook op dat onze ooit zo veelgeprezen strijd tegen het water nauwelijks nog heroïsch is vanwege de huidige droogte, en dat typische Hollands Glorie-bedrijven als KLM en Shell steeds minder goed passen in een rap elektrificerende wereld, en je begrijpt dat het laatste bastion van nationale trots, onze teerbeminde Hollandse School, te vuur en te zwaard verdedigd dient te worden.
De tragiek wil alleen dat eerdere bondscoaches als Danny Blind, Frank de Boer en Ronald Koeman stuk voor stuk de kapitale denkfout maakten dat voetbal hier draait om resultaat in plaats van trots. In een poging punten te sprokkelen, selecteerden zij verdedigers in plaats van aanvallers met als gevolg dat die veelbesproken onderbuik sindsdien borrelt als nooit tevoren.
Maar gelukkig is daar nu Xavi Hernández, de verlosser van La Masía, een man die godzijdank wel begrijpt dat Nederlands voetbal dominant, aantrekkelijk, aanvallend en gepassioneerd moet zijn, omdat dat nu eenmaal karaktereigenschappen zijn waaraan de gemiddelde Nederlander, en dan vooral de gemiddelde Nederlandse man, zichzelf zo dolgraag spiegelt.
Xavi Hernández begrijpt dat de Nederlander schoon genoeg heeft van het verlies van al die nationale eigenschappen. Xavi Hernández begrijpt: de Nederlander is toe aan winnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant