Jacques Wallage (1946-2026) | sociaal-democraat Hij was een van de invloedrijkste politici uit de recente geschiedenis. De oorlog en Jodenvervolging bleven Jacques Wallage zijn hele leven bezighouden. Hij overleed woensdag op 79-jarige leeftijd.
Jacques Wallage begin jaren tachtig in de Tweede Kamer.
Hij zag zichzelf als een buitenstaander in de politiek. „Ik ben altijd een toeschouwer gebleven”, zei socioloog, PvdA-politicus en bestuurder Jacques Wallage in 2014 in het tijdschrift Bestuurswetenschappen. „Het is een van de redenen waarom een aantal goede sociologen Joden zijn. Joden hebben in de maatschappij ook vaak die functie van toeschouwer, niet volledig kunnen deelnemen.”
Toch wist Jacques Wallage, die woensdag op 79-jarige leeftijd in zijn woonplaats Groningen overleed, een zeer invloedrijke politieke en bestuurlijke carrière op te bouwen. Hij was onder meer fractievoorzitter van de PvdA tijdens het eerste Paarse kabinet (1994-1998), was burgemeester van Groningen, informateur en staatssecretaris. Hij bepaalde voor een belangrijk deel de koers van de partij in de hoogtijdagen van de PvdA.
De Tweede Wereldoorlog en zijn Joodse afkomst bepaalden in grote mate zijn wereld- en mensbeeld. Zijn ouders en oudere broer hadden de Holocaust overleefd door onder te duiken, zijn opa en oma werden vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Zijn hele leven werd hij getergd door de vraag, vertelde hij eens, waarom niemand Adolf Hitler had kunnen tegenhouden. Hij hield er een liefde voor de Duitse schrijver Bertolt Brecht aan over, en een diepe overtuiging dat hij zich „teweer wilde stellen” tegen rechts-extremisme.
Die drijfveer werd op momenten zichtbaar, al had Wallage meestal een ingetogen stijl. In 1996, tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, zei coalitiegenoot Frits Bolkestein (VVD): „Ik krijg verwijten van de heer Wallage, ik krijg verwijten van de heer Janmaat [van de extreem-rechtse Centrumdemocraten].” Wallage liep geëmotioneerd naar voren en zei met trillende stem: „Ik wens nooit in één zin met de heer Janmaat genoemd te worden.”
Jacques Wallage groeide op in een middenstandsgezin in Groningen. Zijn getraumatiseerde ouders wilden na de oorlog opnieuw beginnen. Hij zei in Trouw dat hij zich, net als journalist Ischa Meijer (1943-1995), het jongetje voelde „dat alles goed zou maken”. Wallages ouders hadden zichzelf de opdracht gegeven, zei hij: „We beginnen opnieuw met dit kind en dat moet het goed hebben, dat moet leuk en gezellig zijn. Maar ondertussen klopte het niet.”
Hij werd lid van de zionistische jeugdbeweging en maakte een reis naar Israël. Hij koos er ondanks zijn opvoeding niet voor in Israël te gaan wonen, want, citeerde hij zijn vader: „De mens is naar zijn aard geen landverhuizer.” Hij zei dat in 1997, toen de Amsterdamse familie Gümüs ondanks grote ophef dreigde te worden teruggestuurd naar Turkije. Wallage toonde begrip voor Gümüs en voor mensen die hun heil in het buitenland zoeken. De familie Gümüs mocht desondanks niet blijven.
In 2010 werd Jacques Wallage benoemd tot informateur, samen met Uri Rosenthal.
Als kind las Wallage al de Handelingen van de Tweede Kamer. Op zijn achttiende werd hij lid van de PvdA en werd hij actief in de studentenpolitiek. Besturen vond hij leuker dan politiek bedrijven, zei hij, omdat het één het mooiste en het ander het lelijkste in de mens naar boven brengt. Hij raakte in beide bedreven. In 1972 werd hij wethouder in Groningen. Negen jaar later volgde een lange Haagse carrière: Tweede Kamerlid, staatssecretaris van Onderwijs en, korte tijd, Sociale Zaken.
Met name het voortgezet onderwijs is onder Wallage grondig veranderd. De basisvorming werd ingevoerd, gebaseerd op het sociaal-democratische ideaal van een brede ‘middenschool’, waarbij leerlingen hun definitieve schoolkeuze zouden uitstellen. Hij bedacht ook de Tweede Fase: vaste profielen in de bovenbouw, in plaats van vrije pakkettenkeuze. Die werd ver na zijn tijd, in 1998, ingevoerd. Het plan leidde tot grote onrust onder scholen en leerlingen, maar de vaste profielen bestaan nog altijd. De basisvorming en Tweede Fase zijn later nog vaak aangepast, tot afgrijzen van Wallage. Hij vond dat zijn opvolgers veel te veel naar onwillige schooldirecteuren en leraren luisterden.
Premier Wim Kok beschouwde Wallage in de jaren negentig als een grote steunpilaar.
Wallage was vertrouweling van premier Wim Kok tijdens het eerste Paarse kabinet, met PvdA, VVD en D66 (1994 – 1998). Regeren zonder het CDA maar met de ideologische tegenpool VVD gold als een krankzinnig experiment. Het eerste kabinet slaagde zonder grote incidenten, mede door het harde werk achter de schermen van Wallage. De PvdA maakte in die tijd een ideologische draai. De partij omarmde neoliberale standpunten en nam afstand van de sociaal-democratische traditie. Wallage nam soms fel afstand van het kabinet, en van Kok.
Voor Kok en de PvdA was en bleef hij een steunpilaar. In de documentaire De Keuken van Kok is te zien hoe Wallage namens Kok toezicht hield op de campagne van 1998. Wilde plannen van het campagneteam schoot hij meteen af, en hij meed alle risico’s. De PvdA haalde mede dankzij deze strategie een grote overwinning.
De fractievoorzitter maakte het tweede Paarse kabinet niet meer mee. Wallage werd in 1998 burgemeester van Groningen, dat bleef hij tot 2009. Ad Melkert nam zijn plek in. Eerder had hij het burgemeesterschap van Amsterdam aan zich voorbij laten gaan, dat wilde hij niet nog een keer laten gebeuren. Wim Kok, die sterk op Wallage leunde, zei geschrokken: „Zeg nou zelf, Jacques, wie wil er nou burgemeester van Groningen worden?” Maar voor Wallage was besturen het hoogst bereikbare. Achteraf, zei hij vaak, had hij altijd wethouder in Groningen willen blijven.
Wallage gold als een benaderbare burgemeester. Maar de Groningse en Haagse bestuurscultuur waren niet dezelfde, merkte Wallage na zijn aantreden. Hij hoorde vaak van wethouders dat hij te veel tegelijk wilde. Hij zette druk achter grote projecten, zoals het Groninger Forum, het voetbalstadion Euroborg en de nieuwe wijk Meerstad. Maar vooral was het burgemeesterschap een vorm van thuiskomen. De eerste avond na zijn verhuizing liep hij een rondje met de hond. Per ongeluk, vertelde hij aan RTV Noord, was hij hetzelfde rondje gaan lopen als hij altijd met zijn vader liep. „Ik kwam uit bij mijn ouderlijk huis.”
Wallage begin jaren tachtig.