Tweede Wereldoorlog Historicus Hans van de Ven schrijft in zijn nieuwe boek dat het Westen de geopolitieke ontwikkelingen heeft onderschat die de Tweede Wereldoorlog in Azië in gang zette. Het belang daarvan verdient daarom een herwaardering.
Soekarno roept op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van de republiek Indonesië uit.
Op 15 augustus wordt herdacht dat Japan in 1945 capituleerde nadat de VS twee atoombommen had afgeworpen op Hiroshima en Nagasaki. Daarmee kwam een definitief einde aan de Tweede Wereldoorlog.
Maar in de beleving van veel Nederlanders eindigde de Tweede Wereldoorlog al op 5 mei 1945. Het antwoord op de vraag wanneer de oorlog precies eindigde, lijkt niet zozeer van historische feiten afhankelijk maar ook van geografische en politieke factoren. In Frankrijk tekende Wehrmacht-generaal Alfred Jodl op 7 mei 1945 in Reims de onvoorwaardelijke overgave van alle Duitse strijdkrachten tegenover de Amerikaanse stafchef generaal Walter Bedell Smith. Maar op 8 mei capituleerde Duitsland nogmaals in Berlijn op aandrang van Sovjetleider Jozef Stalin tegenover het Rode Leger.
Hans van de Ven: Bloedrode dageraad. De Tweede Wereldoorlog en de geboorte van het moderne Azië. Nieuw Amsterdam, 398 blz. € 34,99
Het historische gewicht dat aan de ene of andere datum wordt gehecht, is nogal verschillend. Dat wordt in Nederland geïllustreerd door het feit dat de jaarlijkse 4/5 mei herdenking op de Dam in Amsterdam gezien wordt als de ‘échte’, die ook wordt opgeluisterd door de koning. En de herdenking van het definitieve eind van de Tweede Wereldoorlog op de 15de augustus in Den Haag, is minder nationaal. Meer iets dat alleen ging over de kolonie Nederlands-Indië. Maar minder belangrijk dus, zoals ook blijkt uit het mindere gewicht dat de regering hecht aan die herdenking. Het staatshoofd is bijvoorbeeld maar eens in de vijf jaar aanwezig.
Als we de redenering van Cambridge-historicus en -sinoloog Hans van de Ven volgen zou Nederland zijn herdenkingsrituelen ernstig moeten heroverwegen. Zijn recente onderzoek Bloedrode dageraad, de Tweede Wereldoorlog en de geboorte van het moderne Azië draait in de kern om de onderschatting door het Westen van de geopolitieke ontwikkelingen die de Tweede Wereldoorlog in gang zette in Azië. Van de Ven betoogt in zijn boek dat de gebruikelijk gedachte in het Westen dat de Tweede Wereldoorlog vooral draaide om de strijd van de geallieerden tegen Hitler en tegen Japan berust op een misverstand. Hij probeert aan te tonen dat deze oorlog in Azië een veel grotere geopolitieke impact heeft gehad omdat daar ook werd afgerekend met het Europees imperialisme. „[…] in Azië heeft de Tweede Wereldoorlog drie rijken ten onder laten gaan – dat van de Britten, de Nederlanders en de Fransen – en zijn […] nieuwe landen ontstaan: Vietnam, Laos, Cambodja, Indonesië, Birma, India, Ceylon (Sri Lanka), en Pakistan.” Ook heeft die oorlog volgens Van de Ven nieuwe spanningen in het leven geroepen die nogal altijd actueel zijn, bijvoorbeeld over Taiwan, tussen Noord- en Zuid-Korea en de heerschappij over de Zuid-Chinese Zee. Vanuit Aziatisch perspectief, meent Van de Ven, draaide Tweede Wereldoorlog niet om het verslaan van Japan en Duitsland: „Voor veel […] leiders in Azië was het doel van de oorlog […] hun land bevrijden van imperialisme […].” En inderdaad viert Indonesië daarom komende maandag 17 augustus 1945: de datum dat de republiek werd geproclameerd.
Na de Japanse capitulatie brak vervolgens nergens in Azië de vrede uit maar voerden nieuwe leiders in China, India, en Indonesië nog vijf jaar oorlog tegen de voormalige overheersers en vooral ook tegen interne concurrenten van de macht. In China herrees de Communistische Partij van Mao Zedong, die eerder op sterven na dood leek, en werden de Nationalisten van Chiang Kai-shek verslagen en terug gedrongen naar Taiwan. In India voerde Jawaharlal Nehru nadat hij het afgematte Britse Empire had uitgezwaaid een burgeroorlog tegen het islamitisch Pakistan dat zich van India had afgescheiden. En in Indonesië voerde de republiek van Soekarno en Hatta oorlog tegen de voormalige koloniale bezetters, maar ook tegen communisten en moslims verenigd in Darul Islam, die van Indonesië een islamitische staat wilden maken.
Tegen 1950 waren er in veel landen nieuwe verhoudingen geschapen. En trad een andere fase in, zo betoogt Van de Ven, die beschrijft hoe het Westen intussen in de greep raakte van de Koude Oorlog en dus nauwelijks oog had voor de transformatie die Azië doormaakte. „[…] die landen werden beschouwd als deel van de Derde Wereld, anders gezegd: achterlijk, arm, machteloos en overbevolkt.” Maar later groeiden, zoals we weten, de vier Aziatische Tijgers Zuid-Korea, Taiwan, Singapore en Hongkong naar het voorbeeld van Japan uit tot krachtige economieën. China is inmiddels de tweede economie van de wereld, India en Indonesië – in een iets trager tempo – gaan dezelfde kant op.
Er valt veel te zeggen voor de kritiek van Van de Ven op het Eurocentristisme in de gangbare westerse benadering van de Tweede Wereldoorlog. In dat opzicht is de grote greep die hij doet een geslaagd experiment. Hij volgt het spoor van de ontwikkelingen in de drie landen of eigenlijk regio’s die hij centraal stelt (China, India en Indonesië) in de vorige eeuw terug naar de negentiende eeuw. Soms wekt het boek de indruk van een uitgewerkt collegedictaat door de helderheid van de redenering en de in collegezaal gebruikelijke tritsen van factoren die gepresenteerd worden. Maar ook omdat hij in een vrij beknopte ruimte complexe ontwikkelingen in hapbare brokken serveert en hij de hoofdzaak, het doel van dit boek, enige malen herhaalt.
Maar hierbij passen wel een paar kanttekeningen. Door de afwezigheid van een verantwoording van de gemaakte keuzen is bijvoorbeeld niet duidelijk waarom de auteur in een passage over het hongerwapen wel aandacht besteedt aan de Hongerwinter in Nederland maar niet of nauwelijks aan de Sjoa of Holocaust in Europa (beide woorden komen ook niet voor in het trefwoordenregister). Ook al richt je de focus op Azië, de samenvatting van de westerse blik op de Tweede Wereldoorlog in Europa wordt een karikatuur door die terug te brengen tot de vaststelling dat dit het verhaal is van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk „als heldhaftige redders van vrijheid en democratie”. In een geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog kan de totalitaire ideologie van de nazi’s, met genocide, rassenleer, antisemitisme, militarisme en autoritaire leiderschapsmodel niet ontbreken. Al is het maar heel kort bijvoorbeeld in een alinea over de genocide die China nu pleegt op de Oeigoeren in Xinjiang.
Daar staat wel tegenover dat Van de Ven uitgebreid ingaat op vele miljoenen burgerslachtoffers die de oorlog in Azië eiste. Ik bedoel niet alleen de Japanse burgers die omkwamen door Amerikaanse bombardementen met fosforbommen, napalm en natuurlijk atoombommen. Maar de miljoenen mensen die overleden als gevolg van honger ingezet als wapen. Dat gebeurde ook in Indonesië en voor een deel was de honger daar, volgens Van de Ven, het gevolg van de Nederlandse tactiek van de verbrande aarde. Misschien ook goed om daar zaterdag bij de twee minuten stilte over na te denken.