Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze week: de vergelijking van leed.
Als je vroeger zei dat je honger had, kreeg je soms te horen dat kinderen in Afrika honger hebben. Jij niet, jij had trek. Ik heb nooit het idee gehad dat zo’n terechtwijzing werd gemaakt uit bekommernis om kinderen in Afrika. Het was bedoeld om mij duidelijk te maken dat ik me niet zo moest aanstellen. De volwassenen in kwestie hadden daarin best een punt, maar ik heb het altijd wat flauw gevonden dat ze daarvoor de kinderen-in-Afrika-kaart nodig dachten te hebben. Als mijn vader een deuk in zijn auto reed en daarvan baalde, zei ik ook niet dat de volwassenen in Afrika niet eens een auto hébben.
In de Volkskrant stond deze week een oproep aan feministen om solidair te zijn met de vrouwen in Soedan. De feiten zijn afgrijselijk. Seksueel geweld wordt op grote schaal ingezet als wapen, ook minderjarigen zijn slachtoffer, onder wie zeer jonge kinderen. Volgens Jos Hummelen en Fatima Zainalabdin zijn Nederlandse feministische organisaties over dat onderwerp „oorverdovend stil”.
Om hun punt kracht bij te zetten, zetten ze het onbeschrijfelijke leed in Soedan af tegen een klacht van kunstenaar en feminist Esther van der Valk, die het woord schaamlip wil vervangen door vulvalip. De auteurs maken een hoop voorbehouden; natuurlijk mag Van der Valks feminisme er ook zijn, maar ze besluiten toch dat „een gevluchte Soedanese zwangere vrouw in een vluchtelingenkamp in Tsjaad er niets aan heeft als het woord ‘vulvalip’ wordt opgenomen in de dikke Van Dale”.
Dat klopt natuurlijk, maar waarom wordt deze vrouw daarop aangesproken? Het leed van de Soedanese vrouwen is zo groot dat het echt niet alleen feministen aangaat, maar blijkbaar vinden de auteurs het toch nodig om er eentje uit te pikken. Hoe vriendelijk je het ook verwoordt, door haar punt tegenover zoiets groots te zetten, zeg je uiteindelijk altijd dat ze zich aanstelt. Dat het decadent is om je druk te maken om zo’n woord terwijl de wereld in de fik staat.
Waarom is zo’n oproep niet aan – om maar even iemand te noemen – mij gericht? Het is niet alsof ik me bezighoud met al te grote wereldproblemen. Vrouwen in Soedan hebben er ook niets aan als NEC de Champions League bereikt. Maar je kunt je betoog tegen mij niet beginnen met ‘als je echt zo’n feminist bent…’. En dat is precies wat het kwalijk maakt. Wie zich activistisch of idealistisch uit, krijgt commentaar. Je probeert iets goeds te doen en mensen vragen je waarom je je niet druk maakt om iets belangrijkers.
Het is eenvoudig om iets te vinden wat vergeleken met het grootste leed niets voorstelt. Een feminist uit Utrecht die het woord schaamlip wil vervangen door vulvalip is de jackpot, maar ook deze krant staat weer vol met allerlei problemen die verbleken bij wat vrouwen in Soedan wordt aangedaan. Uiteindelijk werkt die manier van denken verlammend, want er is altijd wel iets groters om je druk om te maken.
Hoewel het er alles van weg heeft, geloof ik niet dat de auteurs in de Volkskrant zich schuldig maken aan een zuiver whataboutism. Dan zouden ze primair het doel moeten hebben om het punt van Van der Valk verdacht te maken. Volgens mij is dat hier niet het geval. Ze bekommeren zich echt – en terecht – om de vrouwen in Soedan. Als je iets kunt missen, overweeg dan gehoor te geven aan hun oproep door te doneren aan het initiatief Sudan Civic Convergence Tracks. Maar probeer ook de volgende keer dat je een punt probeert te maken, dat niet te doen door iemand anders naar beneden te halen.