Home

Genetisch gemanipuleerde pieper moet bestrijdingsmiddel tegen aardappelziekte overbodig maken

Zijn genetisch bewerkte gewassen de sleutel naar landbouw met minder bestrijdingsmiddelen? Wageningse onderzoekers denken van wel, en nemen vooruitlopend op nieuwe Europese regels de proef op de som.

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.

Aan de aardappelplanten is niets bijzonders te zien. Vooruit, op dit proefveld van Wageningen University & Research liggen ze niet rug na rug naast elkaar, maar zijn ze onderverdeeld in negen afzonderlijke blokken, elk een meter of vier breed en acht lang. Verder wijken ze ogenschijnlijk in niets af van aardappels op andere Nederlandse akkers.

‘Kijk maar of jullie het verschil kunnen zien’, zegt WUR-onderzoeker Ania Lukasiewicz tegen haar publiek van aardappelveredelaars, -verwerkers en -onderzoekers. Zelfs de experts hebben er moeite mee. ‘Weet u nog wat wat was?’, vraagt een vrouw van het Duitse veredelingsbedrijf KWS aan de verslaggever van de Volkskrant. ‘Deze lijken iets geler’, zegt haar collega twijfelend.

Pseudoschimmel phytophthora

Op het oog zijn ze allemaal wellicht hetzelfde, onder de oppervlakte is het verschil groot. Een deel van de aardappelen op het proefveld is genetisch bewerkt. Ze zijn weerbaarder gemaakt tegen de schimmelachtige aardappelziekte phytophthora. Op het proefveld hopen Lukasiewicz en haar collega’s te leren of dat gelukt is, en of het uiteindelijke doel daarmee ook dichterbij komt: minder bestrijdingsmiddelen gebruiken.

De Europese regelgeving omtrent genetisch gemodificeerde organismen (GMO’s) is dit jaar voor het eerst in 25 jaar flink hervormd. Voorheen was het gebruik van alle GMO’s aan dusdanig strenge eisen verbonden dat ze in Europa praktisch niet geteeld worden.

Als de nieuwe regels over twee jaar ingaan, komt daar een einde aan. Rassen die op zo’n manier bewerkt zijn dat ze in principe ook met klassieke veredeling gemaakt kunnen worden, zijn dan aan veel lossere regels verbonden. Na een korte veiligheidscheck kunnen ze vrijelijk geteeld worden. Een GMO-stempel op het etiket is niet verplicht.

Crispr-Cas

De nieuwe regels openen de deur voor gewassen die bewerkt zijn met technieken als Crispr-Cas, waarmee veredelaars gericht stukjes kunnen wegknippen en vervangen. Zowel veredelingsbedrijven als onderzoekers zijn inmiddels druk bezig de mogelijkheden van die nieuwe technieken te ontdekken.

Een van de prioriteiten daarbij is weerbaarheid tegen ziektes. Dat is relatief makkelijk te behalen en kan helpen het gebruik van bestrijdingsmiddelen te verlagen. ‘Dat is het grote idee achter dit alles’, vertelt de Wageningse onderzoeker Geert Kessel voorafgaand aan het veldbezoek, in een zaaltje van de WUR-onderzoekslocatie bij Lelystad. ‘Dat we veel minder gaan spuiten om phytophthora – en ziektes in het algemeen – te bestrijden.’

Phytophthora (Grieks voor ‘plantenvernietiger’) is een pseudoschimmel die verantwoordelijk was voor de Ierse hongersnood halverwege de negentiende eeuw. Ook nu nog richt de ziekte, zeker in vochtige jaren, veel schade aan onder piepers. Akkerbouwers spuiten soms wekelijks preventief middelen tegen schimmel op hun gewas om het gezond te houden. Het maakt aardappelen tot het meest bespoten akkerbouwgewas van Nederland.

Aardappels die via kruising een gen hebben gekregen dat de weerbaarheid tegen phytophthora verhoogt, bestaan al sinds eind vorige eeuw. Maar de ziekte muteert makkelijk en baant zich zo snel een weg langs de obstakels die veredelaars op haar weg leggen.

‘Het stapelen van resistenties is daarom heel, heel belangrijk als je duurzaam weerbare aardappels wil hebben’, zegt Kessel.

Uit eerder onderzoek bleek al dat aardappels met meervoudige resistenties pas maanden later worden aangetast door phytophthora, of zelfs helemaal niet. De spuitmiddelen kunnen daardoor in de kast blijven. Uit de veldproef hopen Kessel en Lukasiewicz te leren of dat voor hun aardappels ook geldt.

De droogte als spelbreker

Het probleem: de droogte maakt dit een uitermate slecht jaar voor phytophthora. Een deel van de aardappels, de controlegroep, is niet genetisch bewerkt en ook niet bespoten. Toch staan ze er net zo gezond bij als de rest. ‘Ik had graag gezien dat daar phytophthora in zat’, zegt Kessel met een lach.

Helemaal mislukt is de proef zeker niet, benadrukt Lukasiewicz. ‘We kunnen nu in ieder geval zien of er een verschil is in opbrengst.’ Voorlopig lijkt het erop dat de GMO-aardappels net zo goed groeien als de andere. Maar volgend jaar, oppert Kessel, moeten ze de aardappels misschien maar zelf besmetten om te kijken wat het effect is.

Peter Keijzer kijkt vorsend naar de aardappelplanten op het proefveld. Als onderzoeker van het Louis Bolk Instituut voor Duurzame Landbouw veredelt hij aardappels voor de biologische sector, waar genetische modificatie uit den boze is. Toch vindt hij het interessant om te zien waar zijn Wageningse collega’s mee bezig zijn.

‘Als veredelaar vind ik Crispr-Cas een fantastisch elegante techniek. En ik wil mee kunnen praten over hoe we de biologische sector vrij kunnen houden van GMO’s.’

Iets langzamer, zonder rimram

Keijzer denkt niet dat gentech noodzakelijk is om aardappels gezond te houden. ‘In ons onderzoek zijn we ook bezig vier of vijf resistenties te stapelen. Het gaat iets langzamer, maar je hebt die hele rimram van GMO niet nodig.’

Het probleem zit volgens hem vooral bij de afnemers van aardappelen, die bepalen wat goed verkoopt. Daarbij zijn smaak en uiterlijk doorgaans bepalend. ‘Het zal een verwerker of consument worst wezen of een aardappel weerbaar is, dat is een probleem van de teler.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next