Home

Opinie: Van wie zijn de Wadden?

Nu Rijkswaterstaat wegens verontrustende berichten over de toestand van het wad wil onderzoeken of bepaalde gebieden moeten worden afgesloten, slaat een groep ondernemers op de eilanden alarm. Maar is dat terecht?

Deze zomer zag ik op de Waddeneilanden een intrigerende sticker op een informatiebord van Natuurmonumenten. Een lepelaar die zijn vleugels uitslaat boven een foeragerende grutto met een wel erg lange snavel en naast de vogels een man en een jongen die hun handen geklemd om de tralies houden waarachter ze gevangen zitten.

Hoewel woorden overbodig zijn bij zo’n duidelijke tekening, staat er toch een tekst: ‘Vrije vogels. Gekooide mensen. Wij zijn de Wadden.’

Over de auteur

Yolande Valks is gepensioneerd en actief in een regionale vogelwerkgroep.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Aandacht

De actiegroep ‘Wij zijn de Wadden’ heeft inmiddels diverse malen op tv van zich laten horen: bij het NOS Journaal op 19 juli en bij EenVandaag op 27 juli. Ook regionale bladen, en recent ook in een landelijk dagblad, besteden aandacht aan hun standpunt.

Nu Rijkswaterstaat wegens verontrustende berichten over de toestand van het wad wil onderzoeken of bepaalde gebieden moeten worden afgesloten – denk aan het wad en uitgestrekte stranden waar onder meer bontbekplevieren en dwergsterns broeden – slaat een groep ondernemers op de eilanden alarm. Met hun aansprekende leus, die niet alleen op stickers maar ook op vlaggen wordt weergegeven, proberen zij de publieke opinie en toeristen voor zich te winnen. Ze zijn daarnaast een petitie begonnen waarmee ze 40 duizend handtekeningen hebben opgehaald: het aantal dat nodig is om een petitie aan te bieden aan de Tweede Kamer.

Dat bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek door de groep terzijde worden geschoven, past in een bekend patroon waarbij gegevens van overheid of wetenschap worden gewantrouwd. Daarbij gaan zij ervan uit dat het land en het water zonder beperkingen toebehoren aan degenen die er wonen (‘mijn kinderen moeten net zo op het wad kunnen spelen als ik zelf deed’), en dat juist toegankelijkheid van een gebied ertoe leidt dat mensen voor dat gebied zorgdragen, terwijl uit diverse situaties helaas het tegendeel blijkt.

Op tv-beelden zien we eilanders met een auto over het strand rijden, of de vrachtwagen van de Vliehorsexpres over natuurgebied de Vliehors gaan. Maar van wie zijn de Wadden? Het foerageergebied is juist van enorme betekenis, omdat de Wadden niet alleen van belang zijn voor vogels die er wonen, maar ook voor vogels die er alleen doortrekken.

Begrijpelijk

Dat mensen die op de Wadden wonen en hun geld verdienen met varen over het wad of rijden over het strand in het geweer komen als ze zich in hun bewegingsvrijheid en economisch gewin aangetast dreigen te voelen, is begrijpelijk – wat niet wil zeggen dat hun wensen doorslaggevend moeten zijn. Maar dat er vanuit natuurorganisaties nog nauwelijks tegenargumenten worden aangevoerd en dat ook in de media nauwelijks kritische vragen worden gesteld bij de geluiden van de groep ‘Wij zijn de Wadden’, is opmerkelijk.

Natuurlijk, de gesprekken met Rijkswaterstaat zijn nog maar net begonnen en de politieke afwegingen zijn nog niet gemaakt. Maar intussen zijn de publieke discussie en – nog doorslaggevender – is de strijd om de beeldvorming al gestart.

Genoeg toeristen zullen net als ik de intrigerende afbeelding zien van mensen die zich vastgrijpen aan tralies. Of de nieuwe afbeelding, zoals die is afgedrukt op vlaggen die onder andere op toeristenmarkten worden aangeboden, van mensen die inmiddels vrij zijn: een man slaat zijn arm om een vrouw die haar arm zwaaiend opsteekt. Naast hen en boven hen bevindt zich een grutto.

Het is opvallend dat zij, net als de man en de jongen achter de tralies, niet naar de vogels kijken.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next