NRC heeft een pijnlijke fout gemaakt in een gevoelig dossier: de recente bouw door Israël van een wal in Gaza. Het verhaal over de inmiddels kilometerslange aarden wal, gebaseerd op eigen analyse van satellietfoto’s, verscheen vorige week donderdag 6 augustus onder de kop Met een aarden wal van meer dan tien meter hoog omsluit en controleert Israël de Palestijnse bevolking in Gaza. Het stond prominent in de vrijdagkrant.
Nog die vrijdagavond zette de redactie een ongebruikelijk grote rectificatie online, zelfs bóven het artikel (normaliter staan die onderaan) en paste de kop en tekst aan. Ja, de kilometerslange wal lag er. Maar „meer dan tien meter” hoog over de hele lengte? Of „ruim zeventien meter” zelfs zoals bij een graphic in het verhaal stond? Na publicatie had wiskundige Pepijn van Erp zich op X gemeld: de berekening van NRC klopte niet. Ineens zag iedereen de blinde vlek. Zo’n reusachtig hoge berg grond: hoe bouw je dat, stort het niet in, wat wisten we eigenlijk?
Er was een vergissing gemaakt, maar er was nog meer misgegaan. Achteraf bleek dat NRC überhaupt niets zinnigs over de hoogte van de wal kon zeggen. De fout straalde negatief af op het hele verhaal, dat verder zeer relevant was. Hoe had de redactie dit laten passeren?
Ik sprak daarover de afgelopen dagen met de vier auteurs en hun chefs. Dat waren goede gesprekken, waarbij de ombudsman geduldig te woord werd gestaan vanaf meerdere vakantieadressen. Het beeld dat oprees: een auteur die te veel het initiatief naar zich toetrok. Collega’s en chefs die daar onvoldoende zicht op hadden. En één chef die de problemen op tijd zag, maar niet luid genoeg alarm sloeg.
Het begon op donderdag 23 juli met een goed idee. Er waren die week door het Pentagon nieuwe satellietfoto’s vrijgegeven van Gaza (de VS censureert die). Daarop was te zien dat de afgelopen maanden een steeds langere wal door Gaza verrees, berichtte het internationale persbureau AP. Een infographic-maker, een fotoredacteur, een buitenlandredacteur en de Midden Oosten-correspondent spraken af om een brede productie te maken over de recente ontwikkelingen in Gaza, gesteund door die satellietfoto’s. De vier maakten een overleggroepje op het interne communicatieplatform van NRC: #toekomstgaza.
Infographicmaker Erik van Gameren, die vaker data-analyses doet over Gaza en medeauteur was van meerdere verhalen erover, kreeg al snel een idee. Op één van die satellietfoto’s had de wal een slagschaduw van 20 meter. De bij de foto vermelde tijd was 16.20 uur, dan weet je hoe hoog de zon stond. Dan is de hoogte van de wal te berekenen: sinus cosinus tangens, weet u nog. De zon stond toen in Gaza 40 graden boven de horizon – daaruit volgt een hoogte van 17 meter.
Maar hij vergiste zich. De vermelde 16.20 uur was niet de lokale tijd, maar de universele standaardtijd (UTC). In Gaza was het 19.20 uur, de zon stond laag boven de horizon. Een wal van enkele meters hoog werpt dan al heel lange schaduwen. (Trek nu niet de conclusie dat de wal dus zo laag is – het ligt nog ingewikkelder.)
De fout viel niet op. Die hoogte klopte – toevallig, kun je achteraf zeggen – met snippers informatie over de wal die via het Spaanse persbureau EFE naar buiten waren gekomen. Anonieme ooggetuigen in Gaza hadden in een artikel gezegd dat die aarden wal „tien tot vijftien meter” hoog was. Daar was een video bij waarop , in de eerste seconden, inderdaad een hoge wal te zien is.
Maar vooral: niemand keek goed mee met Van Gamerens berekeningen, terwijl dat binnen NRC wel het uitgangspunt is bij onderzoek van beelden (zoals uit moeilijk toegankelijke conflictgebieden) via open source intelligence (osint). Van Gameren zette al zijn infographics in een conceptartikel dat zijn medeauteurs konden inzien. Hij meldde dat in het chatkanaal #toekomstgaza, maar er ontstond geen gesprek over. Zijn chef Yordi Dam, aan wie hij zijn hoogteberekeningen voorlegde, wist alleen in grote lijnen van het project en heeft weinig ervaring met satellietfoto’s. „Ik heb het nagerekend en het klopte, maar ik heb me geen moment afgevraagd, is het bronmateriaal geschikt?”
Fotoredacteur Pauke van den Heuvel, die vaker gedetailleerde technische analyses van satellietfoto’s maakt, sprak die week wel met Van Gameren over de beperkingen van dat materiaal. Satellietfoto’s worden samengesteld uit een serie opnames door een satelliet die rond de aarde vliegt. Alleen in het bronbestand is precies te zien wanneer welk stukje land op de foto is gezet, en vervolgens moet je dat bestand pixel voor pixel bekijken. Maar door de Amerikaanse censuur ontbraken die technische details.
Van den Heuvel ging met vakantie voordat er ook maar één alinea van het artikel lag, maar ze maakte zich er geen zorgen over en schreef geen overdracht. „Ik had geen idee dat de hoogte specifiek benoemd zou worden.” Het onderwerp was nog niet duidelijk afgebakend, pas de volgende week schreven Midden Oosten-correspondent Lucia Admiraal en buitenlandredacteur Derk Walters het stuk. Van den Heuvel was er niet van op de hoogte dat ze als auteur werd vermeld. „Ik heb vooral de satellietbeelden bekeken en foto’s klaargezet.”
In die laatste week van juli werd er verder nauwelijks over het artikel gesproken. Chef Foto Lian Hof en buitenlandchef Stéphane Alonso waren op vakantie en wisten niet van het project; ook hun plaatsvervangers en de hoofdredactie waren niet inhoudelijk betrokken. De auteurs hielden geen gezamenlijk overleg meer. Maar de week erna, op woensdagochtend 5 augustus, hadden Erik van Gameren en Lian Hof een gesprek dat, achteraf beschouwd, de productie had kunnen redden.
Van Gameren vroeg Hof, die weer terug was op de redactie, feedback over zijn berekeningen. Net als Van den Heuvel heeft ze veel ervaring met osint-beeldanalyse. Hof zei stellig dat er te veel technische beperkingen waren om een uitspraak over de hoogte van de wal te doen. Ook benadrukte ze dat er op die ene EFE-video na geen beeldmateriaal vanaf de grond was ter bevestiging. De tragiek van Gaza is dat niemand er kan gaan kijken.
Van Gameren herinnert zich dat gesprek ook zo. „Ze zei dat het heel moeilijk te bepalen is, dat we meer slagen om de arm moesten houden en dat het nog maar de vraag was of het kon.” Hij deelde Hofs twijfels echter nauwelijks met zijn medeauteurs. In hun chatkanaal #toekomstgaza schreef Van Gameren wel meteen over het gesprek, maar hij trok alleen de conclusie dat de genoemde hoogte afgezwakt moest worden. Derk Walters kwam in overleg met Van Gameren uit op „meer dan tien meter”.
Na het ontdekken van de fouten bij de hoogtebepaling plaatsten de buitenlandredactie en de hoofdredactie snel een duidelijke correctie online en op Instagram. In de editie verscheen die pas na vijf dagen. Wat meespeelde, was dat rectificaties in de zomer alleen op de vrijdagse opiniepagina’s verschijnen. Hier was wel eerder plek gemaakt (op woensdag), maar dat lijkt me bij een misser van dit kaliber toch te laat.
Dat Van Gameren zelf niet ingreep na de waarschuwing van Hof, vindt hij achteraf moeilijk te begrijpen. Het verhaal had probleemloos zónder de hoogtemetingen gebracht kunnen worden. „Ik had mezelf onder druk gezet. We hebben iets gevonden, we moeten publiceren. Ik werkte heel hard om het af te krijgen.” Die donderdag verscheen het stuk, Van Gameren werkte eraan tot net voordat de krant naar de drukker ging. Toen hij daarna op vakantie vertrok en van de fout hoorde, was hij er kapot van.
En chef foto Lian Hof slaat zich achteraf „voor de kop” dat ze haar gerede twijfel niet met anderen deelde. „Ik wilde een collega niet zomaar passeren.” Ze sprak er niet over met andere chefs, ook niet toen het artikel op donderdag 6 augustus voorafgaand aan de publicatie vrij summier werd besproken op de dagelijkse chefsvergadering. Ook buitenlandchef Stéphane Alonso kreeg geen signalen dat het verhaal nog niet klaar was voor publicatie, en nam geen initiatief tot het organiseren van meer overleg. Alonso: „Bij zo’n belangrijk project had dat wel gemoeten.”
De ombudsman opereert onafhankelijk; haar oordeel is persoonlijk en niet dat van de (hoofd)redactie. Kijk hier voor de statuten van de ombudsman. Reacties kunt u mailen naar ombudsman@nrc.nl