Nieuwe muziek Singer-songwriter Phoebe Bridgers overtreft zichzelf op haar derde album ‘Lost Weekend’. Ook James Ellis Ford maakt indruk met een plaat die hij in het ziekenhuis opnam. En pianist Rafał Blechacz voert op zijn nieuwe album een dialoog op het scherpst van de snede.
Phoebe Bridgers weet hoe je een emotionele mokerslag uitdeelt. De teksten van de Amerikaanse singer-songwriter zijn rauw en gitzwart, haar zang zacht en melancholisch. Op haar langverwachte derde album Lost Weekend, de opvolger van Punisher uit 2020, overtreft ze zichzelf met meer verpletterende momenten dan ooit.
Phoebe Bridgers
Lost Weekend
Terugkerend onderwerp hier is de dood van haar vader, met wie ze een moeizame band had. „Sometimes I want you back/ But not today”, zingt ze op ‘Still Standing’. Hierna schetst ze een beeld van een gezin waarin huiselijk geweld een rol speelde. Maar ook hierover zijn haar gevoelens ingewikkeld. Later is haar vader zelfs te horen, in een voicemailbericht waarin hij zijn dochter vraagt om hem terug te bellen. Zoiets kan in de verkeerde handen vals sentiment worden. Bridgers weet er oprecht mee te ontroeren.
Het nummer ‘Kill Me’ gaat over de wens om te verdwijnen en verwijst naar de Taman Shud-zaak, het beroemde mysterie rondom een ongeïdentificeerde dode man die in 1948 op een strand in Australië werd gevonden. Bridgers was ook een tijd uit beeld. Na een tournee met Boygenius, de supergroep die ze vormde met Lucy Dacus en Julien Baker, nam ze een lange pauze. Ze heeft daarom veel te vertellen. Niet alleen over haar vader, ook over een verbroken relatie en een nieuwe liefde. Die laatste is komiek Bo Burnham, die ook meeschreef aan meerdere nummers. Op het semi-opgewekt klinkende ‘Bobby’ belooft ze haar vrienden te vermoorden als hij ze niet leuk zou vinden. „What are you doing the rest of my life?” vraagt ze hem op het eind. Maar de dood is ook dichtbij als het over de liefde gaat. Op ‘Liberty Tree’ zingt ze: „Ga niet dood voordat ik doodga, Bobby”.
Muzikaal gaat Bridgers op Lost Weekend veel avontuurlijke kanten op. Haar beproefde indiefolk krijgt op vrijwel ieder nummer een verrassende wending, van de haperende elektronica tot stemvervorming. Een banjo op ‘Panorama’ klinkt alsof je die onder water hoort. Het titelnummer begint zeer minimaal, met enkel een orgeltoon als begeleiding. Plots is er een tempowisseling en mondt het nummer uit in een overweldigende elektronische geluidsmuur.
Met zestien tracks en een speelduur van bijna een uur daagt Bridgers de luisteraar uit. Die krijgt daar per luisterbeurt meer voor terug.
Thijs Schrik
James Ellis Ford
Lost in Another World
Zonder context is het alsof James Ellis Ford aan de lopende band vergezochte metaforen aan elkaar rijgt. Zo zingt hij op ‘Parallel Dimension’ bedeesd hoe hij een andere realiteit in is gestruikeld, waar hij vreest nooit meer uit te komen. Over alweer een dag in stilte. En over gif dat hij krijgt toegediend en dat misschien wel alles erger maakt. Als beeldspraak zou het flauw zijn, maar het is allemaal behoorlijk letterlijk. Hij nam het album in twee weken op met slechts een laptop en microfoon op een uitklapbaar IKEA-nachtkastje. Zijn vrouw had ze meegenomen voor naast het ziekenhuisbed, waar hij chemotherapie tegen leukemie onderging.
Sinds muziek ook buiten de klassieke studio’s wordt opgenomen, zijn er albums gemaakt op plekken die onmiskenbaar aan de opnamelocatie verbonden zijn. De Rolling Stones met hun Franse villa voor Exile On Main St., Bon Iver die zijn debuut maakte in een boshut, noem maar op. Als luisteraar is het verleidelijk om de locatie in de muziek terug te willen horen. Ook hier. Het steriele, retrofuturistische geluid is logisch in de wetenschap dat alle instrumenten, van droge drums tot enkele strijkers, uit een laptop getrokken zijn. En als de stuiterende bassen en glanzende synthesizers de synthpop dansbaar maken, is het vanzelfsprekend dat de zang ingehouden blijft. Ford kon immers niet het halve ziekenhuis op stelten zetten.
Het maakt de plaat een bijzonder inkijkje in een kwetsbare periode van een grote naam in de popmuziek. Als veelzijdige sterproducer is Ford bepalend geweest voor het geluid van Arctic Monkeys, Fontaines D.C., recent Depeche Mode-werk, Jessie Ware en Gorillaz. Vanuit hetzelfde ziekenhuisbed was hij zelfs de drijvende kracht achter de van sterren overlopende War Child compilatie Help (2). Via een liveverbinding begeleidde hij daar nog de opnames voor terwijl hij tegelijkertijd bloedtransfusies kreeg. Zo hield hij contact met de buitenwereld, maar op zijn soloalbum klinkt het vooral alsof hij eenzaam rondzweeft en niet weet of hij ooit nog gaat landen.
Ralph-Hermen Huiskamp
Rafał Blechacz
Mozart & Beethoven – Pianoconcerten nr.24 en nr.3
Als kometen verschenen er twee Rafaels aan de hemel in 2005. Eerst het negentienjarige Spaanse tenniswonder Rafael Nadal dat zijn heerschappij op gravel begon met de eerste van veertien Roland Garros-titels. Vier maanden later won de één jaar oudere Poolse pianist Rafał Blechacz alle prijzen – vier in getal – bij het Chopin Concours, een Grand Slam van de klassieke muziek. De jury oordeelde zelfs dat niemand in zijn schaduw kon staan en besloot geen tweede prijs toe te kennen.
Beide Rafaels kwamen, zagen en werden meteen een fenomeen. Blechacz heeft op Nadal voor dat hij zijn kunst een leven lang kan beoefenen. En bovendien hoeft hij niet voortdurend het gevecht met anderen aan te gaan. Het Chopin Concours vestigde zijn naam en de twintig jaar hierna kon hij gestaag aan de ontwikkeling van zijn spel werken. In recitals, concerten en opnamen bloeide hij verder open.
Behalve piano studeerde Blechacz ook muziekfilosofie, waardoor zijn muzikale betoog altijd een spannend spel van vraag en antwoord is, te vergelijken met het betoog van een shakespeareaans figuur. Het betekent ook dat hij zoekt naar dwarsverbanden.
Zo draait Blechacz’ nieuwe album om zijn fascinatie voor een toonsoort. Mozarts 24ste Pianoconcert, Beethovens Derde Pianoconcert en diens 32 virtuoze solovariaties (in krap tien minuten) zijn allemaal geschreven in c-klein. Componisten voelen zich tot deze toonsoort aangetrokken door haar dramatische zeggingskracht: zij staat voor de verklaarde liefde, maar evenzeer voor de versmade liefde. En ook de dood en het noodlot zijn nooit ver weg.
De pianist voert de dialoog met de Dresdner Philharmonie en dirigent Kent Nagano op het scherpst van de snede. Het spel doet denken aan een rondedans met beurtelings demonen en engelen. Blechacz maakt goedmoedige grappen met kokette klarinetten en fagotten in Mozarts wervelende slotdeel, bezingt de grillen van de liefde in Beethovens openingsallegro en troost in diens ‘Largo’. De stukken zijn opera’s vermomd als pianoconcert die elke keer de verbeelding verleiden tot het bedenken van een nieuw verhaal.
Joost Galema