Home

Carola Schouten en Els van Doesburg: ‘Een groot deel van burgemeester zijn is knuffelen’

Burgemeesters Allebei besturen ze een bruisende havenstad inclusief drugscriminaliteit. Els van Doesburg en Carola Schouten zoeken een middenweg tussen samenwerken en elkaar beconcurreren. Zij van Antwerpen: „Begrenzen is essentieel, ook privé.” Zij van Rotterdam: „Thuis weten ze: de stad komt eerst.”

Carola Schouten, burgemeester van Rotterdam, en Els van Doesburg, Burgmeester van Antwerpen.

Een zwaai in de verte. Enthousiaste kussen op de Willemskade. De Rotterdamse burgemeester Carola Schouten en de Antwerpse burgemeester Els van Doesburg kennen elkaar al. Schouten wijst naar de Erasmusbrug waar die ochtend een groot tramongeluk plaatsvond – ze had er gestaan om de gewonden, hun families en betrokkenen te steunen en hulpverleners te bedanken.

Onderaan het plankier zucht de kapitein van de watertaxi. Wachten doet hij niet graag. Ook niet op burgemeesters. Druk in gesprek lopen de twee de loopplank af. De watertaxi vertrekt een paar minuten te laat. Voor een medepassagier geen punt: „Kijk aan, hoog bezoek”, grijnst hij.

Over de Nieuwe Maas naar Hotel New York, waar we in een van de suites zullen dineren. Langs de Erasmusbrug naar het oude hoofdkantoor van de Holland-Amerikalijn, met zn ronde torens, tussen de wolkenkrabbers. 

Een met wit linnen gedekte tafel staat klaar, eerst nemen we plaats op de bank naast de haard. Van Doesburg aanvaardt een glas champagne, Schouten heeft liever water. „Ach, doe mij maar een glas van de alcoholvrije bubbels.”

Van Doesburg had begin juli te maken met een ernstige brand in een appartementengebouw in haar stad, vijf vrouwen kwamen om, zestien bewoners raakten gewond.

„Weet je”, zegt ze tegen Schouten: „Jij was de eerste die me toen appte”.

Schouten, die enkele dagen daarvoor was getrouwd in haar eigen stadhuis: „Ik was op huwelijksreis. Ik zei tegen m’n man: dit is zo heftig, ik moet haar echt even wat laten weten.”

Van Doesburg ging naar de brand. Gekleed in een korte zomerjurk op witte gympen, wat haar commentaar opleverde. Ze had die dag, vertelt ze, geen afspraken buiten de deur staan en gedacht: „Ik trek een simpel kleedje aan.” Het was ernstig; gewonden, mogelijk doden. Ze wilde er meteen heen. „Ik kan niet bezig zijn met mijn kleding met alles wat er gaande is”, dacht ze nog. Toen ze daar al was hoorde ze dat ook koning Filip zou komen. „Later zei mijn moeder: Je kan de koning toch niet ontvangen op sneakers?”

Schouten: „Dat had ik vandaag ook bij het tramongeluk. Ik had een spijkerbroek aan. Daar ben je niet mee bezig. Je wil er zijn voor de mensen.”

Jongste burgemeester

Carola Schouten groeide op met twee zussen, op een boerderij in Noord-Brabant. In 1995 vertrok ze naar Rotterdam om bedrijfskunde te studeren. Tijdens haar studie begon ze te werken in Den Haag, waar ze in 2006 als beleidsmedewerker aantrad bij de ChristenUnie, de partij voor wie ze jaren later minister van Landbouw en minister voor Armoedebeleid werd, als vicepremier in kabinet-Rutte III en IV.

In oktober 2024 werd ze beëdigd als eerste vrouwelijke burgemeester van Rotterdam; Hugo de Jonge, voormalig minister van Binnenlandse Zaken, liep de functie mis. Schouten volgde Ahmed Aboutaleb op, die de stad vijftien jaar lang bestuurde. „Hij had meer een law-and-order-profiel, ik probeer vooral verbinding te leggen tussen mensen.” Een stilte. „Mijn toetssteen is veranderd, niet langer staat mijn politieke kleur maar de stad centraal.”

Van Doesburg: „Was dat een leerproces?”

Schouten: „Daar heb ik geleidelijk stappen in gezet. Als minister heb je eenheid van kabinetsbeleid. Je moet er met elkaar uitkomen – en de uitkomst delen. Je bent natuurlijk wie je bent, met een bepaalde partijkleur. Ik ben geen ChristenUnie-burgemeester. Neem het vuurwerkverbod. Ik sprak me snel uit vóór het verbod. Zonder uitzonderingen. Mijn partij stond daar veel gematigder in. Maar ik kijk naar de effecten op mijn stad.”

Els van Doesburg legde in februari 2025 de eed af als derde vrouwelijke burgemeester van Antwerpen. Ze is de jongste burgemeester van „’t Stad”. Daarvoor was ze er schepen (wethouder), met onder meer gezondheidszorg in haar portefeuille.

Van origine Nederlandse – in 1989 geboren in Soest – groeide ze op in het Antwerpse Schilde, niet ver van Breda waar haar ouders een chocoladefabriek hadden. „Schilde, Schoten, Brasschaat… In het Duits noemen ze dat de Speckgürtel, de rijke gemeenten rond de stad.” Er wonen ook veel Nederlanders. Toch klinkt ze uitsluitend Vlaams. „Mijn moeder is Limburgs, de zachte ‘g’ had ik al van haar.”

Onder haar zachte klanken schuilt scherpte. Dat bleek onder meer uit de columns die ze voor de Vlaamse krant De Morgen schreef. Ze stelde daarin dat transgender vrouwen niet thuishoren in de vrouwensport („die middelmatige mannensporters identificeren zich misschien wel als vrouw, hun lijf denkt daar anders over”). Dat de „Andrew Tates en doorgedraaide feministes van deze wereld twee kanten van dezelfde munt zijn”. En ze greep Internationale Vrouwendag aan om haar ironie te uiten over de „slachtofferrol waarin sommige vrouwen zich wentelen”.

Nippend van haar champagne: „Ik ben zeer uitgesproken, ja, en dat maakte de redactie soms zenuwachtig. Ook uit eigen kring kreeg ik reacties: ‘Waarom schrijf je voor een linkse krant?’ Ik reageerde altijd hetzelfde. ‘De wegwijzer naar Mechelen staat niet in Mechelen.’ Ik zwengel graag het debat aan.”

Erg inclusief klinkt dat allemaal niet.

„Ik ben nog altijd een uitgesproken politica. Maar als wat ik zeg al provocerend is, dan zegt dat heel veel over hoe schraal het huidig opinielandschap is.”

Ze wordt soms gezien als „een wolvin in schaapsvacht”, zegt ze. „Zo van ja, die ziet er heel lief en leuk uit, maar die is eigenlijk supergevaarlijk”. Ze lacht. „Overigens denk ik dat veel Antwerpenaren het verfrissend vinden dat ze een no-nonsenseburgemeester hebben. Bart was dat ook. Antwerpen is een rechtse stad.”

Van Doesburg trad in de voetsporen van partijgenoot Bart De Wever (N-VA; de liberaal-conservatieve Nieuw-Vlaamse Alliantie) – die nog altijd ‘titelvoerend burgemeester’ is, maar inmiddels werkzaam als premier van België. Dat maakt Van Doesburg formeel ‘waarnemend burgemeester’. „Ik heb moeten wennen aan de terughoudendheid die het burgemeesterschap van me vraagt.” Glimlachend: „Als burgemeester zeg ik in de regel geen stoute dingen meer.”

Schouten: „Is het niet meer een kwestie van erboven gaan hangen? In de politiek verwacht men een uitgesproken standpunt. Als burgemeester kun je beschouwen. Verbinden in plaats van verdelen. Ik vind dat juist fijn.”

Van Doesburg: „Laatst zei een journalist me dat ik nooit meer reageer. Maar ik denk nu vaak: heeft wat ik zeg een meerwaarde?”

Schouten: „Mijn criterium is: draagt het bij aan de eenheid van de stad?

Van Doesburg: „Ja, als ik tegenwoordig gisting veroorzaak, doe ik dat ten dienste van de stad. Er leeft in Vlaanderen een debat dat er te veel middelen naar Antwerpen gaan. Daar verzet ik me expliciet tegen. Wij zijn de bron van welvaart voor ons land. Als we het hebben over grote infrastructurele investeringen in Antwerpen, dan is dat een project voor heel de regio.”

Handig, dat de lijn naar de Belgische regering zo kort is. Dat geldt voor u ook, met ervaring in Den Haag. U hebt zelfs een goede lijn naar de NAVO.

Beiden knikken. Schouten: „Onlangs heb ik Rutte uitgenodigd om naar Rotterdam te komen. Dan komt hij ook.”

Van Doesburg: „Het is uw verantwoordelijkheid als burgemeester om de beste lobbyist voor de stad te zijn die er is.”

Schouten: „Lobbyist klinkt wel heel snel. Maar het is waar, het belang van Rotterdam is uiteindelijk het belang van Nederland – en Europa.”

Van Doesburg: „Inderdaad, we zijn NAVO-havens. En potentieel doelwit.”

Hoe verhouden de havensteden zich tot elkaar?

Schouten: „We trekken samen op naar Brussel op het gebied van veiligheid, werken daarin samen. Ook wat duurzaamheid betreft. Onze havens en industriële clusters zijn van groot strategisch belang voor Europa.”

Van Doesburg valt haar bij. „De tijd van naïviteit is voorbij.”

Schouten: „We zijn concurrenten. Maar we hebben elkaar ook nodig.”

Van Doesburg: „Het gaat er niet alleen om of MSC [gespecialiseerd in containervaart] voor Rotterdam of voor Antwerpen kiest. Natuurlijk is dat belangrijk – zoals de miljardeninvestering van Ineos [een Brits chemiebedrijf] dat we naar de Antwerpse haven hebben gehaald… Maar het grotere plaatje is dat MSC kiest voor een van ons. Voor ons continent. We moeten samen waakzaam zijn voor de Amerikanen en de Chinezen. Te lang zijn we gefocust geweest op elkaar.”

Schouten: „Er is geen sprake meer van een vrijemarkteconomie. En dus moeten we slimmer zijn, onze krachten bundelen.”

Wat betekent dat?

Van Doesburg: „Samen nadenken over hoe en waar we pijpleidingen en spoorwegverbindingen leggen, en hoe we omgaan met grondstoffen die over de grens gaan.”

Schouten: „En natuurlijk kennisuitwisseling. Want op die containerschepen komen ook veel dingen binnen…”

Van Doesburg: „…die we hier niet willen. Je wil geen waterbedeffect creëren.”

Schouten: „Ook al verleggen criminelen hun routes, wij blijven als zeehavens een ‘interessante’ partij voor smokkelwaar”.

Toch kwamen Rotterdamse jongens naar Antwerpen, toen Rotterdam strenger optrad tegen drugscriminaliteit.

Schouten: „Ook Amsterdamse jongens. Nederlandse jongens. Ja, de sleutel voor ons was een intensievere publiek-private samenwerking. Bedrijven gingen meedoen. Iets heel simpels: vrachtwagens kwamen voorheen de haven binnen met een pincode. Niets is makkelijker door te geven. Toen we dat hadden aangepast, gingen uithalers… kinderen…”

Van Doesburg: „… naar ons toe. Die vroegen dan: waar kan ik pinnen? Ik betaal de boete wel. Maar zo werkt het niet.”

Schouten: „Ik kan er woedend over worden. We worden zo hard geraakt door nietsontziende criminaliteit. Het ís geen romantisch debat over wel of niet drugs legaliseren. Onze kinderen worden de vernieling in gedraaid.”

Els van Doesburg en Carola Schouten

Van Doesburg: „Gebruikers sluiten zich af van de realiteit die achter een lijntje schuilt. Nog niet zo lang geleden pakten we midden in de nacht een jongen op bij een container, net veertien jaar oud. Het is een van onze grootste uitdagingen: wat stel je tegenover snel geld, tegenover het beeld van grote broers in fantastische wagens, in Dubai…”

Schouten: „We moeten ze laten zien: als je eenmaal in die wereld zit, zit je gevangen. En dat is niet alleen onveilig voor jezelf, óók voor je omgeving.”

Van Doesburg: „We moeten zorgen voor een fijn aanbod, van school tot sport en vrije tijd.”

Schouten: „Ze het gevoel geven te worden gehoord en gezien. Je mag een veertienjarige niet als verloren bestempelen.”

Van Doesburg: „Het allerbelangrijkste is dat onze jongeren weten: wanneer ze het criminele pad bewandelen, zullen ze eindigen in de gevangenis.”

Allebei vertellen ze over de huisbezoeken die ze af en toe doen. Gesprekken met jongeren, met ouders, alleenstaande moeders.

Van Doesburg: „Onze politie krijgt de deur soms dichtgegooid in hun gezicht. Ouderlijke verantwoordelijkheid is voor mij een grote frustratie. Begrenzing is een van de belangrijkste taken van ouders. Ik krijg vaak te horen: ‘Waarom zeg je niet over wie het echt gaat?’ Het zijn bij ons vaak jongeren uit de Marokkaanse of Afghaanse gemeenschap. Er spelen inderdaad culturele issues. De prinsjescultuur is er een van, waarbij je merkt dat in bepaalde culturen moeders minder vat hebben op hun zonen. Ze niet voldoende onder controle houden, begrenzen… maar het is niet zo dat als ik dat zo benoem, het geen Antwerps probleem meer is. Het blijft gaan om jongeren van onze stad.”

Schouten: „Ik zie geen achtergrond. Het zijn mijn jongeren.”

Carola Schouten kreeg op 23-jarige leeftijd een zoon in Rotterdam en voedde hem alleen op. Els van Doesburg legde de eed voor het burgemeesterschap af op 35-jarige leeftijd terwijl ze 24 weken zwanger was van haar zoon.

Jullie noemen jezelf burgermoeders, speelt jullie moederrol mee in het ambt?

Schouten: „Ik sprak met jongens in Rotterdam-West die zeiden: ‘U kent West niet’. Grappig, reageer ik dan, ‘ik woon hier al 31 jaar en mijn eigen zoon groeide hier op’. Peinzend: „Het is makkelijk op straat met verkeerde vrienden in aanraking te komen. Ik ben altijd dankbaar dat dat niet is gebeurd met mijn zoon. Nooit heb ik dat vanzelfsprekend gevonden. Ik denk dat voor iedere ouder geldt dat je hoopt dat het goed gaat met je kind… dat is ook liefde.”

Van Doesburg: „Liefde is ook kaders geven. Ik geloof in tough love. Men vindt mij misschien een strenge burgemeester, misschien ben ik ook een strenge moeder. Maar dat is uit liefde… Voor mijn zoon, de stad, de Antwerpenaar…”

Hoe bent u streng voor een eenjarige?

Van Doesburg: „Hij heeft de sandwich ontdekt en kan er zo vijf achter elkaar eten. Maar hij krijgt er maar één.” Ze lacht.

Dan, serieuzer, nog een laatste noot over jeugdcriminaliteit en de politie. „Ik vind het heel kwalijk dat linkse partijen het beeld creëren van de politie als zijnde een entiteit die tégen jongeren is. Tegen dat soort jongeren. De politie is er voor alle Antwerpenaren.”

Schouten schuift op de bank, luistert.

Alsof agenten racistisch zijn, vervolgt Van Doesburg, en buitensporig geweld gebruiken. In plaats van hun uiterste best te doen de stad veilig te houden.

De politie racistisch? Dat vind ik wel wat hard aangezet, reageert Schouten. „We zijn bewust bezig met een diverse politie-eenheid. Preventief fouilleren moet bijvoorbeeld ook a-select: elke derde, of elke tiende persoon.”

Van Doesburg: „Recent werd een betoging, een niet-toegestane manifestatie over Gaza, ontbonden. De politie werd weggezet als knokploeg van de burgemeester. Zo van ‘dat zijn fascisten’. Noem het rechts beleid, maar respect voor onze politie vind ik erg belangrijk.”

Schouten: „Volgens mij is het helemaal geen links of rechts debat. Er zijn grenzen. Maar het is ook belangrijk mildheid in je te dragen.”

Het nummer van de roomservice wordt gedraaid. We zijn klaar om te bestellen. Straks meer over Gaza.

Schouten: „Jullie vragen helemaal niet zoveel over onszelf.”

Van Doesburg: „Ik vind dat wel prettig.”

Els van Doesburg, burgmeester van Antwerpen en Carola Schouten, burgemeester van Rotterdam.

Ha! Hoe combineren jullie burgemeesterschap met een privéleven?

Van Doesburg: „Marcel is nu veertien maanden. Het moederschap voelt verrijkend. Ik ben niet meer het centrum van mijn eigen leven.”

Prettige bijkomstigheid, zegt ze, is dat ze andere vrouwen hoopt te inspireren. Ze gaf zeven maanden borstvoeding. Nam tijd om te kolven, soms zelfs tijdens een collegevergadering. „Je ziet het niet, die dingen zitten in je bh, maar viel er een stilte, dan hoorde je swoef, swoef.” Schouten lacht, ietwat verbaasd. Van Doesburg vervolgt, onverstoorbaar:, „Soms ben ik niet bij een vergadering, om Marcel zelf in bed te kunnen steken.” Toen ze net terug was van verlof, vertrok ze eerder, richting het consultatiebureau. „Een collega zei: ‘Heb je nu nog geen nanny?’ Ik zei, neen, want ik wil geen moeder zijn die alleen zondags thuis is.”

Er is een generatie politici, zegt ze, mannen vooral, die zichzelf onmisbaar wanen. „Ze melden trots: ‘Ik miste de eerste communie, was bij een enkel verjaardagsfeestje.’ Alsof dat hen een betere politicus maakt. Nee! Ik vind het juist getuigen van professionaliteit als je die balans kunt bewaken.”

Schouten had als alleenstaande ouder geen keus. Na een werkdag was het kind ophalen, eten, wassen, en na het achtuurjournaal door met haar scriptie. Ze was soms weg als hij haar nodig had, ook als politica. „Maar als ik er was, was ik er helemaal voor hem.”

Het gaat ook om de afspraken die je maakt, zegt Van Doesburg. „Bart (De Wever) had een soort jager-verzamelaarsovereenstemming met zijn vrouw. Zij deed alles thuis, hij ging op jacht. Als je er beiden content mee bent: prima.” Zij en haar man, N-VA politicus en Kamervoorzitter Peter De Roover, maken beiden tijd vrij voor hun zoon, zegt ze. „Het maakt wel uit dat Peter een stuk ouder is. Hij voelt minder sturm und drang, neemt makkelijker rust. Als we dezelfde leeftijd hadden gehad, was er meer conflict geweest: wiens agenda is het belangrijkst?”

Ik vraag me toch af, zegt Schouten dan, of jullie die vraag over werkprivébalans ook hadden gesteld als hier twee mannen hadden gezeten.

Zeker wel, zeggen wij.

Later in het gesprek, na het uitserveren van de garnalenkroketten en tonijnfilet (Schouten) en zalm, zonder voorgerecht (Van Doesburg) komt Schouten nog even terug op die zoektocht naar balans. „Dit is misschien wel heel persoonlijk. Maar [mijn man] Coert zei me eens: ‘Als het erop aankomt, kies je altijd eerst voor de stad. Ik wilde dat niet toegeven, omdat ik het liefste voor hem of voor [mijn zoon] Thomas wil kiezen. Maar als ik heel eerlijk ben, weet ik dat de stad vaak voorgaat.” Toch staat haar echtgenoot, zegt ze, geheel terecht, af en toe keihard op de rem.

Terug naar Gaza. Een onderwerp dat overal polariseert. En zeker in Antwerpen, de stad met een van de grootste Joodse gemeenschappen van Europa.

U kreeg veel kritiek over de Israëlische vlag die boven het stadhuis in Antwerpen wappert.

„We bevlaggen het stadhuis zomers met de vlaggen van alle landen waarmee we een diplomatieke betrekking hebben, Israël incluis. Dat is een tachtigjarige traditie.”

Een deel van de Antwerpenaren vat het op als politiek statement.

Van Doesburg, fel: „Het níét ophangen van die vlag is een politiek statement. Die vlag betekent niet dat wij de regering-Netanyahu steunen, die hangt er zodat elke Antwerpenaar zich thuis kan voelen in de stad.

Ze begrijpt heel goed, zegt ze rustiger, dat het conflict grote emoties oproept. „Mensen mogen betogen. Maar er zijn limieten. Een Israëlische vlag in brand steken op straat kan niet. Ik waak ervoor dat internationale conflicten het samenleven in de stad vergiftigen. Wanneer we elkaar niet meer kunnen zien als mede-Antwerpenaren, is elke vorm van gemeenschapsopbouw onmogelijk geworden.”

Tegen Schouten: „Hoe is dat hier?”

„Het raakt mensen diep. Rotterdammers laten zich horen, en dat mag. Ik begrijp de pijn en onmacht die ze voelen over wat er in Gaza gebeurt. Het leed van de Palestijnen… het raakt mij ook zeer. Tegelijkertijd hoor ik van Joodse Rotterdammers dat ze tegen hun kinderen zeggen dat ze dat op school verborgen moeten houden. Ook dan krimpt mijn maag ineen. In die situatie is het aan mij, zoals jij zegt, om de stad bij elkaar te houden. Dat is niet makkelijk.”

Kunnen jullie nog gewoon naar buiten?

Ze kijken elkaar even aan. Meestal wel gelukkig, soms niet, zegt Schouten. „Dan kan ik niet op de fiets of met de tram, niet even naar de supermarkt.” Zodra het weer kan, herpakt ze haar vrijheid. „Ik moet de stad voelen, ruiken, proeven.”

Precies zo, zegt Van Doesburg, die het liefst haar bakfiets pakt in Antwerpen. „Alsof je aan een elastiek hangt en een ander bepaalt hoe ver je mag gaan. Ik krijg vooral drek en bedreigingen via sociale media. Het contrast met hoe je in het echte leven wordt benaderd, is gigantisch groot.” 

Schouten kijkt zo min mogelijk naar online reacties. „Waarom heb je geen normbesef meer als je achter dat toetsenbord zit? Wat gebeurt er dan in je hoofd?”

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, vindt Van Doesburg. „Ook al kan dat hard botsen in deze tijd van polarisatie. Maar er zijn grenzen. Dat die online lastig te handhaven zijn, betekent niet dat ik alles tolereer.”

Schouten heeft een persoonlijke band met Israël, ze studeerde er in haar Erasmustijd en raakte zwanger in Tel Aviv.

Hoe is dat voor u met een half-Israëlische zoon?

Schouten: „Ik ken het land, heb er familie. Maar het is frustrerend als je daardoor in een bepaald kamp wordt geduwd.”

Van Doesburg: „Het is problematisch dat als je het bestaansrecht van Israël niet in twijfel trekt, je alles wat de regering-Netanyahu doet zou steunen.”

Schouten: „Ik put hoop uit Rotterdammers, organisaties, islamitisch, christelijk, joods, humanistisch, die met elkaar in gesprek blijven. Niet dat ze een oplossing hebben. Er is geen toverwoord dat iedereen bij elkaar brengt. Van deze mensen ben ik de bondgenoot.”

Ik zie op dit vlak, zegt Van Doesburg, veel mensen die met de rug naar elkaar staan en niet bereid zijn elkaar de hand te reiken.

Schouten: „Daarom geloof ik zo in het gesprek. Als je bij elkaar aan tafel zit, kan je niet wegkijken. Je hoeft elkaar niet meteen de hand te reiken, maar je moet je wel tot elkaar verhouden.”

Helpt geloof hierbij? Bent u gelovig, mevrouw Van Doesburg?

Ik ben een cultuurchristen, zegt Van Doesburg. Ze legt uit dat ze voortbouwt op waarden en normen van haar voorouders. „Je bent niet als blanco blad geboren. Je bent onderdeel van iets wat groter is dan jij. Dat geeft richting en rust.” In functie draagt ze haar gouden kruisje onder haar kleding. „Het is toch een religieus symbool. Ik draag het voor mezelf.” Al toonde ze haar kruisje al voordat we over het geloof begonnen.

Het lijkt haar, zegt ze, lastig voor jonge mensen die niets geloven. Die het gevoel hebben alles van A tot Z zelf te moeten uitvinden.

Schouten heeft aandachtig geluisterd. Ze haakt in. Ten diepste, zegt ze, staat het geloof voor liefde. „Er wordt zonder oordeel naar je gekeken. Dat heb ik mijn zoon proberen mee te geven: je bent geliefd.” Ze hoopt als burgemeester naar stadsgenoten te kijken zonder oordeel. „Dat is voor mij bijna een soort opdracht. Zonder oordeel, want Jezus heeft dat oordeel al gedragen. Ik wil al die Rotterdammers met eigen meningen, bagage, achtergronden, karakters zien als mens.”

En kun je, omdat je gelovig bent, makkelijker met Rotterdammers praten die een andere religie aanhangen, wil Van Doesburg weten.

Schouten: „Ik kom binnen als burgemeester, niet als predikant. Maar ik begrijp heel goed waar ze naar zoeken, zie de overeenkomsten.” Ze vertelt over een bezoek aan een moskee waar koranles werd gegeven aan kinderen. Dat vinden we eng klinken, terwijl ik het erg vond lijken op de catecheselessen uit mijn jeugd.”

Van Doesburg verzucht: „Het is jammer dat heel wat mensen verkrampen bij het concept religie. Soms vallen termen als ‘achterlijk’.”

Ze veert op. „Terwijl religie ook inspireert tot een verpletterende schoonheid in muziek en kunst en noem maar op. Denk aan het beeld van de Maagd Maria met Christus in haar armen in Rome.” Ze heeft het over de beroemde Pietà in de Sint-Pietersbasiliek, gemaakt door Michelangelo. Met tranen in haar ogen: „Sinds ik moeder ben, kan ik huilen bij zo’n beeld.”

Schouten gaat rechter zitten: „Ik ben even psycholoog van de koude grond, ik zie dat je erg geraakt kan worden.”

Van Doesburg knikt.

„In een politieke omgeving leer je om vooral in je hoofd te zitten”, gaat Schouten verder. „Je moet rap schakelen, snel reageren, liefst snappy. Maar uiteindelijk draait het er in het leven om of we geraakt kunnen worden.”

Van Doesburg: „Sinds ik burgemeester ben, durf ik meer te vertrouwen op mijn buikgevoel.” Maar, vertelt ze, dat is een proces. Laatst bij de brand beet ze haar tranen weg. „Ik dacht: ik moet een rots in de branding zijn, mensen moeten niet denken: allez, als zij al moet huilen, wat moeten wij dan?” Het was de brandweercommandant die haar zei: ‘Mensen zullen je oprechte betrokkenheid juist waarderen’. Ze besluit: „Empathie is een van de belangrijkste kwaliteiten die je moet hebben als politicus, zeker als burgemeester.”

Schouten: „Soms valt er ook niks te zeggen. Dan is het gewoon even iemand vastpakken.”

Van Doesburg: „Een groot deel van het burgemeesterschap is knuffelen. Ik doe dat veel meer dan Bart.”

Nog eens terugkomend op de recente brand in haar stad: „Ik dacht: wat zou Carola in zo’n situatie tegen de pers zeggen?”

Schouten, verrast: „O, wat aardig.”

Het nagerecht wordt overgeslagen, het is al laat. De burgemeesters drinken nog een cappuccino, raken de chocola niet aan.

„Laten we dit gesprek snel nog eens voortzetten. Met de mannen erbij.”

CV

Els van Doesburg (Soest, 1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit van Antwerpen en is sinds 2014 lid van de liberaal-conservatieve partij N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie). Ze werkte in de parlementaire fractie tot ze in 2021 schepen in Antwerpen werd, met o.a. gezondheidszorg in haar portefeuille. Sinds eind februari 2025 is ze (waarnemend) burgemeester van Antwerpen.

CV

Carola Schouten (’s-Hertogenbosch, 1977), studeerde bedrijfskunde in Rotterdam. In 2011 werd ze Kamerlid voor de ChristenUnie. In het kabinet-Rutte III was ze vicepremier en minister van Landbouw. In het kabinet-Rutte IV was ze minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen. In oktober 2024 werd ze benoemd tot burgemeester van Rotterdam.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next