Xan de Waard haalt op dertigjarige leeftijd geen ultiem geluk meer uit tophockey. De tweevoudig wereldhockeyster van het jaar laadt zich nog één keer op voor het WK in eigen land. Daarna is het genoeg geweest. "Ik kijk nu uit naar andere dingen."
De Waard herinnert zich het nog precies. Ze zat tijdens een proefwerk Frans in 5 VWO op haar telefoon af te kijken toen haar mobieltje plotseling begon te trillen. Een onbekend nummer belde. Achteraf bleek dat het toenmalig bondscoach Max Caldas was.
"Je mag je voor het eerst melden bij Oranje", was de boodschap. Een jaar later werd ze geselecteerd voor het door Nederland gewonnen WK in het stadion van ADO Den Haag. Juist die locatie was extra bijzonder, omdat De Waard in haar jeugd eigenlijk droomde van een carrière als voetbalster.
De Waard viel met de neus in de boter, al is ze zoals altijd ook zelfkritisch. "Ik speelde daar op een heel andere positie dan normaal", zegt ze. "Ik stond in de spits en had echt het gevoel dat ik meer in de weg liep dan dat ik wat toevoegde."
In de jaren daarna groeide De Waard op het middenveld uit tot een van de beste hockeysters ooit in Oranje. Ze werd twee keer olympisch kampioen, drie keer wereldkampioen en vier keer Europees kampioen. Maar het topsportleven begon ondertussen aan haar te vreten.
Twee weken na de Olympische Spelen van 2024 zat De Waard huilend bij haar fysiotherapeut. "Na alles wat er was gebeurd, wilde ik heel graag dat iedereen in Parijs die onbevangen Spelen had die ik in Rio heb gehad", vertelt De Waard.
Als aanvoerder voelde De Waard zich extreem verantwoordelijk. Na jaren waarin er onder coach Alyson Annan een angstcultuur heerste, wilde ze iedereen een plezierige Spelen laten ervaren. Ze was constant aan het piekeren en probeerde zelfs de kleinste details te regelen.
De Waard vond het bijvoorbeeld oneerlijk dat afvallers niet altijd te horen kregen waaraan ze moesten werken. Daar ging ze dus achteraan. "Maar dat was helemaal niet aan mij", beseft ze. "Allemaal van dat soort dingen... Ik wilde dat alles goed ging. Maar ik denk dat dit niet de juiste manier was."
De Waard wilde niet op dezelfde voet verder en besloot een stap terug te doen bij Oranje. Ze wilde graag werken en tegelijkertijd haar club SCHC blijven dienen. Ook daar voelde ze een verantwoordelijkheid: tussentijds stoppen vond ze geen optie.
Regelmatig kwam De Waard na haar werk als consultant gehaast op de club aan, met niet meer dan een halve reep of een banaan achter de kiezen. "Het voelde alsof ik de kantjes eraf liep", zegt ze. "Dat wil ik gewoon niet. Als topsporter voelt dat verkeerd."
Vanuit het team was er begrip, maar De Waard merkte vooral dat haar eigen niveau eronder leed. "Ik ergerde me aan mezelf", zegt ze. De Waard kwam tot de conclusie dat ze met alles moest stoppen óf volledig moest doorgaan.
De Waard stopte met werken en besloot nog tot en met het WK in eigen land te hockeyen, maar niet meer als aanvoerder. "Ik ben minder streng voor mezelf geworden", vertelt ze.
Jarenlang zegde De Waard alles af. Nu ging ze op een rustdag met haar neefje naar de dierentuin. "Dat gaf me zó veel plezier, dat ik met nog meer energie op het veld stond", zegt ze. "Topsport is dus ook op een andere manier te beleven. Dat heb ik vrij laat ontdekt."
In haar vroege hockeyjaren werd De Waard vaak wakker met zin om "lekker te rennen en te hockeyen". Maar gaandeweg veranderde dat. "Ik ging er soms zelfs een beetje tegen opzien."
Maar begrijp haar niet verkeerd. Als De Waard eenmaal op het veld staat, wil ze nog altijd winnen. "Ik heb mijn hele leven gedisciplineerd volgehouden. Dat hou ik nog wel eventjes vol. Dat is nou eenmaal de topsporter in mij. Ook als we een potje monopoly spelen, wil ik per se winnen."
Maar juist bij haar laatste toernooi is De Waard niet bezig met "per se winnen". Natuurlijk zou ze graag een vierde wereldtitel willen. Geen andere hockeyer lukte dat, ook niet bij de mannen. Maar van stoppen op het hoogtepunt wil De Waard niets weten. "Het voelt al af, met of zonder goud."
De Waard is vooral blij als het voorbij is. "Begrijp me niet verkeerd. Het is mooi geweest zoals het is gelopen. Maar ik kijk nu uit naar andere dingen. Ik wil mezelf ontwikkelen op andere vlakken. Dat is voor mij de crux van het topsportleven."
Source: Nu.nl sport